Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.246.554 ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.246.554 Généré par l'IA

Court dismisses claim as non-filed due to failure to credit account within 30 days.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.246.554
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The court declared the claim for damages non-filed because the applicant failed to credit the required account within the statutory 30-day period. Although the court clerk notified the applicant of the necessary banking details, the applicant did not act within the deadline. Consequently, the procedural requirement for filing was not met, rendering the claim inadmissible.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Article 71, fourth paragraph of the Regent's Decision of 23 August 1948; A claim is deemed non-filed if the required account is not credited within thirty days of receiving the notification.

Mots-clés

Généré par l'IA
non-filed claim procedural deadline account credit requirement administrative court procedure failure to comply action en contestation calcul de l'indemnité réparatrice contestation de la radiation

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 71, fourth paragraph of the Regent's Decision of 23 August 1948
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE IXe KAMER

nr. 246.554 van 6 januari 2020

in de zaak A. 217.129/IX-9524

In zake : Chretien MOORS

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pascal Malumgré kantoor houdend te 3980 Tessenderlo Lichtveld 38/001

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Defensie

I. Voorwerp van de vordering

1. Het verzoek tot schadevergoeding tot herstel, ingesteld op 7 september 2019, strekt tot het toekennen van een schadevergoeding na arrest nr. 245.396 van 10 september 2019.

II. Verloop van de rechtspleging

2. Op 19 november 2019 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 71, vierde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.

De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord.

IX-9524-1/3

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Beoordeling

3. Naar luid van artikel 71, vierde lid, van voormeld besluit van de Regent zal, indien de in het eerste lid bedoelde rekening niet gecrediteerd is binnen de termijn van dertig dagen na de ontvangst van het overschrijvingsformulier, de vordering als niet verricht worden beschouwd.

In het aangetekend schrijven waarbij aan de verzoekende partij de voor het overschrijven van de verschuldigde kosten vereiste gegevens werden meegedeeld, heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 71, vierde lid.

Verzoeker heeft de betrokken rekening niet gecrediteerd binnen de voormelde termijn van dertig dagen.

Om die reden dient de vordering als niet verricht te worden beschouwd.

BESLISSING

De vordering wordt als niet verricht beschouwd.

IX-9524-2/3

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zes januari tweeduizend twintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:

Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier.

De griffier De voorzitter

Vera Wauters Geert Van Haegendoren

IX-9524-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2020:ARR.246.554