Cassation court annuls lower court ruling for lack of jurisdiction over study continuation decisions under VCHO.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State annulled the lower court's decision regarding a study continuation dispute because the lower body lacked jurisdiction. The applicant argued the lower court misinterpreted the definition of a 'study continuation decision' under the Higher Education Code, but the court found no explicit legislative mandate granting it authority. Consequently, the lower court's judgment was void due to this jurisdictional defect.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles II.285 and I.3, 69° of the Higher Education Code: The Council of State has jurisdiction over study continuation decisions only when explicitly mandated by the legislator; without such explicit authorization, the lower court lacks jurisdiction and its ruling is void.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IAJurisprudence citée
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
IXe KAMER
nr. 243.714 van 19 februari 2019
in de zaak A. 218.626/IX-8835
In zake: de VRIJE UNIVERSITEIT BRUSSEL
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Alain François en Kristof Caluwaert kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 99
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
Sofie MOORTHAMERS
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Fernand Keuleneer kantoor houdend te 1000 Brussel Verenigingstraat 28
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het cassatieberoep
1. Het cassatieberoep, ingesteld op 3 maart 2016, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. 2806 van 2 februari 2016 van de Raad voor betwis-
tingen inzake studievoortgangsbeslissingen.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 238.537 van 15 juni 2017 is het debat heropend en aan het Grondwettelijk Hof een prejudiciële vraag voorgelegd.
Het Grondwettelijk Hof heeft op die vraag geantwoord bij ar-
rest nr. 157/2018 van 22 november 2018.
IX-8835-1/4
Eerste auditeur Jurgen Neuts heeft een aanvullend verslag op-
gesteld.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 februari 2019.
Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge-
bracht.
Advocaat Sietse Wils, die loco advocaten Alain François en Kristof Caluwaert verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Fernand Keuleneer, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur Jurgen Neuts heeft een met dit arrest eenslui-
dend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge-
coördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3. Wat de feitelijke gegevens van de zaak betreft, mag worden verwezen naar de uiteenzetting ervan in arrest nr. 238.537 van 15 juni 2017.
IV. Onderzoek van het enige middel
Uiteenzetting van het middel
4. Verzoekster voert de schending aan van artikel II.285 juncto artikel I.3, 69°, van de Codex Hoger Onderwijs (VCHO), waarbij de essentie van het middel luidt dat de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissin-
IX-8835-2/4
gen een verkeerde invulling heeft gegeven aan het begrip ‘studievoortgangsbe-
slissing’, wat hem ertoe gebracht heeft zich bevoegd te achten om over de aan zijn oordeel onderworpen beslissingen te oordelen.
Voor het overige mag naar het tussenarrest van 15 juni 2017
worden verwezen, wat de nadere uiteenzetting betreft van de standpunten van de partijen.
Beoordeling
5. In het meermelde tussenarrest van 15 juni 2017 heeft de Raad van State reeds geoordeeld dat het geschil geen betrekking heeft op een studie-
voortgangsbeslissing in de zin van artikel I.3, 69°, VCHO en dat, opdat de in ge-
ding zijnde beslissing onder de rechtsmacht van de Raad voor betwistingen inza-
ke studievoortgangsbeslissingen gebracht kan worden, een uitdrukkelijke beslis-
sing vereist is van de decreetgever.
6. Op de ten verzoeke van de verwerende partij gestelde vraag heeft het Grondwettelijk Hof afwijzend geantwoord.
7. Het enige middel is gegrond.
V. Cassatie zonder verwijzing
8. Aangezien de Raad voor betwistingen inzake studievoort-
gangsbeslissingen zonder rechtsmacht is om over het beroep uitspraak te doen en evenmin moet oordelen over kosten, is er na cassatie niets meer te oordelen en is er geen reden om de zaak aan een anders samengestelde kamer toe te wijzen.
IX-8835-3/4
BESLISSING
1. De Raad van State vernietigt arrest nr. 2806 van 2 februari 2016 van de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen.
2. Dit arrest zal in de registers van voormeld rechtscollege worden overge-
schreven en melding ervan zal worden gemaakt op de kant van het vernie-
tigde arrest.
3. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op 200 euro.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 19 februari 2019, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:
Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Bruno Seutin, staatsraad, Bert Thys, staatsraad, bijgestaan door Vera Wauters, griffier.
De griffier De voorzitter
Vera Wauters Geert Van Haegendoren
IX-8835-4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.714