Court dismisses intervention request due to failure to credit account within statutory thirty-day deadline.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Court of Cassation declared Steve Baele's intervention request as not filed because his account was not credited within the required thirty-day period. Although the intervening party claimed non-receipt of the notification letter, the court found this assertion unproven and did not constitute force majeure. Consequently, the procedural defect rendered the request inadmissible, while normal proceedings continued for the other parties.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 71, fourth paragraph of the 1948 Regent's Decision; A request for intervention is deemed not filed if the required account credit is not made within thirty days of receiving the notification, and unproven non-receipt does not excuse this deadline.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER
nr. 243.366 van 10 januari 2019
in de zaak A. 225.740/VII-40.340.
In zake : 1. de CVA NICOLE CLAES - EFAOUS
2. Ludo NIJS
3. Nicole CLAES
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Tom Swerts en Jens Joossens kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIERAAD
VAN LIMBURG
Verzoeker tot tussenkomst :
Steve BAELE
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gerald Kindermans kantoor houdend te 3870 Heers Steenweg 161
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het cassatieberoep
1. Het cassatieberoep, ingesteld op 20 juli 2018, strekt tot de nietigverklaring van arrest nr. RvVb/A/1718/0939 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen van 5 juni 2018 in de zaak 1314/0543/A/2/0497.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Steve Baele heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend.
VII-40.340-1/4
Op 30 oktober 2018 heeft de hoofdgriffier aan verzoeker tot tussenkomst de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 71, vierde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Verzoeker tot tussenkomst heeft gevraagd om te worden gehoord.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 december 2018.
Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Lennart Nijs, die loco advocaten Tom Smets en Jens Joossens verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Gerald Kindermans, die verschijnt voor verzoeker tot tussenkomst, zijn gehoord.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Beoordeling
3. Naar luid van artikel 71, vierde lid, van voormeld besluit van de Regent zal, indien de in het eerste lid bedoelde rekening niet gecrediteerd is binnen de termijn van dertig dagen na de ontvangst van het overschrijvingsformulier, de vordering als niet verricht worden beschouwd.
VII-40.340-2/4
In het aangetekend schrijven waarbij aan verzoeker tot tussenkomst de voor het overschrijven van de verschuldigde kosten vereiste gegevens werden meegedeeld, heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 71, vierde lid.
Verzoeker tot tussenkomst heeft de betrokken rekening niet gecrediteerd binnen de voormelde termijn van dertig dagen.
4. De ter terechtzitting door de raadsman van de tussenkomende partij beweerde maar niet aannemelijk gemaakte niet-ontvangst van de brief waarin hij om betaling wordt verzocht, maakt geen overmacht of onoverkomelijke dwaling uit.
5. Het verzoek dient als niet verricht te worden beschouwd.
BESLISSING
1. Het verzoek tot tussenkomst van Steve Baele wordt als niet verricht beschouwd.
2. Ten aanzien van de overige partijen wordt de gewone rechtspleging gevolgd.
VII-40.340-3/4
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tien januari tweeduizend negentien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:
Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier.
De griffier De voorzitter
Bart Tettelin Eric Brewaeys
VII-40.340-4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2019:ARR.243.366