Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2018:ORD.12.751 ECLI:BE:RVSCE:2018:ORD.12.751 Généré par l'IA

Cassation dismissed for inadmissibility; applicant failed to prove inability to defend due to missing passport copy.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2018:ORD.12.751
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Irrecevable (Inadmissible)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State declared the cassation appeal inadmissible, dismissing the applicant's claim that the General Commissioner failed to provide a passport copy. The applicant argued this violated Article 13 of the ECHR, but the court noted the applicant could have requested the document or inspected the file directly. Consequently, the court found the applicant did not demonstrate an inability to organize their defense, rendering the appeal without merit.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 13 juncto 3 of the ECHR; The right to effective remedy does not require the administration to proactively disclose specific documents if the applicant can access the file or request them, and failure to provide a specific item does not automatically constitute a violation if the applicant could have organized their defense otherwise.

Mots-clés

Généré par l'IA
cassation inadmissibility effective remedy ECHR administrative file access right to defense asylum applicant rights

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 13 juncto Article 3 of the European Convention on Human Rights
Article 20 of the Coordinated Laws on the Council of State
Articles 7 to 11 of the Royal Decree of 30 November 2006
Title VI, Chapter II of the Council of State Laws

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER

BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID

IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE

nr. 12.751 van 13 maart 2018

in de zaak A. 224.303/XIV-37.617

In zake : XXXXX

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Zouhaier Chihaoui kantoor houdend te 1083 Ganshoren Landsroemlaan 40

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN

EN DE STAATLOZEN

Het cassatieberoep, ingesteld op 22 januari 2018, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 197.381 van 28 december 2017 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.

Het administratief dossier is op 30 januari 2018 aangekomen ter griffie.

Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

Verzoeker werpt een schending op van artikel 13 juncto artikel 3 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, ondertekend te Rome op 4 juni 1950, (hierna: het EVRM) doordat het Commissariaat-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen hem een kopie van het

XIV-37.617-1/3

administratief dossier heeft meegedeeld zonder dat dit een kopie zou bevatten van zijn Soedanees paspoort waarvan verzoeker echter het bestaan betwist.

In het bestreden arrest wordt overwogen “dat het verzoekers raadsman vrij stond om, nadat hij vaststelt dat de hem toegezonden stukken geen kopie van verzoekers Soedanees paspoort bevatten, een bijkomende vraag aan het Commissariaat-

generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen te richten teneinde een kopie van dit stuk te kunnen ontvangen, temeer daar uit het administratief dossier blijkt dat dit stuk geen onderdeel vormt van de map ‘Landeninformatie’, maar een apart stuk is in de inventaris van het administratief dossier”. Verder wordt er in het bestreden arrest op gewezen “dat het inzagerecht verzoeker toelaat om zijn dossier op het Commissariaat-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen in te kijken en kennis te nemen van de inhoud teneinde zijn verdediging te organiseren”. Verzoeker gaat bovendien voorbij aan de mogelijkheid om overeenkomstig artikel 39/61 van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’ ter griffie van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen inzage te nemen van het administratief dossier. Hij toont niet aan dat hij in de onmogelijkheid werd gesteld kennis te nemen van en zijn verdediging te organiseren betreffende zijn voorgehouden Soedanees paspoort.

Verzoeker koppelt de voorgehouden schending van artikel 3 van het EVRM uitsluitend aan zijn betoog over het gebrek aan mededeling van zijn voornoemd paspoort, zodat hij geen schending van de aangehaalde verdragsbepalingen aannemelijk maakt.

Het enige middel is kennelijk ongegrond.

BESLUIT:

1. Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.

2. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro.

XIV-37.617-2/3

Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op dertien maart tweeduizend achttien, door:

Carlo Adams, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier.

De griffier De voorzitter

Joris Casneuf Carlo Adams

XIV-37.617-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ORD.12.751