Belgian administrative cassation dismissed for inadmissibility due to failure to raise Article 4 Directive 2011/95/EU claim before lower court.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Belgian Council of State declared the administrative cassation inadmissible because the applicant failed to raise the violation of Article 4 of Directive 2011/95/EU before the Foreigners' Dispute Board. The applicant merely repeated arguments already presented in the lower instance without linking them to the reasoning of the contested decision. Consequently, the court ruled that the cassation judge cannot re-evaluate facts or motives, rendering the appeal procedurally invalid.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 7 to 11 of the Royal Decree of 30 November 2006; Article 20 of the Coordinated Laws on the Council of State: A cassation appeal is inadmissible if the applicant fails to raise a specific legal ground, such as a violation of the Directive on minimum standards for granting international protection, before the lower administrative court and only repeats previous arguments without connecting them to the lower court's reasoning.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER
BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID
IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE
nr. 12.673 van 5 januari 2018
in de zaak A. 223.682/XIV-37.555
In zake : XXXXX
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Dimitri Vandenbroucke en Hannelore Bourry kantoor houdend te 8940 Wervik Steenakker 28
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN
EN DE STAATLOZEN
Het cassatieberoep, ingesteld op 31 oktober 2017, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 192.958 van 2 oktober 2017 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.
Het administratief dossier is op 18 december 2017 aangekomen ter griffie.
Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State’.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
Daargelaten de vraag of verzoeker zich rechtstreeks kan beroepen op artikel 4 van de richtlijn 2011/95/EU van 13 december 2011 van het Europees Parlement en de Raad ‘inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor
XIV-37.555-1/2
vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming’, blijkt niet dat hij de schending van die bepaling heeft aangevoerd voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Verzoeker vermag dit niet voor het eerst te doen in de graad van administratieve cassatie. Voor het overige beperkt verzoeker zich tot een loutere herhaling van een deel van het middel dat hij reeds heeft aangevoerd voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, zonder dit enigszins te betrekken op de motivering van het bestreden arrest. Verzoekers kritiek is dan ook uitsluitend gericht tegen de motivering van de aanvankelijk bestreden beslissing terwijl de Raad van State als administratieve cassatierechter niet bevoegd is om in de beoordeling van de feiten te treden, noch om de motieven van de aanvankelijk bestreden beslissing te beoordelen. Het enige middel is kennelijk niet-ontvankelijk.
BESLUIT:
1. Het cassatieberoep is niet-toelaatbaar.
2. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro.
Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op vijf januari tweeduizend achttien, door:
Carlo Adams, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier.
De griffier De voorzitter
Joris Casneuf Carlo Adams
XIV-37.555-2/2
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ORD.12.673