Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.303 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.303 Généré par l'IA

Court lifts urgent suspension order because plaintiff failed to request annulment of the administrative decision.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.303
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State lifted the urgent suspension order previously granted in a separate ruling. The plaintiff had not filed a request for annulment of the contested decision before the suspension was ordered. Consequently, the court was legally bound to terminate the suspension under the relevant procedural statute.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Article 17, § 4, third paragraph of the Laws of the Council of State; If a party requesting urgent suspension fails to file a request for annulment of the contested decision, the Council of State must lift the suspension.

Mots-clés

Généré par l'IA
urgent suspension annulment request procedural obligation lifting suspension Council of State choix de l'établissement hospitalier accès aux concours internes exclusion du soumissionnaire

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 17, § 4, third paragraph of the Laws of the Council of State

Jurisprudence citée

Généré par l'IA
Arrêt nr. 242.537 van 4 oktober 2018
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER

nr. 243.303 van 20 december 2018

in de zaak A. 226.144/XII-8614

In zake: de CVBA INFOHOS SERVICES

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jens Debièvre en Toby De Backer kantoor houdend te 1000 Brussel Havenlaan 86c, b113

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

het AZ SINT-JAN BRUGGE-OOSTENDE AV

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom De Gendt kantoor houdend te 3000 Leuven Koning Leopold I-straat 32

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 14 september 2018, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van 30 augustus 2018 van de Algemeen directeur van het AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV houdende de niet-selectie van de [cvba Infohos Services]

voor de overheidsopdracht tot levering, implementatie, ontwikkeling en onder-

houd van een ziekenhuisbreed geïntegreerd elektronisch patiëntendossier (EPD)”.

II. Verloop van de rechtspleging

2. Bij arrest nr. 242.537 van 4 oktober 2018 is de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de bestreden beslissing bevolen.

XII-8614- 1/3

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 13 december 2018.

Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Anne-Sophie Coene, die loco advocaat Jens Debièvre verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Guy Goossens, die loco advocaat Tom De Gendt verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Auditeur Ines Martens heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Toepassing van artikel 17, § 4, derde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973

3. De verzoekende partij heeft na het indienen van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid geen verzoekschrift ingediend om de nietigverklaring van de bestreden beslissing te vorderen. De Raad van State is er in dat geval overeenkomstig artikel 17, § 4, derde lid, van zijn gecoördineerde wetten toe gehouden de uitgesproken schorsing op te heffen.

IV. Kosten

4. Bij besluit van de algemene vergadering van het AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV van 24 oktober 2018 werd de bestreden beslissing ingetrokken. In die omstandigheden past het de kosten, zijnde het rolrecht van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, de bijdrage en de

XII-8614- 2/3

door de verzoekende partij gevraagde rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, ten laste te leggen van de verwerende partij.

BESLISSING

1. De Raad van State heft de bij arrest nr. 242.537 van 4 oktober 2018 bevolen schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid op.

2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 20 december 2018, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:

Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier.

De griffier De voorzitter

Silja Doms Johan Bovin

XII-8614- 3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.303