Belgian State administrative appeal dismissed due to plaintiff's withdrawal of the legal proceedings.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State formally established the plaintiff's withdrawal from the administrative appeal regarding civil service promotions. The plaintiff voluntarily ceased the proceedings via a letter dated September 28, 2018, after a prior request for suspension had been rejected. Consequently, the court dismissed the claim and ordered the plaintiff to bear the procedural costs and fees owed to the State.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 10 and 11 of the Law of 12 January 1973 on the Council of State; withdrawal of the action results in the dismissal of the appeal and the ordering of the plaintiff to bear the costs.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE IXe KAMER
nr. 243.295 van 20 december 2018
in de zaak A. 221.660/IX-9022
In zake: Peter HUYGHEBAERT
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten François Belleflamme en Virgenie Feyens kantoor houdend te 1060 Brussel Zwitserlandstraat 24
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Buitenlandse Zaken bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Patrik De Maeyer kantoor houdend te 1160 Brussel Tedescolaan 7
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 7 maart 2017, strekt tot de nietigver-
klaring van:
- het koninklijk besluit van 14 december 2016 waarbij Andy Detaille, Didier Vanderhasselt, Piet Heirbaut, Jeroen Vergeylen, Timon Bo Salomonson, Jan De Preter, Bart Pennewaert, Mathias Bogaert, Peter Van Kemseke, Hugo Verbist, Bart De Groof, Michel Versailles, Karen Van Vlierberge en Luc Truyens worden bevorderd tot de derde administratieve klasse van de carrière Buitenlandse Dienst met uitwerking vanaf 1 juli 2016;
- het koninklijk besluit van 16 februari 2017 waarbij het voormelde koninklijk besluit van 14 december 2016 in die zin wordt gewijzigd dat de bevordering van de voornoemde personen tot de derde administratieve klasse van de carrière
IX-9022-1/4
Buitenlandse Dienst uitwerking krijgt vanaf 1 december 2013 in plaats van vanaf 1 juli 2016.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 239.398 van 13 oktober 2017 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden besluiten verworpen.
De verzoekende partij heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
De verwerende partij heeft een memorie van antwoord inge-
diend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
Auditeur Melissa Celis heeft een verslag opgesteld.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 november 2018.
Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Virginie Feyens, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Anthony Poppe, die loco advocaat Patrik De Maeyer verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Auditeur Melissa Celis heeft een met dit arrest eensluidend ad-
vies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge-
coördineerd op 12 januari 1973.
IX-9022-2/4
III. Verzoek tot afstand
3. Met een brief van 28 september 2018 delen de raadslieden van verzoeker aan de Raad van State mee dat hun cliënt “wenst van zijn vraag af te zien”.
4. Verzoeker doet aldus afstand van het geding.
IV. Rechtsplegingsvergoeding
5. Ter terechtzitting vraagt de verwerende partij om, gelet op het gepaard gaan van het beroep tot nietigverklaring met een vordering tot schorsing, het bedrag van de rechtsplegingsvergoeding dat verzoeker haar verschuldigd is, te bepalen op 840 euro.
6. Aan deze vraag van de verwerende partij geeft de Raad van State geen gevolg. In haar memorie van antwoord – overigens op een ogenblik dat de vordering tot schorsing reeds haar beslag had gekregen – heeft de verwerende partij immers uitdrukkelijk verzocht om “de betaling van een rechtsplegingsver-
goeding […] ten belope van 700 euro”. Zij heeft niet in een latere vereffenings-
nota, zoals voorgeschreven bij artikel 84/1 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs-
rechtspraak van de Raad van State‟, in te dienen ten laatste vijf dagen vóór de zitting, om een wijziging van dit bedrag verzocht.
Bijgevolg wordt de rechtsplegingsvergoeding die verzoeker verschuldigd is aan de verwerende partij, bepaald op 700 euro.
BESLISSING
1. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.
IX-9022-3/4
2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 20 december 2018, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:
Bert Thys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier.
De griffier De voorzitter
Tiny Temmerman Bert Thys
IX-9022-4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.295