Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.258 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.258 Généré par l'IA

Cassation appeal dismissed due to loss of standing after applicant received residence permit.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.258
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State declared the cassation appeal inadmissible because the applicant lost their legal interest in the proceedings. The applicant had previously challenged a deportation order that was annulled by the Foreigners' Dispute Board, but subsequently received an F-card residence permit. The court ruled that since the applicant now holds the very residence right sought in the original annulment, they can no longer demonstrate a current interest in overturning the prior decision.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 16 and 17 of the Royal Decree of 30 November 2006 on the procedure for cassation at the Council of State; A cassation appeal is inadmissible if the applicant loses their legal interest during the proceedings, such as when obtaining the residence right previously contested.

Mots-clés

Généré par l'IA
loss of standing cassation appeal legal interest residence permit deportation order procedural admissibility Council of State droit de séjour

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Royal Decree of 30 November 2006 on the procedure for cassation at the Council of State
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

XIVe KAMER

nr. 243.258 van 18 december 2018

in de zaak A. 223.641/XIV-37.554

In zake : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de staatssecretaris, thans de minister bevoegd voor Asiel en Migratie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Carmenta Decordier kantoor houdend te 9041 Gent-Oostakker Orchideestraat 61A

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

XXX

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Samir Baki kantoor houdend te 2100 Deurne Gallifortlei 70

I. Voorwerp van het cassatieberoep

1. Het cassatieberoep, ingesteld op 30 oktober 2017, strekt tot de cassatie van het arrest nr. 192.811 van 28 september 2017 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.

II. Verloop van de rechtspleging

2. Het cassatieberoep is toelaatbaar verklaard bij beschikking nr. 12.671 van 5 januari 2018.

Verweerster heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.

XIV-37.554-1/4

Eerste auditeur Marijke Sterck heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 16 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 12 september 2018.

Staatsraad Carlo Adams heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Brecht Heirman, die loco advocaat Carmenta Decordier verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Daan Lernout, die loco advocaat Samir Baki verschijnt, zijn gehoord.

Eerste auditeur Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Feiten

3. Verweerster dient op 21 oktober 2016 een aanvraag in voor het verkrijgen van een verblijfskaart als familielid van een burger van de Unie, meer bepaald als echtgenote van een Belg.

Op 20 april 2017 neemt de staatssecretaris voor Asiel en Migratie in hoofde van verweerster een beslissing tot weigering van verblijf van meer dan drie maanden met bevel om het grondgebied te verlaten.

Verweerster stelt op 30 mei 2017 tegen deze beslissing een vordering tot schorsing en een beroep tot nietigverklaring in bij de Raad voor

XIV-37.554-2/4

Vreemdelingenbetwistingen. Met een arrest van 28 september 2017 vernietigt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de voornoemde beslissing van 20 april 2017. Dit is het bestreden arrest.

IV. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

4. Het belang bij een cassatieberoep voor de Raad van State moet niet enkel bestaan bij het instellen van dat beroep maar ook gedurende de gehele procedure, tot op het ogenblik van de uitspraak. Het kan teloorgaan door omstandigheden die zich in de loop van het geding voordoen. Daarenboven moet een verzoeker wiens belang in de loop van het geding op grond van relevante gegevens in vraag wordt gesteld, daarover standpunt innemen en het behoud van zijn belang aantonen.

Met een brief van haar raadsman van 5 september 2018 deelt de verzoekende partij mee dat verweerster op 24 mei 2018 in het bezit werd gesteld van een F-kaart, geldig tot 3 mei 2023. Zij deelt mee niet langer over een actueel belang bij het cassatieberoep te beschikken. Bij die brief zijn stavingsstukken gevoegd.

Nu de verzoekende partij verweerster blijkt te hebben gemachtigd tot een verblijfsrecht, gelijk aan het oorspronkelijk gevraagde, valt niet in te zien welk belang de verzoekende partij nog zou hebben bij de cassatie van een arrest waarmee een eerder bevel om het grondgebied te verlaten in hoofde van verweerster werd vernietigd. De verzoekende partij bevestigt dit ter terechtzitting en toont dan ook geenszins het behoud van het vereiste belang aan.

Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk.

XIV-37.554-3/4

V. Kosten

5. Vermits het cassatieberoep wordt verworpen, dient de verzoekende partij als de in het ongelijk gestelde partij te worden beschouwd en dienen de kosten te haren laste te worden gelegd.

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt het cassatieberoep.

2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achttien december tweeduizend achttien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit:

Geert Debersaques, kamervoorzitter, Carlo Adams, staatsraad, Kaat Leus, staatsraad, bijgestaan door Johan Pas, griffier.

De griffier De voorzitter

Johan Pas Geert Debersaques

XIV-37.554-4/4

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.258