Court dismisses annulment appeal because the contested administrative decision was already withdrawn, rendering the appeal purposeless.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State rejected the applicant's appeal for annulment and the request for suspension of enforcement. The contested decision regarding the applicant's failure in a knowledge test had been withdrawn on June 25, 2018, before the appeal was filed. Consequently, the court declared the appeal without object and purposeless under the relevant procedural rules.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 93 and 12 of the Rules of Procedure; An appeal is without object and must be dismissed if the contested administrative decision has been withdrawn prior to the filing of the appeal, rendering the litigation purposeless.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IAJurisprudence citée
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER
nr. 243.214 van 12 december 2018
in de zaak A. 225.290/XIV-37.726
In zake: Eddy GEURTS
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Erik Schellingen en Christophe Bodvin kantoor houdend te 3740 Bilzen Stationlaan 45
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken die woonplaats kiest bij de Federale Politie DGR/JUR
gevestigd te 1050 Brussel Kroonlaan 145/A
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 5 juni 2018, strekt tot de nietigver-
klaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van de Federale Politie, Algemene Directie van het middelenbeheer en de informatie, directie personeel van 6 april 2018 houdende het niet slagen van [verzoeker] op de kennisproef in de zin van het KB Directiebrevet en het bijgevolg niet in aanmerking nemen van de kandidatuur van [verzoeker] tot toelating tot de promotie-opleiding HCP - sessie 2018-2019.”
II. Verloop van de rechtspleging
2. Gelet op het arrest nr. 241.712 van 4 juni 2018 waarbij de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen.
XIV-37.726-1/4
De verwerende partij heeft een nota ingediend.
Eerste auditeur Geert De Bleeckere heeft een verslag opgesteld over het beroep tot nietigverklaring met toepassing van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’, en over de vordering tot schorsing met toepassing van artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 7 november 2018.
Staatsraad Kaat Leus heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Philippe Loix, die loco advocaat Christophe Bodvin verschijnt voor verzoeker en adviseurs Ruben Goosens en Jana Mouton, die verschijnen voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur Geert De Bleeckere heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven, behoudens wat de kosten betreft.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Toepassing korte debattenprocedure
3. De bestreden beslissing is bij beslissing van 25 juni 2018
ingetrokken, zodat het beroep zonder voorwerp is gevallen en “doelloos” is geworden, als bedoeld in artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus
XIV-37.726-2/4
1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.
IV. Kosten
4. Verzoeker vraagt de kosten, waaronder het rolrecht en een rechtsplegingsvergoeding van 850 euro, ten laste te leggen van de verwerende partij.
5. Aangezien er in dit geval toepassing wordt gemaakt van de versnelde rechtspleging van artikel 11/2 van het algemeen procedurereglement, is er overeenkomstig artikel 67, § 2, derde lid, van datzelfde reglement evenwel geen verhoging verschuldigd, zodat het kan volstaan het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van 700 euro aan verzoeker toe te kennen.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring.
2. De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing.
3. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan verzoeker.
XIV-37.726-3/4
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van twaalf december tweeduizend achttien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit:
Kaat Leus, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, bijgestaan door Johan Pas, griffier.
De griffier De voorzitter
Johan Pas Kaat Leus
XIV-37.726-4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.214