Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.138 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.138 Généré par l'IA

Administrative court dismisses annulment appeal due to lack of interest when no counter-memorandum is filed.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.138
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State rejected the annulment appeal filed against a marketing authorization for Olmesartan/Amlodipine tablets. The applicants failed to submit a counter-memorandum within the statutory sixty-day period, leading the clerk to determine that the requisite legal interest for the proceedings was absent. Consequently, the court dismissed the appeal without a full merits examination, ruling that the procedural defect precluded further review.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 21, second paragraph; Article 7 of the Regent's Decision of 23 August 1948: An administrative appeal is dismissed if the applicant fails to file a counter-memorandum within the prescribed time, thereby establishing that the necessary legal interest for the proceedings is lacking.

Mots-clés

Généré par l'IA
lack of legal interest failure to file counter-memorandum procedural dismissal administrative annulment Council of State procedure législation pharmaceutique médicaments autorisation de mise sur le marché

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 21, second paragraph of the Laws on the Council of State, coordinated on 12 January 1973
Article 7 of the Regent's Decision of 23 August 1948 on the organization of the administrative law division of the Council of State

Jurisprudence citée

Généré par l'IA
Arrêt nr. 241.262 van 19 april 2018
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER

nr. 243.138 van 6 december 2018

in de zaak A. 224.226/VII-40.170.

In zake : 1. de NV DAIICHI SANKYO BELGIUM

2. de GMBH DAIICHI SANKYO EUROPE, vennootschap naar Duits recht 3. de SA MENARINI OPERATIONS INTERNATIONAL

LUXEMBOURG, vennootschap naar Luxemburgs recht 4. de NV MENARINI BENELUX

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Eric De Gryse en Fernand De Visscher kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 149, bus 20

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

het FEDERAAL AGENTSCHAP VOOR

GENEESMIDDELEN EN GEZONDHEIDSPRODUCTEN

(FAGG)

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Pierre Legros en Jérôme Sohier kantoor houdend te 1000 Brussel Emile De Motlaan 19

bij wie woonplaats wordt gekozen

Tussenkomende partij :

de BVBA HCS

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Alexei Loubkine kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 221

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 8 januari 2018, strekt tot de nietigverklaring van “de vergunning voor het in de handel brengen (VHB) die

VII-40.170-1/4

werd verleend op 18 augustus 2017 onder nr. BE 514897 voor Olmesartan/Amlodipine HCS 40mg/5mg filmomhulde tabletten”.

II. Verloop van de rechtspleging

2. Bij arrest nr. 241.262 van 19 april 2018 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit verworpen.

De verzoekende partijen hebben een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.

De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend.

De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan de verzoekende partijen ter kennis werd gebracht op 7 augustus 2018.

Op 23 oktober 2018 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partijen, de verwerende partij en de tussenkomende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Beoordeling

3. Bij het versturen van een kopie van de memorie van antwoord aan de verzoekende partijen heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

De verzoekende partijen hebben binnen de termijn van zestig dagen, gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent, geen

VII-40.170-2/4

memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd. Krachtens voornoemd artikel 21, tweede lid, dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt.

De hoofdgriffier heeft de partijen medegedeeld, met toepassing van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer uitspraak zou doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij een van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord.

Er bestaat aanleiding om het beroep te verwerpen.

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt het beroep.

2. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 1.600 euro, elk voor een vierde, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro verschuldigd aan de verwerende partij.

De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro.

VII-40.170-3/4

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zes december tweeduizend achttien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:

Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier.

De griffier De voorzitter

Bart Tettelin Eric Brewaeys

VII-40.170-4/4

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.138