Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.127 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.127 Généré par l'IA

Court dismisses appeal for non-existence of appeal due to withdrawal, ordering costs against withdrawing parties.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.127
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State declared the withdrawal of the appeal valid and dismissed the case. The applicants had withdrawn their claim for the annulment of provincial and regional decrees regarding a road closure. Despite the withdrawal, the court ruled that the opposing parties remained entitled to costs as they were considered the prevailing side in the proceedings.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 30/1, § 1, first paragraph; Article 30/1, § 2, first paragraph of the Coordinated Laws on the Council of State: Withdrawal of an appeal does not preclude the award of costs to the opposing parties if they are deemed to have been in the right.

Mots-clés

Généré par l'IA
withdrawal of appeal costs allocation prevailing party annulment proceedings provincial decree road closure legal costs route d'accès

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 30/1, § 1, first paragraph of the Coordinated Laws on the Council of State
Article 30/1, § 2, first paragraph of the Coordinated Laws on the Council of State
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE Xe KAMER

nr. 243.127 van 6 december 2018

in de zaak A. 219.190/X-16.616.

In zake : 1. Evita NEEFS

2. Jef VAN GIEL

3. Hendrik KARSTEN

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ive Van Giel kantoor houdend te 2018 Antwerpen Generaal Lemanstraat 67

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

1. de PROVINCIE ANTWERPEN

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Reiner Tijs kantoor houdend te 2000 Antwerpen Nassaustraat 37-41

bij wie woonplaats wordt gekozen 2. het VLAAMSE GEWEST

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Willem Slosse en Stijn Brusselmans Mechelsesteenweg 64 bus 201

bij wie woonplaat wordt gekozen

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 9 mei 2016, strekt tot de nietigverklaring van :

“1) [h]et Besluit van de Vlaamse Regering van 7 maart 2016 inzake de beroepen tegen de beslissing van de Deputatie van de Provincie Antwerpen met betrekking tot de gedeeltelijke afschaffing van buurtweg nr. 8, Graffendonk, op het grondgebied van de Gemeente Zoersel […].

2) [h]et Besluit van de Deputatie van de Provincie Antwerpen van 26 februari 2015 tot gedeeltelijke afschaffing van de buurtweg nr. 8, Graffendonk, op het grondgebied van de Gemeente Zoersel […].”

X-16.616-1/4

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend.

Auditeur Wouter De Cock heeft een verslag opgesteld.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 30 november 2018.

Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Julie Vanhoenacker, die loco advocaat Ive Van Giel verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Joris Claes, die loco advocaat Reiner Thys verschijnt voor de eerste verwerende partij, en advocaat Christiaan Beyaert, die loco advocaten Willem Slosse en Stijn Brusselmans verschijnt voor de tweede verwerende partij, zijn gehoord.

Eerste auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Afstand

3. In het auditoraatsverslag wordt voorgesteld de acht middelen van de verzoekende partijen te verwerpen. De verzoekende partijen verklaren hierop, elk in een afzonderlijke brief van 25 oktober 2018, afstand van hun vordering te doen. Zij menen dat er geen reden is om een

X-16.616-2/4

rechtsplegingsvergoeding op te leggen aangezien er door de afstand van geding geen in het gelijk gestelde partij is.

De tweede verzoekende partij vraagt bovendien, ondergeschikt, dat in voorkomend geval de rechtsplegingsvergoeding tot het minimumbedrag van 140 euro wordt beperkt, gelet op haar beperkte financiële draagkracht.

4. De verzoekende partijen leggen zich kennelijk neer bij het voor hen ongunstig auditoraatsverslag.

Anders dan zij menen, mogen in die omstandigheden de verwerende partijen wel degelijk als een in het gelijk gestelde partij in de zin van artikel 30/1, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State worden beschouwd.

5. Het door de tweede verzoekende partij bijgebrachte stuk kan er niet van overtuigen om de rechtsplegingsvergoeding die zij – niet alleen, maar tezamen – met de eerste en de derde verzoekende partij aan de verwerende partijen verschuldigd is, tot 140 euro te verminderen. Het betrokken verzoek wordt bijgevolg niet ingewilligd.

BESLISSING

1. De Raad van State stelt de afstand van het beroep tot nietigverklaring vast.

2. De verzoekende partijen worden, elk voor een derde, verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 600 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan elk van de verwerende partijen.

X-16.616-3/4

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zes december 2018, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:

Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier.

De griffier De voorzitter

Silvan De Clercq Johan Lust

X-16.616-4/4

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.127