Belgian court dismisses request to suspend school uniform ban on hijab for teachers due to lack of urgency.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State rejected the applicant's request to suspend the enforcement of a municipal ban on hijabs for teachers in non-classroom settings. The applicant, a teacher of religious education, argued the ban violated her freedom of religion, but the court found no urgent need for interim relief. The decision rests on the applicant's admission that she derived no further benefit from a suspension at the time of the hearing.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 17, § 1 of the Council of State Rules; An application for suspension of enforcement requires proof of urgency and a prima facie serious ground for annulment, which is absent if the applicant admits no further benefit from the suspension.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE IXe KAMER
nr. 243.075 van 29 november 2018
in de zaak A. 225.770/IX-9338
In zake: Ammoun SROUJI
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pascal Lahousse kantoor houdend te 2800 Mechelen Leopoldstraat 64
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
de GEMEENTE OPWIJK
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk Vanheule kantoor houdend te 9000 Gent Coupure 5
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 25 juli 2018, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van “[h]et besluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Opwijk [van] 5 juni 2018, waarbij het college van burgemeester en schepenen het verbod op het dragen van een hoofddoek door leerkrachten levensbeschouwelijke vakken buiten het klaslokaal in het gemeente-
lijk onderwijs als gevolg van de neutraliteitsverplichting goedgekeurd heeft”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Auditeur Jurgen Neuts heeft een verslag opgesteld.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 november 2018.
IX-9338-1/4
Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge-
bracht.
Advocaat Elke Goossens, die loco advocaat Pascal Lahousse verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Dirk Vanheule, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Auditeur Jurgen Neuts heeft een met dit arrest eensluidend ad-
vies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge-
coördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3.1. Verzoekster is – deels vast benoemd, deels in een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur – leerkracht levensbeschouwelijk onderricht aan twee basisscholen die behoren tot het gemeentelijk onderwijs van de gemeente Opwijk.
3.2. Op 5 juni 2018 keurt het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Opwijk “het verbod op het dragen van een hoofddoek door leerkrachten levensbeschouwelijke vakken buiten het klaslokaal in het gemeente-
lijk onderwijs goed als gevolg van de neutraliteitsverplichting”.
Dit is de thans bestreden beslissing.
3.3. Op 4 september 2018 keurt de gemeenteraad van Opwijk “de toevoeging van het addendum aan het arbeidsreglement van de gemeentelijke scholen goed”. De voor de thans voorliggende zaak relevante passage luidt:
IX-9338-2/4
“Kledijcode Vanuit de neutraliteitsverklaring:
Vanuit het neutraliteitsbeginsel zijn alle leerkrachten eraan gehouden zich te onthouden van alle uiterlijke symbolen aangaande hun levensbeschou-
wing. Dit inclusief leerkrachten levensbeschouwelijke vakken, behoudens tijdens het uitoefenen van hun lesopdracht in het daarvoor ter beschikking gestelde leslokaal.”
IV. Schorsingsvoorwaarden
4. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden.
5. Daargelaten of het bestreden collegebesluit een aanvechtbare rechtshandeling is – wat de verwerende partij betwist – dient te worden vastgesteld dat verzoekster thans onderworpen is aan het verbod op het dragen van “uiterlijke symbolen aangaande hun levensbeschouwing” zoals het op 4 september 2018 is aangenomen door de gemeenteraad van Opwijk als addendum aan het arbeidsre-
glement van de gemeentelijke scholen.
Uitdrukkelijk is op de terechtzitting gevraagd, welk voordeel een schorsing van het collegebesluit haar in die omstandigheden en op dit ogenblik nog kan opleveren. De raadsvrouw van verzoekster moest hierop het antwoord schul-
dig blijven. Integendeel gaf zij aan dat er “geen” voordeel meer van te verwachten valt.
6. De spoedeisendheid van de zaak is dan ook niet aangetoond, wat volstaat om de vordering te verwerpen.
IX-9338-3/4
BESLISSING
De Raad van State verwerpt de vordering.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 29 november 2018, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:
Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier.
De griffier De voorzitter
Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren
IX-9338-4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.075