Court lifts urgent suspension order because plaintiff failed to request annulment of the contested decision.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State lifted the urgent suspension order previously granted by a September 2018 ruling. The plaintiff had not filed a separate request for annulment of the Flemish Community's contract award decision before the suspension was ordered. Consequently, the court was legally bound to revoke the suspension under Article 17, Section 4, Paragraph 3 of the Council of State Rules.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 17, Section 4, Paragraph 3 of the Council of State Rules; If a party seeking urgent suspension fails to file a request for annulment of the contested decision, the Council of State must lift the suspension.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER
nr. 243.008 van 20 november 2018
in de zaak A. 225.933/XII-8600
In zake: 1. de BVBA B. J. DELMOTTE
2. de BVBA VIERING
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Christophe Lenders en Joris Wouters kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 27
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
de VLAAMSE GEMEENSCHAP
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Sofie Logie en Matthias Castelein kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 17 augustus 2018, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “[d]e beslissing dd. 23 juli 2018 van de Vlaamse Gemeenschap, Departement Cultuur, Jeugd en Media, zoals gevoegd bij het aangetekend schrijven van de Vlaamse Overheid, afdeling Aankoopcentrale en Overheidsopdrachten dd. 2 augustus 2018, waarbij wordt beslist om de opdracht „restauratie stucwerk-
plafond barokpaviljoen‟ (bestek nr. 2016/HFB/OPMB/32753) te gunnen aan de nv AltriTempi, […] voor een bedrag van 224.578,19 euro (incl. btw) en niet aan [de bvba B.J. Delmotte en de bvba Viering]”.
XII-8600- 1/4
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 242.318 van 13 september 2018 is de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid bevolen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 23 juli 2018 van de Vlaamse Gemeenschap, departement Cultuur, Jeugd en Media, waarbij wordt beslist om de opdracht “restauratie stucwerkplafond barokpaviljoen” (bestek nr. 2016/HFB/OPMB/32753) te gunnen aan de nv AltriTempi, voor een bedrag van 224.578,19 euro, btw inbegrepen, en is de vordering voor het overige verworpen.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 13 november 2018.
Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Lisa Van Besouw, die loco advocaten Christophe Lenders en Joris Wouters verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Marie Van Den Langenbergh, die loco advocaat Sofie Logie verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Toepassing van artikel 17, § 4, derde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973
3. De verzoekende partijen hebben na het indienen van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid geen verzoekschrift ingediend om de nietigverklaring van de bestreden beslissingen te vorderen. De
XII-8600- 2/4
Raad van State is er in dat geval overeenkomstig artikel 17, § 4, derde lid, van zijn gecoördineerde wetten toe gehouden de uitgesproken schorsing op te heffen.
IV. Kosten
4. Bij besluit van de Vlaamse Gemeenschap, departement Cultuur, Jeugd en Media van 27 september 2018 werd de bestreden gunningsbeslissing ingetrokken. In die omstandigheden past het de kosten, zijnde het rolrecht van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, de bijdrage en de door de verzoekende partijen gevraagde basisrechtsplegingsvergoeding van 700 euro, ten laste te leggen van verwerende partij.
BESLISSING
1. De Raad van State heft de bij arrest nr. 242.318 van 13 september 2018
bevolen schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid op.
2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 40 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partijen.
XII-8600- 3/4
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 20 november 2018, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:
Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier.
De griffier De voorzitter
Greta Scheveneels Johan Bovin
XII-8600- 4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.008