Belgian court dismisses annulment appeal withdrawn by plaintiff and rejects damages claim due to lack of illegality finding.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State formally recorded the plaintiff's withdrawal of the annulment appeal filed against a public procurement decision. Although the plaintiff initially sought damages for restoration, the court noted that Article 25/3, § 3 of the General Rules of Procedure mandates rejecting such claims when no illegality is established. Consequently, the court dismissed the damages request and ordered the plaintiff to bear the procedural costs.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 25/3, § 3 of the General Rules of Procedure; When no illegality is found in the underlying administrative act, the court must reject the request for damages for restoration.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER
nr. 243.006 van 20 november 2018
in de zaak A. 223.954/XII-8475
In zake: de NV V!GO
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Dirk Van Heuven en Maïté Bultheel kantoor houdend te 2600 Antwerpen Cogels Osylei 61
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
het UNIVERSITAIR ZIEKENHUIS GENT
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Frederik Vandendriessche, Ian Arnouts en Matthias De Groot kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25
bij wie woonplaats wordt gekozen
Tussenkomende partij:
de NV AQTOR!
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Frank Judo en Stijn Maeyaert kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 26 januari 2018, strekt tot de nietig-
verklaring van “de beslissing van de Raad van Bestuur van het Universitair Ziekenhuis Gent van 20 november 2017 tot gunning van de overheidsopdracht „Concessie voor het uitvoeren van technisch-orthopedische activiteiten‟ aan
XII-8475-1/4
nv Aqtor!” en de “niet-gunning van de overheidsopdracht „Concessie voor het uitvoeren van technisch-orthopedische activiteiten‟ aan V!go nv”.
Tevens vordert de verzoekende partij een schadevergoeding tot herstel.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 240.346 van 4 januari 2018 is de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de bestreden beslissing verworpen.
De verzoekende partij heeft een verzoekschrift tot nietigverklaring en een verzoek tot schadevergoeding tot herstel ingediend.
De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
Eerste auditeur Inge Vos heeft een verslag opgesteld.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 13 november 2018.
Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Marie Van Den Langenbergh, die verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
XII-8475-2/4
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Afstand van het beroep tot nietigverklaring
3. De verzoekende partij heeft met een brief van 28 september 2018 aan de Raad van State medegedeeld dat zij afstand doet van haar beroep tot nietigverklaring.
IV. Schadevergoeding tot herstel
4. De verzoekende partij vraagt om een schadevergoeding tot herstel toe te kennen.
Artikel 25/3, § 3, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟ (hierna: het algemeen procedurereglement) bepaalt dat “[i]ndien geen onwettigheid wordt vastgesteld, […] het arrest dat de procedure tot nietigverklaring afsluit, eveneens het verzoek om schadevergoeding tot herstel af[wijst]”.
De Raad van State heeft te dezen geen onwettigheid vastgesteld.
Bijgevolg dient het verzoek om schadevergoeding tot herstel te worden verworpen.
V. Kosten
5.1. Aangezien de verzoekende partij afstand doet van haar beroep tot nietigverklaring, past het dat de kosten te haren laste worden gelegd.
5.2. De verwerende partij heeft met een schrijven van 4 oktober 2018
afstand gedaan van de door haar gevorderde rechtsplegingsvergoeding.
XII-8475-3/4
5.3. Gelet op hetgeen werd vastgesteld onder randnummer 4 en op het bepaalde in artikel 70, § 1, vijfde lid, van het algemeen procedurereglement, dient het rolrecht dat verband houdt met het verzoek tot een schadevergoeding tot herstel aan de verzoekende partij te worden terugbetaald.
BESLISSING
1. De Raad van State stelt de afstand van het beroep tot nietigverklaring vast.
2. Het verzoek tot schadevergoeding tot herstel wordt verworpen.
3. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro.
Het onverschuldigde recht in verband met het verzoek tot een schade-
vergoeding tot herstel, begroot op 200 euro, dient aan de verzoekende partij te worden terugbetaald.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 20 november 2018, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:
Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier.
De griffier De voorzitter
Greta Scheveneels Johan Bovin
XII-8475-4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.243.006