Belgian Council of State dismisses appeal for lack of interest due to missed response deadline.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State rejected the applicant's request to annul a decision denying his candidacy for a director's license. The applicant failed to submit a counter-memoir within the sixty-day statutory period, and the court head clerk explicitly notified him of this requirement before the hearing. Since the applicant provided no valid excuse for the delay at the hearing, the court ruled that the necessary legal interest was absent, resulting in the dismissal of the appeal and an order for the applicant to bear the costs.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 21, second paragraph of the Council of State Rules; Article 14bis, paragraph 1 of the Regent's Decision of 23 August 1948: The Council of State establishes the lack of required interest when the applicant fails to meet the deadline for submitting a counter-memoir.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER
nr. 242.968 van 19 november 2018
in de zaak A. 224.862/XIV-37.672
In zake: Herwig VAN DEN BERGH
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Patrick Van Der Straten kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 210 A/10
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister Binnenlandse Zaken die woonplaats kiest bij de Federale Politie DGR/Jur/CTX
gevestigd te 1050 Elsene Kroonlaan 145 A
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 27 maart 2018, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing dd. 15 februari 2018 met nummer DGR-DPP/2018/3458 waarmee de kandidatuurstelling voor de selectieprocedure tot het bekomen van een directiebrevet als onontvankelijk werd afgewezen.”
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan verzoeker ter kennis werd gebracht op 26 juni 2018.
Op respectievelijk 11 september 2018 en 13 september 2018
heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan
XIV-37.672-1/3
verzoeker en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟.
Verzoeker heeft gevraagd om te worden gehoord.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 7 november 2018.
Kamervoorzitter Geert Debersaques heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Pieter Borms, die loco advocaat Patrick Van Der Straten verschijnt voor verzoeker, en adviseur Jana Mouton, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur Geert De Bleeckere heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Beoordeling
3. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt.
Bij het versturen aan verzoeker van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21,
XIV-37.672-2/3
tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent.
Verzoeker heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent.
4. Ter terechtzitting voert verzoeker geen argumenten aan die het niet tijdig indienen van de memorie van wederantwoord kunnen verantwoorden.
5. Krachtens het voormelde artikel 21, tweede lid, dient derhalve te worden vastgesteld dat het vereiste belang ontbreekt om de gevorderde vernietiging te verkrijgen.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietig-
verklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negentien november tweeduizend achttien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit:
Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier.
De griffier De voorzitter
Joris Casneuf Geert Debersaques
XIV-37.672-3/3
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.968