Belgian administrative court dismisses appeal due to late payment of procedural fees without valid force majeure excuse.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State dismissed the appeal filed by EV-POINT INVEST against the Province of East Flanders, ruling the case must be struck off the roll. The applicant failed to pay the required procedural fees and contributions within the statutory thirty-day deadline following receipt of the payment notice. The court rejected the claim that a missed email from their lawyer constituted force majeure or unavoidable error, as the applicant admitted non-payment. Consequently, the appeal was declared inadmissible, though the late fee was refunded to the applicant.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 71, paragraphs 4 and 6 of the Regent's Decree of 23 August 1948; An appeal filed without payment of the prescribed fees and contributions within the thirty-day period is struck off the roll unless force majeure or unavoidable error is proven.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER
nr. 242.705 van 18 oktober 2018
in de zaak A. 225.119/XII-8543
In zake : de CVBA EV-POINT INVEST
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Filip Geerts kantoor houdend te 9300 Aalst Bauwensplein, 1/10
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
de PROVINCIE OOST-VLAANDEREN
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 4 mei 2018, strekt tot de nietigver-
klaring van “de beslissing van de Bestendige Deputatie van de Provincie Oost-
Vlaanderen van 1 maart 2018 in de mate deze beslissing de stopzetting inhoudt van de procedure tot gunning, op basis van een concurrentiedialoog, van de aanneming van diensten met als voorwerp het plaatsen, indienststellen en uitbaten gedurende minimum zestig maanden van laadpunten voor elektrische voertuigen, en in de mate zij de intentie inhoudt om een nieuw bestek op te maken en om op basis hiervan een nieuwe gunningsprocedure te organiseren”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Op 16 juli 2018 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 71, vierde lid, van het besluit van de Regent
XII-8543-1/3
van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟.
De verzoekende partij heeft gevraagd om te worden gehoord.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 oktober 2018.
Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Filip Geerts, die verschijnt voor de verzoekende partij, is gehoord.
Eerste auditeur Jozef Stevens heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Beoordeling
3. Naar luid van artikel 71, vierde en zesde lid, van voormeld besluit van de Regent zal, indien de in het eerste lid bedoelde rekening niet gecrediteerd is binnen de termijn van dertig dagen na de ontvangst van het overschrijvingsformulier ter kwijting van de rechten bedoeld in artikel 70 en de bijdrage bedoeld in artikel 66,6°, het ingestelde beroep van de rol worden geschrapt, tenzij overmacht of onoverkomelijke dwaling is bewezen.
De verzoekende partij betwist niet dat zij de voormelde rechten en bijdrage niet heeft betaald binnen de gestelde termijn van dertig dagen.
XII-8543-2/3
De door de verzoekende partij beweerde niet ontvangst van een e-mailbericht van haar raadsman, bij wie keuze van woonplaats is gedaan, waarin deze haar verzoekt de bedoelde betaling te doen, maakt geen overmacht of onoverkomelijke dwaling uit.
4. Het beroep dient van de rol te worden geschrapt.
BESLISSING
1. Het beroep wordt van de rol geschrapt.
2. Het door de verzoekende partij laattijdig gekweten rolrecht van 220 euro dient haar te worden terugbetaald.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 18 oktober 2018, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:
Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier.
De griffier De voorzitter
Silja Doms Johan Bovin
XII-8543-3/3
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.705