Belgian Council of State dismisses annulment appeal as the contested administrative decision was withdrawn by the defendant.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State dismissed the annulment appeal because the contested decision awarding the public contract to Eurobins was withdrawn by the defendant on March 14, 2018. The plaintiff had sought to annul the initial award based on Eurobins' status as the most advantageous bidder, but the withdrawal rendered the legal challenge moot. Consequently, the court declared the appeal without object and ordered the defendant to bear the litigation costs.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 93 of the Decree of the Regent of 23 August 1948; If the administrative act under review is withdrawn before the judgment, the appeal is declared without object and the defendant bears the costs.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER
nr. 242.704 van 18 oktober 2018
in de zaak A. 224.487/XII-8507
In zake: de BVBA TOTAL WASTE SYSTEMS BELGIUM
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Koen Geelen, Wouter Moonen en Nick Parthoens kantoor houdend te 3500 Hasselt Gouverneur Roppesingel 131
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
de OPDRACHTHOUDENDE VERENIGING DIGIPOLIS
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Annelies Verlinden en Matthias Stinissen kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 106
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 21 maart 2018, strekt tot de nietigverklaring van “[d]e beslissing van 23 januari 2018 waarbij aan de [de bvba Total Waste Systems Belgium] werd meegedeeld dat de overheidsopdracht A000543 – Raamovereenkomst voor het uitrusten van systemen met vullingsensoren en bijhorende software wordt toegewezen aan inschrijver Eurobins BVBA „die overeenkomstig de gunningcriteria de meest voordelige regelmatige offerte heeft ingediend conform de voorwaarden van het bestek en de wet van 17 juni 2016 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten‟”.
XII-8507- 1/4
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 240.979 van 8 maart 2018 is de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de bestreden beslissing ingewilligd.
De verzoekende partij heeft een verzoekschrift tot nietigverklaring ingediend.
Eerste auditeur Ann Eylenbosch heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 oktober 2018.
Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Ruben Massoels, die loco advocaat Wouter Moonen verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Linus Hoet, die loco advocaten Annelies Verlinden en Matthias Stinissen verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Auditeur Ines Martens heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
XII-8507- 2/4
III. Toepassing van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948
‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’
3. De bestreden beslissing is bij beslissing van de opdracht-
houdende vereniging Digipolis van 14 maart 2018 ingetrokken, zodat het beroep zonder voorwerp is gevallen en „doelloos‟ is geworden, als bedoeld in artikel 93
van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟.
IV. Kosten
4.1. Gelet op de intrekking van de bestreden beslissing past het de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en van het beroep tot nietigverklaring ten laste te leggen van de verwerende partij.
Er is te derhalve tevens grond om de verzoekende partij de door haar gevraagde basisrechtsplegingsvergoeding van 700 euro toe te kennen, nu zij door de intrekking van de bestreden beslissing als de in het gelijk gestelde partij dient te worden beschouwd.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 20 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verzoekende partij.
XII-8507- 3/4
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 18 oktober 2018, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:
Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier.
De griffier De voorzitter
Silja Doms Johan Bovin
XII-8507- 4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.704