Court dismisses appeal due to lack of interest when parties fail to submit counter-memorandum within deadline.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State rejected the appeal against the Flemish Minister's decision to partially annul a wind turbine permit. The applicant parties failed to submit a counter-memorandum within the sixty-day statutory period after receiving the respondent's reply. Consequently, the court determined that the requisite legal interest to pursue the annulment was absent, leading to the dismissal of the case.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 7 and 21, second paragraph, of the Rules of Procedure for the Administrative Law Division of the Council of State; failure to submit a counter-memorandum within the prescribed period results in a finding of lack of requisite interest, thereby justifying the dismissal of the appeal.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER
nr. 242.697 van 18 oktober 2018
in de zaak A. 222.172/VII-39.981.
In zake : 1. de GEMEENTE WINGENE
2. de GEMEENTE LICHTERVELDE
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Antoon Lust en Gilles Dewulf kantoor houdend te 8310 Brugge Baron Ruzettelaan 27
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
het VLAAMSE GEWEST
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jürgen Vanpraet en Yannick Peeters kantoor houdend te 8210 Zedelgem Spoorwegstraat 11
bij wie woonplaats wordt gekozen
Tussenkomende partij :
de NV ASPIRAVI
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gregory Verhelst kantoor houdend te 2600 Antwerpen Uitbreidingstraat 2
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 2 mei 2017, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw van 22 februari 2017 waarbij de beroepen ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen van 18 augustus 2016, houdende het verlenen van de milieuvergunning aan de NV Aspiravi voor het exploiteren van een windturbinepark, gelegen aan de Damplasstraat en Vrijgeweidestraat te Lichtervelde en Wingene, gedeeltelijk gegrond worden verklaard en de beroepen beslissing wordt gewijzigd.
VII-39.981-1/3
II. Verloop van de rechtspleging
2. De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 12 juli 2017. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend.
De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan de verzoekende partijen ter kennis werd gebracht op 31 juli 2017.
Op respectievelijk 7 en 5 september 2017 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partijen, de verwerende partij en de tussenkomende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Beoordeling
3. Bij het versturen van een kopie van de memorie van antwoord aan de verzoekende partijen heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
De verzoekende partijen hebben binnen de termijn van zestig dagen, gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent, geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd. Krachtens voornoemd artikel 21, tweede lid, dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt.
De hoofdgriffier heeft de partijen meegedeeld, met toepassing van artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot
VII-39.981-2/3
regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer uitspraak zou doen onder aanvoering van het ontbreken van het vereiste belang, tenzij een van de partijen binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord.
Er bestaat aanleiding om het beroep te verwerpen.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, elk voor de helft, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro verschuldigd aan de verwerende partij.
De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van achttien oktober tweeduizend achttien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:
Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier.
De griffier De voorzitter
Bart Tettelin Eric Brewaeys
VII-39.981-3/3
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.697