Court dismisses appeal due to failure to file continuation request within 30 days after rejection of suspension.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State declared the applicant's appeal inadmissible because she failed to submit a request to continue proceedings within the statutory 30-day period following the rejection of her suspension motion. Although the applicant had previously requested suspension, the court applied the presumption of withdrawal of proceedings under Article 17, § 7 of the Council of State Rules. Consequently, the appeal was dismissed, and the applicant was ordered to pay the costs of the suspension request to the opposing party.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 17, § 7 of the Council of State Rules; When a request for suspension of execution is rejected and the party fails to file a request to continue proceedings within thirty days, a presumption of withdrawal of proceedings applies.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE IXe KAMER
nr. 242.643 van 15 oktober 2018
in de zaak A. 223.532/IX-9154
In zake: Yanice RAES
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christophe Vangeel kantoor houdend te 2018 Antwerpen Lange Lozanastraat 24
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
de VZW SPIJKER
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jim Deridder kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 210A
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 16 oktober 2017, strekt tot de nietig-
verklaring van “de beslissing dd. 18 augustus 2017 waarbij de Interne Beroeps-
commissie van de vzw Spijker beslist om [Yanice Raes] een c-attest op te leggen”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 241.098 van 23 maart 2018 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen.
Het genoemde arrest is op 5 april 2018 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht.
IX-9154-1/3
Op 29 mei 2018 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs-
rechtspraak van de Raad van State‟.
De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden ge-
hoord.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge-
coördineerd op 12 januari 1973.
III. Beoordeling
3. Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de ken-
nisgeving van het arrest.
4. Verzoekster heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechts-
pleging ingediend.
5. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepas-
sing.
BESLISSING
1. De Raad van State stelt de afstand van geding vast.
IX-9154-2/3
2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsver-
goeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 15 oktober 2018, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:
Bert Thys, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier.
De griffier De voorzitter
Tiny Temmerman Bert Thys
IX-9154-3/3
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.643