Belgian court dismisses appeal for non-continuation due to failure to request proceedings continuation within 30 days.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State declared the applicant's request for non-continuation of proceedings as a withdrawal of the case. The applicant had previously sought urgent suspension of an administrative decision but failed to file a request to continue the proceedings within the statutory 30-day period following the rejection of that suspension. Consequently, the court applied the legal presumption of withdrawal and ordered the applicant to bear all associated costs.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 17, § 7 of the Laws on the Council of State; Upon rejection of a request for suspension of execution, failure to file a request for continuation of proceedings within thirty days triggers a legal presumption of withdrawal of the case.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER
nr. 242.552 van 9 oktober 2018
in de zaak A. 225.306/XII-8556
In zake: de NV BEKAERT BUILDING COMPANY
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Ann Eeckhout en Lotte Ottevaere kantoor houdend te 9700 Oudenaarde Droesbekeplein 20
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
het INTERGEMEENTELIJK SAMENWERKINGSVERBAND
VOOR RUIMTELIJKE ORDENING EN
SOCIO-ECONOMISCHE EXPANSIE (SOLVA)
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joost Bosquet kantoor houdend te 2650 Edegem Mechelsesteenweg 326
bij wie woonplaats wordt gekozen
Tussenkomende partij:
de NV ALGEMENE ONDERNEMINGEN ROBERT
WYCKAERT
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Carlos De Wolf kantoor houdend te 9680 Maarkedal Etikhovestraat 6
bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Charlotte De Wolf
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 24 mei 2018, strekt tot de nietigverklaring van :
XII-8556- 1/4
“- […] de beslissing van het Intergemeentelijk Samenwerkingsverband voor Ruimtelijke Ordening en Socio-Economische Expansie […] van 08.05.2018 aan [de nv Bekaert Building Company] overgemaakt bij aangetekend schrijven dd. 09.05.2018, waarbij werd beslist om de overheidsopdracht voor aanneming van werken ‘Bouwen van een politiehuis - Nieuwbouw van een politiekantoor: ruwbouw, afwerking en technieken excl. omgevingsaanleg te gunnen aan Algemene Ondernemingen Robert Wyckaert nv - […] de impliciete weigeringsbeslissing van het Intergemeentelijk Samenwerkingsverband voor Ruimtelijke Ordening en Socio-Economische Expansie waarbij de opdracht niet werd toegewezen aan [de nv Bekaert Building Company].”
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 241.868 van 21 juni 2018 is de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen.
Het voormelde arrest is op 25 juni 2018 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht.
Op 8 augustus 2018 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs-
rechtspraak van de Raad van State’.
De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
XII-8556- 2/4
III. Toepassing van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973
3.1. Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest.
3.2. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
3.3. Het vermoeden van afstand van het geding is te dezen van toepassing.
IV. Kosten
4. In de gegeven omstandigheden past het de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, en de door de verwerende partij gevraagde rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, ten laste te leggen van de verzoekende partij.
BESLISSING
1. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.
2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
XII-8556- 3/4
De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op een rolrecht van 150 euro.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 9 oktober 2018, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:
Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier.
De griffier De voorzitter
Silja Doms Johan Bovin
XII-8556- 4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.552