Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.511 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.511 Généré par l'IA

Belgian court dismisses appeal by unincorporated association against environmental permit decision.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.511
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State rejected the appeal filed by the unincorporated association HOU OKEGEM LEEFBAAR against a Flemish minister's environmental permit decision. The association, lacking legal personality and not recognized by the administration, could not validly challenge the administrative act before the court. Consequently, the appeal was declared inadmissible, and the association was ordered to bear the associated legal costs.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 93 of the General Rules of Procedure for the Administrative Law Division of the Council of State; An unincorporated association without legal personality and not involved in public service operations cannot validly bring an administrative appeal before the Council of State.

Mots-clés

Généré par l'IA
unincorporated association legal personality admissibility of appeal environmental permit administrative law standing to sue public service involvement déchets plastiques

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 93 of the General Rules of Procedure for the Administrative Law Division of the Council of State
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER

nr. 242.511 van 4 oktober 2018

in de zaak A. 225.470/VII-40.305.

In zake : de feitelijke vereniging HOU OKEGEM LEEFBAAR

woonplaats kiezend te 9400 Okegem Fonteinstraat 39

tegen :

het VLAAMSE GEWEST

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 6 juni 2018, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw van 13 april 2018 houdende uitspraak over de beroepen ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen van 12 oktober 2017, houdende het verlenen van de milieuvergunning aan de BVBA Nervia Plastics voor het veranderen van een inrichting voor het vervaardigen van kunststof flessen, gelegen aan de Fonteinstraat 55 te Ninove.

II. Verloop van de rechtspleging

2. Eerste auditeur-afdelingshooft Peter Provoost heeft een verslag overeenkomstig artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: algemeen procedurereglement) opgesteld.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 september 2018.

VII-40.305-1/3

Staatsraad Patricia De Somere heeft verslag uitgebracht.

Eerste auditeur-afdelingshooft Peter Provoost heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Ontvankelijkheid van het beroep

3. In het auditoraatsverslag, waarin wordt voorgesteld de zaak overeenkomstig artikel 93 van het algemeen procedurereglement in “korte debatten” te behandelen, wordt het volgende gesteld:

“2. De verzoekende partij is een feitelijke vereniging zonder rechtspersoonlijkheid. Een feitelijke vereniging kan in beginsel niet op ontvankelijke wijze een handeling van een administratieve overheid voor de Raad van State bestrijden. Dat ligt enkel anders […] wanneer de feitelijke vereniging door de overheid is erkend en bij de werking van een openbare dienst wordt betrokken hetgeen in casu niet het geval is.

BESLUIT

Het beroep is onontvankelijk”.

4. De verzoekende partij betwist dit besluit niet. Na kennisneming van het auditoraatsverslag is zij immers niet ter terechtzitting verschenen om nog een andere visie op de beoordeling door het auditoraat te geven.

De Raad van State ziet geen reden om het anders te zien dan het auditoraat en bevindt aldus, de redenering van het auditoraatsverslag bijvallend, het beroep niet ontvankelijk.

VII-40.305-2/3

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt het beroep.

2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vier oktober tweeduizend achttien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:

Patricia De Somere, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier.

De griffier De voorzitter

Elisabeth Impens Patricia De Somere

VII-40.305-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.511