Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.421 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.421 Généré par l'IA

Court dismisses appeal against environmental permit refusal, ruling the Council of State lacks jurisdiction under the VCRO.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.421
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State dismissed the applicant's appeal against the municipality's decision to refuse an environmental permit for road works. The applicant argued the permit was legally required, but the court found the specific administrative decision fell under the exclusive jurisdiction of the Council for Permit Disputes. Consequently, the Council of State determined it had no authority to review this particular administrative act.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Article 105, § 1 of the Decree of 25 April 2014 on environmental permits; The Council of State lacks jurisdiction over explicit or implicit decisions regarding environmental permits, which are exclusively within the competence of the Council for Permit Disputes.

Mots-clés

Généré par l'IA
environmental permit jurisdictional competence administrative review permit dispute council municipal decision vignette autoroutière droit de passage nécessaire usage abusif de permis et de plaques

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 105, § 1 of the Decree of 25 April 2014 on environmental permits
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE Xe KAMER

nr. 242.421 van 25 september 2018

in de zaak A. 225.060/X-17.216.

In zake : Walter VERMEYLEN

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Olivier Onghena kantoor houdend te 2000 Antwerpen Londenstraat 60/104

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

de GEMEENTE MALLE

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 26 april 2018, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van niet nader genoemde datum van [de gemeente Malle] om geen omgevingsvergunning en derhalve geen openbaar onderzoek te doen m.b.t. het project dat gekend is onder de naam Weg- en rioleringswerken – module 13 – herinrichting Hoogstraatsebaan en omgeving oud gemeentehuis die voortvloeit uit het e-mailbericht van 26 februari 2018 van de gemeentesecretaris”.

II. Verloop van de rechtspleging

2. Auditeur Wouter De Cock heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.

X-17.216-1/4

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 7 september 2018.

Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht.

Auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Feiten

3. Op 14 december 2000 sluit de gemeente Malle met het agentschap Wegen en Verkeer een zogenaamde “module 13”-overeenkomst met betrekking tot de aanleg of verbetering van fietspaden langs gewestwegen door de lokale overheid – meer bepaald met betrekking tot de aanleg van een fietspad langs de gewestweg N14, Hoogstraatsebaan.

Ter plaatse, aan de Hoogstraatsebaan 8A en 18 te Malle, is verzoeker eigenaar van twee onroerende goederen en handelszaken.

Met een e-mail van 19 februari 2018 vraagt hij de gemeentesecretaris van Malle of er niet een aanplakking moet gebeuren vooraleer de werken starten en of er nog de mogelijkheid zal zijn tot het indienen van een bezwaarschrift.

Geantwoord wordt met een e-mail van 26 februari 2018 dat er volgens de stedenbouwkundig ambtenaar van de gemeente geen omgevingsvergunning nodig is; aangezien er geen vergunningsprocedure moet worden gevolgd die een bekendmaking voorschrijft, “zal er dus geen aanplakking gebeuren”.

X-17.216-2/4

IV. Rechtsmacht

4. Verzoeker leest in de voormelde e-mail van 26 februari 2018 de beslissing om geen omgevingsvergunning aan te vragen, ofschoon een dergelijke vergunning volgens zijn middelen wettelijk vereist en volstrekt noodzakelijk zou zijn.

5. Artikel 105, § 1, van het decreet van 25 april 2014 ‘betreffende de omgevingsvergunning’ bepaalt dat “[d]e uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing betreffende een omgevingsvergunning, genomen in laatste administratieve aanleg […] kan bestreden worden bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, vermeld in titel IV, hoofdstuk VIII, van de VCRO”.

Hieruit volgt dat de Raad voor Vergunningsbetwistingen als enige bevoegd is om zich uit te spreken over annulatieberoepen gericht tegen een uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissing betreffende een omgevingsvergunning.

Deze uitdrukkelijke toewijzing van rechtsmacht sluit de rechtsmacht van de Raad van State ten aanzien van die beslissingen uit.

6. Het voorgaande wijst noodzakelijk uit dat de kennisneming van het voorliggende vernietigingsberoep aan de rechtsmacht van de Raad van State onttrokken is.

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt het beroep.

2. De Raad van State verwijst verzoeker in de kosten van het geding, begroot op een rolrecht van 200 euro en de bijdrage van 20 euro.

X-17.216-3/4

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijfentwintig september 2018, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:

Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier.

De griffier De voorzitter

Frank Bontinck Johan Lust.

X-17.216-4/4

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.421