Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.413 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.413 Généré par l'IA

Court dismisses appeal due to failure to request continuation of proceedings within statutory deadline.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.413
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State declared the appeal for annulment abandoned because the parties failed to request the continuation of proceedings within thirty days of the rejected suspension order. Although the mayor had imposed a four-month closure on the supermarket under Article 134quinquies of the new municipal code, the plaintiffs did not act after the suspension request was denied. Consequently, the court ruled that the presumption of abandonment applied, resulting in the dismissal of the annulment claim and an order for the plaintiffs to bear the costs.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Article 17, § 7 of the Council of State Rules; Upon rejection of a suspension request, failure to file for continuation of proceedings within thirty days constitutes a presumption of abandonment of the annulment action.

Mots-clés

Généré par l'IA
presumption of abandonment continuation of proceedings statutory deadline annulment action municipal closure order procedural default costs allocation interdiction des débits de boisson

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 17, § 7 of the Council of State Rules
Article 11/3, § 1 of the Regent's Decision of 23 August 1948
Article 67, § 2, third paragraph of the aforementioned Regent's Decision

Jurisprudence citée

Généré par l'IA
Arrêt nr. 241.562 van 22 mei 2018
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE Xe KAMER

nr. 242.413 van 25 september 2018

in de zaak A. 225.208/X-17.236.

In zake: 1. de BVBA RAHMAN SUPERMARKET

2. Mushtaq DIWAN ALI

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Frank Scheerlinck kantoor houdend te 9000 Gent Recolettenlei 41

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

de STAD KORTRIJK

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Dirk Van Heuven en Leandra Decuyper kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 15 mei 2018, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de burgemeester van de stad Kortrijk van 7 mei 2018 om de handelszaak te 8500 Kortrijk, Zwevegemsestraat 48, een sluiting van vier maanden op te leggen op grond van artikel 134quinquies van de nieuwe gemeentewet.

II. Verloop van de rechtspleging

2. Bij arrest nr. 241.562 van 22 mei 2018 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen.

X-17.236- 1/3

Het genoemde arrest is op 25 mei 2018 aan de verzoekende partijen ter kennis gebracht.

Op 8 augustus 2018 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partijen de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.

De verzoekende partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Beoordeling

3. Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest.

4. De verzoekende partijen hebben geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.

5. Het vermoeden van afstand van het beroep tot nietigverklaring is te dezen van toepassing.

X-17.236- 2/3

IV. Kosten 6. Aan de verwerende partij komt een basisrechtsplegingsvergoeding van 700 euro toe, die gelet op artikel 67, § 2, derde lid, van voormeld besluit van de Regent niet verhoogd wordt.

BESLISSING

1. De Raad van State stelt de afstand van het beroep tot nietigverklaring vast.

2. De verzoekende partijen worden, ieder voor de helft, verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 440 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verwerende partij.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijfentwintig september 2018, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:

Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier.

De griffier De voorzitter

Silvan De Clercq Johan Lust

X-17.236- 3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.413