Court dismisses annulment appeal as the contested administrative decision was withdrawn by the defendant company.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State rejected the annulment appeal because the contested decision awarding the harbor wall contract to NV Artes Depret had been withdrawn by the defendant company. The plaintiff had previously sought an interim suspension of execution, which was granted but the main appeal was filed after the decision was no longer in force. The court declared the appeal inadmissible as it had become pointless due to the withdrawal of the underlying administrative act.
Regeste Legislator
Généré par l'IABesluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, artikel 93: An administrative appeal is declared inadmissible and dismissed as pointless if the contested decision is withdrawn before the judgment is pronounced.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER
nr. 242.360 van 18 september 2018
in de zaak A. 224.701/XII-8514
In zake: 1. de NV ALGEMENE ONDERNEMINGEN SOETAERT
2. de NV JAN DE NUL
samen vormend een tijdelijke handelsvennootschap bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joost Bosquet kantoor houdend te 2650 Edegem (Antwerpen)
Mechelsesteenweg 326
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
de NV MAATSCHAPPIJ VAN DE BRUGSE ZEEHAVEN
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Neil Braeckevelt en Evelien Vanhauter kantoor houdend te 8000 Brugge Ezelstraat 25
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 16 april 2018, strekt tot de nietigver-
klaring van “[d]e beslissing van de raad van bestuur van de Maatschappij van de Brugse Zeehaven, […] van ongekende datum doch zoals betekend op 9 februari 2018, gevolgd door het verslag van nazicht van de offertes zoals betekend op 19 februari 2018, waarbij de overheidsopdracht voor de bouw van een kaaimuur aan de Oostzijde van het Boudewijnkanaal te Zeebrugge (bestek 1 van 2017) wordt gegund aan de N.V. Artes Depret en aan de offerte van [de nv Algemene Ondernemingen Soetaert en de nv Jan De Nul] voorbij werd gegaan”.
XII-8514- 1/4
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 241.206 van 5 april 2018 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van de raad van bestuur van de Maatschappij van de Brugse Zeehaven van 26 januari 2018, waarbij de overheidsopdracht voor de bouw van een kaaimuur aan de Oostzijde van het Boudewijnkanaal te Zeebrugge (bestek 1 van 2017) wordt gegund aan de nv Artes Depret voor een bedrag van 21.698.792,06 euro, btw niet inbegrepen, ingewilligd en is de vordering voor het overige verworpen.
Auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 september 2018.
Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Gert Op de Beeck, die loco advocaat Joost Bosquet verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Wim Nysmans, die loco advocaat Neil Braeckevelt verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
XII-8514- 2/4
III. Toepassing van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948
‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’
3. De bestreden beslissing is bij beslissing van de raad van bestuur van de nv Maatschappij van de Brugse Zeehaven van 25 april 2018 ingetrokken, zodat het beroep zonder voorwerp is gevallen en “doelloos” is geworden, als bedoeld in artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟.
IV. Kosten
4. Gelet op de intrekking van de bestreden beslissing past het de kosten van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid en van het beroep tot nietigverklaring, zijnde het rolrecht, de bijdrage en de door de verzoekende partijen gevraagde rechtsplegingsvergoedingen, ten laste te leggen van de verwerende partij.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 800 euro, een bijdrage van 80 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 1.400 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partijen.
XII-8514- 3/4
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 18 september 2018, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:
Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier.
De griffier De voorzitter
Greta Scheveneels Johan Bovin
XII-8514- 4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.360