Belgian court dismisses police order challenge after mayor withdraws the contested administrative decision.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State dismissed the petition for annulment and urgent suspension of a police work order. The mayor had withdrawn the contested decision before the hearing, rendering the petition without subject matter. Consequently, the court declared the petition inadmissible and ordered the opposing party to bear the legal costs.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArt. 30, § 5 of the Rules of Procedure of the Council of State; When the defendant withdraws the contested act before the Council of State rules on the petition for annulment and suspension, the petition becomes inadmissible without further proceedings.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIIe VAKANTIEKAMER
nr. 242.093 van 12 juli 2018
in de zaak A. 225.627/XIV-37.770
In zake: 1. Kris WOUTERS
2. Marc LOYENS
3. Marc VAN DER BORGHT
4. Tania VLEUGELS
5. het VRIJ SYNDICAAT VOOR HET OPENBAAR AMBT
(VSOA)
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Peter Crispyn kantoor houdend te 9030 Mariakerke Mazestraat 16
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
de BURGEMEESTER VAN DE STAD TURNHOUT
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jan Surmont en Koen Van Den Wyngaert kantoor houdend te 2300 Turnhout de Merodelei 112
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van de vordering
1. Het enig verzoekschrift, ingesteld op 5 juli 2018, strekt tot de nietig-
verklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van “het besluit van de burgemeester van de [stad] Turnhout, op onbekende datum, waarbij verzoekers personeelsleden van de politie Regio Turnhout het bevel hebben gekregen het werk voort te zetten of te hervatten in de zin van art. 126 van de Wet van 7 december 1998 tot organisatie van een
XII-37.770-1/4
geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, doch volgens de burgemeester gegrond op art. 133 en 135 Nieuwe Gemeentewet.”
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 10 juli 2018, om 11.30 uur.
Staatsraad Kaat Leus heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Peter Crispyn, die verschijnt voor de verzoekende partijen en advocaat Koen Van Den Wyngaert, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Intrekking van de bestreden beslissing
3. Met een beslissing van de burgemeester van de stad Turnhout van 9 juli 2018 is de bestreden beslissing ingetrokken.
Artikel 30, § 5, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat, wanneer een vordering tot schorsing en een verzoekschrift tot nietigverklaring aanhangig gemaakt worden bij de Raad van State, en wanneer de aangeklaagde akte ingetrokken wordt, de Raad van State in één en hetzelfde arrest uitspraak kan doen over de vordering tot schorsing en over het
XII-37.770-2/4
verzoekschrift tot nietigverklaring zonder dat de voortzetting van de procedure gevorderd kan worden.
5. Door de intrekking is het verzoekschrift zonder voorwerp gevallen en dienvolgens onontvankelijk geworden.
IV. Kosten
6. In de gegeven omstandigheden past het de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, inbegrepen een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, ten laste van de verwerende partij te leggen.
Er is geen reden om over te gaan tot een verhoging van het basisbedrag van 700 euro; door de intrekking is het beroep doelloos geworden en is de gevoerde procedure beperkt gebleven tot de redactie van het verzoekschrift en de verzoekende partijen voeren geen omstandigheden aan die tot een andere beoordeling zouden moeten leiden.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring en de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid.
2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 1.100 euro, en op een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verzoekende partijen.
XII-37.770-3/4
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 12 juli 2018, door de Raad van State, XIIe vakantiekamer, samengesteld uit:
Kaat Leus, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier.
De griffier De voorzitter
Silja Doms Kaat Leus
XII-37.770-4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.242.093