Flemish government's expropriation authorization appeal dismissed due to lack of jurisdiction after ordinary court hearing.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State rejected the appeal against the Flemish government's authorization for expropriation, ruling that the ordinary court had already examined the measure's legality. The government initiated expropriation proceedings in the first instance court, which required it to verify both internal and external legal validity of the decision. Consequently, the Council of State lacked jurisdiction to review the matter, as the ordinary court's examination precluded its own competence.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 10 and 11 of the Expropriation Act of 1835; When the expropriating authority initiates expropriation proceedings before the ordinary court, the court's power to examine the legality of the expropriation decision excludes the Council of State's jurisdiction to annul that decision.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE Xe KAMER
nr. 241.897 van 26 juni 2018
in de zaak A. 220.950/X-16.810.
In zake : 1. Roger VANDERSTRAETEN
2. Marleen ROOSENBOOM
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jürgen De Staercke kantoor houdend te 9550 Hillegem Dries 77
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
1. het VLAAMSE GEWEST
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom De Sutter kantoor houdend te 9000 Gent Koning Albertlaan 128
bij wie woonplaats wordt gekozen 2. de DIENSTVERLENENDE VERENIGING VENECO² bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sven Vernaillen kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 27
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 12 december 2016, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding van 26 september 2016 “houdende de machtiging tot onteigening verleend aan het intergemeentelijk samenwerkingsverband Veneco voor de onroerende goederen gelegen te Nazareth, Deinze en Kruishoutem, vermeld op het onteigeningsplan, met het oog op de realisatie van het bedrijventerrein ‘Groot Prijkels’”.
X-16.810-1/4
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partijen hebben een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend.
Auditeur Joke Goris heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 15 juni 2018.
Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Jürgen De Staercke, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Annelies Geerts, die loco advocaat Tom De Sutter verschijnt voor de eerste verwerende partij, en die loco advocaat Sven Vernaillen verschijnt voor de tweede verwerende partij, zijn gehoord.
Auditeur Joke Goris heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Kortedebattenprocedure
3. De tweede verwerende partij heeft op 15 november 2017 met toepassing van de wet van 17 april 1835 ‘op de onteigening ten algemene nutte’ aan de verzoekende partijen, eigenaars van te onteigenen onroerende goederen, de dagvaarding laten betekenen om te verschijnen voor de rechtbank van eerste
X-16.810-2/4
aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, teneinde de onteigening te horen uitspreken.
4. Wanneer aldus de onteigenende overheid de vordering tot onteigening bij de rechtbank van eerste aanleg heeft ingeleid, heeft deze als opdracht de voor de onteigening vereiste besluiten zowel op hun interne als op hun externe wettigheid te toetsen. Die bevoegdheid van de gewone rechter sluit de bevoegdheid van de Raad van State uit om kennis te nemen van een beroep tot nietigverklaring van die handelingen; de bevoegdheidsuitsluiting geldt vanaf de dagvaarding om voor de gewone rechter te verschijnen en ten aanzien van de personen die tot die procedure toegang hebben.
5. In de gegeven omstandigheden is er reden het voorliggende beroep te verwerpen bij gebrek aan rechtsmacht en de kosten ten laste te leggen van de verwerende partijen.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. De verwerende partijen worden, elk voor de helft, verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verzoekende partijen.
X-16.810-3/4
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zesentwintig juni 2018, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier.
De griffier De voorzitter
Silvan De Clercq Johan Lust.
X-16.810-4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.897