Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.896 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.896 Généré par l'IA

Administrative appeal dismissed for non-payment of court fees without valid force majeure justification.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.896
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The administrative appeal filed by BVBA SAKURA DCHEN against a zoning permit refusal was dismissed for non-payment of court fees. The applicant argued that her former lawyer's departure to Switzerland constituted force majeure, but the court found no evidence of irresistible obstacles or lack of fault. Consequently, the appeal was struck off the roll under the General Rules of Procedure.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 46 and 71, paragraph 7 of the General Rules of Procedure for the Administrative Law Division of the Council of State; An administrative appeal is struck off the roll if the required court fee is not paid and the applicant fails to prove force majeure or irresistible error.

Mots-clés

Généré par l'IA
administrative appeal court fees force majeure procedural dismissal non-payment penalty General Rules of Procedure zoning permit modification du permis de construire

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
article 71, fourth paragraph of the General Rules of Procedure for the Administrative Law Division of the Council of State
article 46 of the Royal Decree of 25 December 2017 amending various decisions concerning the procedure for the Administrative Law Division of the Council of State
article 71, seventh paragraph of the General Rules of Procedure for the Administrative Law Division of the Council of State
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE Xe KAMER

nr. 241.896 van 26 juni 2018

in de zaak A. 220.149/X-16.715

In zake : de BVBA SAKURA DCHEN

woonplaats kiezend te 9500 Geraardsbergen Marc De Pril Abdijstraat 20

tegen :

het BRUSSELSE HOOFDSTEDELIJKE GEWEST

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Philippe Coenraets en Christophe Lépinois kantoor houdend te 1000 Brussel Ter Kamerenlaan 36

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 31 augustus 2016, strekt tot de nietigverklaring van het “Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 26 mei 2016 betreffende het beroep ingediend door verzoekster bij de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van Brussel tot weigering van de stedenbouwkundige vergunning voor het wijzigen van het gebruik van een bestaande handelszaak naar een eetgelegenheid, Anspachlaan nr. 145”.

II. Verloop van de rechtspleging

2. Op 24 april 2018 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoekster de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 71, vierde lid, van het besluit van de Regent van

X-16.715-1/3

23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna: het algemeen procedurereglement).

Verzoekster heeft gevraagd om te worden gehoord.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 8 juni 2018.

Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht.

Zaakvoerder Babak Amirkhami, die verschijnt voor verzoekster en advocaat Christophe Lépinois, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Eerste auditeur Tom De Waele heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Beoordeling

3. De griffie heeft verzoekster een eerste keer met een brief van 2 september 2016 uitgenodigd om het voor haar beroep verschuldigde rolrecht te voldoen. Met een op 2 maart 2018 ter kennis gebrachte brief is verzoekster er een tweede keer toe uitgenodigd en is haar, onder verwijzing naar artikel 46 van het koninklijk besluit van 25 december 2017 ‘tot wijziging van diverse besluiten betreffende de procedure voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’, gevraagd het rolrecht te voldoen binnen dertig dagen na 1 maart 2018.

X-16.715-2/3

Verzoekster heeft het rolrecht niet betaald.

4 Ter excuus voert zij aan dat haar vroegere raadsman haar liet weten dat hij de balie verliet en thans in Zwitserland woont.

Dit staaft nog geen overmacht of onoverwinnelijke dwaling.

Bovendien wordt van het beweerde zelfs geen begin van bewijs bijgebracht.

5. Er is bijgevolg reden om het ingestelde beroep krachtens voormeld artikel 46 juncto artikel 71, zevende lid, van het algemeen procedurereglement van de rol te schrappen.

BESLISSING

Het beroep wordt van de rol geschrapt.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zesentwintig juni 2018, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:

Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier.

De griffier De voorzitter

Frank Bontinck Johan Lust

X-16.715-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.896