Belgian court dismisses appeal against RIZIV decision due to loss of standing after favorable settlement.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State dismissed the applicant's appeal seeking annulment of a RIZIV insurance committee decision regarding a medical device contract. Although the applicant initially challenged the refusal, the opposing party later granted the applicant's request for contract access with retroactive reimbursement. The court noted that the applicant admitted in her final memorandum that she no longer had an interest in continuing the proceedings. Consequently, the court rejected the appeal and ordered the insurance institute to bear the litigation costs.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 100, 101, 102 of the Code of Administrative Justice; An administrative appeal is inadmissible if the applicant loses standing due to a subsequent settlement or favorable development, rendering the procedural continuation unnecessary.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VIIe KAMER
nr. 241.783 van 14 juni 2018
in de zaak A. 221.886/VII-39.951.
In zake : de VZW ONZE-LIEVE-VROUWZIEKENHUIS AALST
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Ann Dierickx en Filip Van Der Mauten kantoor houdend te 3000 Leuven Mechelsestraat 107-109
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
het RIJKSINSTITUUT VOOR ZIEKTE- EN
INVALIDITEITSVERZEKERING
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Pierre Slegers, Audrey Baeyens en Margaux Kerkhofs kantoor houdend te 1050 Brussel Flageyplein 18
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 7 april 2017, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van het Verzekeringscomité van het [RIZIV]
van 21 februari 2017 waarbij het Verzekeringscomité een ongunstige beslissing neemt over de kandidatuur van [verzoekster] tot toetreding tot de beperkt klinische toepassing-overeenkomst betreffende de hulpmiddelen voor de percutane sluiting van het linker hartoortje in geval van niet-valvulaire voorkamerfibrillatie”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
VII-39.951-1/3
Eerste auditeur Jozef Stevens heeft een verslag opgesteld.
De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 31 mei 2018.
Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Filip Van Der Mauten, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Pierre Slegers, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Ontvankelijkheid van het beroep
3. Met een brief van 11 oktober 2017 deelt de verwerende partij mee dat zij de aanvraag van de verzoekende partij tot toetreding tot de beperkt klinische toepassing betreffende de hulpmiddelen voor de percutane sluiting van het linker hartoortje in geval van niet-valvulaire voorkamerfibrillatie, met retroactieve terugbetaling vanaf 1 januari 2017, heeft goedgekeurd.
VII-39.951-2/3
De verzoekende partij erkent in haar laatste memorie dat zij geen belang meer heeft om de procedure verder te zetten.
Gelet op de omstandigheden eigen aan de zaak, past het de kosten ten laste te leggen van de verwerende partij.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro verschuldigd aan de verzoekende partij.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van veertien juni tweeduizend achttien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:
Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier.
De griffier De voorzitter
Bart Tettelin Eric Brewaeys
VII-39.951-3/3
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.783