Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.779 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.779 Généré par l'IA

Administrative appeal dismissed for late fee payment; late fee refunded but no costs awarded to respondent.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.779
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The administrative appeal was dismissed from the roll due to the applicant's failure to pay the required court fee within thirty days of receiving the notification. Although the applicant argued that changing procedural rules should not affect pending cases, the court found no force majeure or irreparable error justifying the delay. Consequently, the appeal was rejected, but the late fee was refunded, and no litigation costs were awarded to the respondent.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Article 71, fourth paragraph of the Regent's Decree of 23 August 1948; Article 46 of the Royal Decree of 25 December 2017: An administrative appeal is automatically dismissed from the roll if the required court fee is not paid within the statutory period, unless force majeure or irreparable error is proven; such dismissal does not automatically entitle the respondent to litigation costs.

Mots-clés

Généré par l'IA
administrative appeal court fee payment dismissal from roll force majeure litigation costs procedural deadline refund of fees qualité pour recourir contre permis

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 71, fourth paragraph of the Regent's Decree of 23 August 1948
Article 46 of the Royal Decree of 25 December 2017
Article 30/1, Section 1, first paragraph of the coordinated Laws on the Council of State
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER

nr. 241.779 van 14 juni 2018

in de zaak A. 223.594/VII-40.113.

In zake : Ludwig GENIE

wonende te 3130 Begijnendijk Betekomsesteenweg 16, bus 1

tegen :

de GEMEENTE BEGIJNENDIJK

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bert Beelen kantoor houdend te 3000 Leuven Justus Lipsiusstraat 24

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 15 oktober 2017, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Begijnendijk van 21 augustus 2017 houdende aktename en weigering van de melding klasse 3 voor de niet-vergunde milieuactiviteiten ter hoogte van de Betekomsesteenweg 16 te Begijnendijk.

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend.

VII-40.113-1/4

Op 25 april 2018 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoeker de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 71, vierde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Verzoeker heeft gevraagd om te worden gehoord.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 7 juni 2018.

Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht.

Verzoeker, die in persoon verschijnt, en advocaat Sarah Brouwers, die loco advocaat Bert Beelen verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Eerste auditeur Rita Van Den Eeckhout heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Beoordeling

3. Naar luid van artikel 71, vierde lid, van voormeld besluit van de Regent zal, indien de in het eerste lid bedoelde rekening niet gecrediteerd is binnen de termijn van dertig dagen na de ontvangst van het overschrijvingsformulier, het ingestelde beroep van de rol worden geschrapt.

VII-40.113-2/4

In het schrijven waarbij aan verzoeker de voor het overschrijven van de verschuldigde kosten vereiste gegevens werden meegedeeld, heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 71, vierde lid.

Verzoeker heeft de betrokken rekening niet gecrediteerd binnen de voormelde termijn van dertig dagen.

4. Verzoeker voert in zijn vraag om gehoord te worden aan dat “[a]ls tijdens de procedure de regels veranderen, [hij] meen[t] […] dat [de]

opgestarte dossiers toch aan de oude regels dienen verdergezet te worden”.

Daarbij ziet verzoeker evenwel over het hoofd dat artikel 46

van het koninklijk besluit van 25 december 2017 tot wijziging van diverse besluiten betreffende de procedure voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in een specifieke regeling heeft voorzien voor “de zaken, ingeleid voor de inwerkingtreding van dit besluit en waarin het rolrecht nog niet werd gekweten”. Ter terechtzitting betwist verzoeker niet dat hij het verschuldigde rolrecht pas heeft betaald na het verstrijken van de voorgeschreven termijn van dertig dagen. Hij voert geen redenen van overmacht of onoverkomelijke dwaling aan.

5. Het beroep dient van de rol te worden geschrapt.

6. De schrapping van de rol brengt niet mee dat de verwerende partij als de “in het gelijk gestelde partij”, in de zin van artikel 30/1, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, moet worden beschouwd. Er bestaat derhalve geen aanleiding om aan de verwerende partij de gevraagde rechtsplegingsvergoeding toe te kennen.

VII-40.113-3/4

BESLISSING

1. Het beroep wordt van de rol geschrapt.

2. Het laattijdig betaalde rolrecht van 200 euro wordt terugbetaald aan verzoeker.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van veertien juni tweeduizend achttien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:

Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier.

De griffier De voorzitter

Elisabeth Impens Peter Sourbron

VII-40.113-4/4

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.779