Belgian Council of State dismisses appeal for lack of interest due to missed response deadline.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State lifted the suspension order and dismissed the plaintiff's appeal for non-annulment. The plaintiff failed to submit a counter-memorandum within the sixty-day deadline required by the Regent's Decision. Consequently, the court found the requisite legal interest for the annulment action was absent.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 21, second paragraph of the Council of State Act; Article 14bis, § 1 of the Regent's Decision of 23 August 1948: Failure to submit a counter-memorandum within the statutory period results in the absence of requisite legal interest, leading to the dismissal of the appeal.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IAJurisprudence citée
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE IXe KAMER
nr. 241.773 van 14 juni 2018
in de zaak A. 223.407/IX-9146
In zake: Margaux TORRELLE
woonplaats kiezend te 8530 Harelbeke Marktstraat 52
tegen:
de VZW SCHOOLBESTUUR DE PLEINSCHOOL &
SINT-AMANDSCOLLEGE
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pieter Dewaele kantoor houdend te 8500 Kortrijk Groeningestraat 33
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 29 september 2017, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de beroepscommissie van het Guldensporencollege te Kortrijk van 14 september 2017 om het beroep van Margaux Torrelle onontvankelijk te verklaren.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 239.307 van 5 oktober 2017 is de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing ingewilligd.
Bij arrest nr. 240.068 van 4 december 2017 is een voorlopige maatregel bevolen.
IX-9146-1/4
De verwerende partij heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan de verzoekende partij ter kennis werd gebracht op 5 december 2017.
Op 21 februari 2018 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.
Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 juni 2018.
Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Diane Mareen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Beoordeling
3. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken
IX-9146-2/4
van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt.
Bij het versturen aan de verzoekende partij van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent.
De verzoekende partij heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7
van voormeld besluit van de Regent.
4. Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt.
IV. Kosten
5. Gelet op de concrete omstandigheden van de zaak, is er reden om de verwerende partij te veroordelen tot betaling van de kosten van de vordering tot het opleggen van voorlopige maatregelen.
BESLISSING
1. De schorsing bevolen bij arrest nr. 239.307 van 5 oktober 2017 wordt opgeheven.
2. De Raad van State verwerpt het beroep.
3. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro en een rechtsplegings-
vergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
IX-9146-3/4
De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot het opleggen van voorlopige maatregelen, begroot op een rolrecht van 200 euro.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 14 juni 2018, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:
Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier.
De griffier De voorzitter
Vera Wauters Geert Van Haegendoren
IX-9146-4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.773