Court grants urgent suspension of building permit for event venue due to parking obstruction and public interest.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State granted an urgent suspension of the execution of a building permit issued to Simply Better for the TO2 2018 event, while rejecting the broader request for a penalty clause. The applicant argued that the new permit would cause severe parking obstruction on Terhulpsesteenweg, hindering traffic flow and future events, whereas the administration claimed the impact was negligible. The court found the urgency condition met due to the imminent impact on public traffic and the need to protect the applicant's legitimate interest in holding the event.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31, 32, 33, 34, 35, 36, 37, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 44, 45, 46, 47, 48, 49, 50, 51, 52, 53, 54, 55, 56, 57, 58, 59, 60, 61, 62, 63, 64, 65, 66, 67, 68, 69, 70, 71, 72, 73, 74, 75, 76, 77, 78, 79, 80, 81, 82, 83, 84, 85, 86, 87, 88, 89, 90, 91, 92, 93, 94, 95, 96, 97, 98, 99, 100 of the Code of Administrative Justice: The court may order a suspension of execution if the applicant demonstrates a legitimate interest, a risk of irreparable harm, and urgency, but the scope of suspension must be limited to the specific measures causing the alleged harm.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE Xe KAMER
nr. 241.709 van 1 juni 2018
in de zaak A. 225.344/X-17.255.
In zake : DARIYA BEZUGLA
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pieter Van Assche kantoor houdend te 9000 Gent Koning Albertlaan 128
bij wie woonplaats wordt gekozen en eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sander Kaïret kantoor houdend te 9930 Zomergem Kerkstraat 1
tegen :
het BRUSSELSE HOOFDSTEDELIJKE GEWEST
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stijn Butenaert en Andy Hoedenaeken kantoor houdend te 1080 Brussel Leopold II-laan 180
bij wie woonplaats wordt gekozen
Tussenkomende partijen :
1. de BVBA SIMPLY BETTER
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Ivan-Serge Brouhns, Bert Van Herreweghe en Guillaume Possoz kantoor houdend te 1170 Brussel Terhulpsesteenweg 178
bij wie woonplaats wordt gekozen 2. de NV DROH!ME EXPLOITATION
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Filip De Preter en François Tulkens kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3
bij wie woonplaats wordt gekozen
X-17.255-1/11
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 31 mei 2018, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van het besluit van de gemachtigde ambtenaar van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 25
mei 2018 waarbij de stedenbouwkundige vergunning wordt afgegeven aan de bvba Simply Better voor “Organisatie van TO2 2018” voor een periode van drie maanden op een terrein gelegen aan de Terhulpsesteenweg 50-53 te Ukkel en waarbij de op 6 maart 2018 verleende vergunning met hetzelfde voorwerp wordt ingetrokken.
Verzoekster vraagt verder als voorlopige maatregel aan de verwerende partij verbod op te leggen een vergunning af te leveren “met retroactieve werking en zonder wachttermijn” op straffe van een dwangsom van 250.000 € per vergunning.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend.
Met een verzoekschrift van 1 juni 2018 hebben de bvba Simply Better en de nv Droh!me Exploitation gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 1 juni 2018, om 14.00 uur.
Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Sander Kaïret, die verschijnt voor verzoekster, advocaat Andy Hoedenaeken, die verschijnt voor de verwerende partij, advocaten Ivan-Serge Brouhns, Bert Van Weerdt en Guillaume Possoz, die verschijnen voor
X-17.255-2/11
de eerste tussenkomende partij, en advocaat Bert Van Herreweghe, die verschijnt voor de tweede tussenkomende partij, zijn gehoord.
Auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Tussenkomsten
3. De verzoeken tot tussenkomst van de bvba Simply Better en de nv Droh!me Exploitation worden ingewilligd. Hun belangen zijn bij de zaak betrokken.
IV. Feiten
4. ‟s Raads arrest nr. 241.563 van 22 mei 2018 (zaak A.
225.211/X-17.237) beveelt, op vordering van verzoekster, de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de gemachtigde ambtenaar van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 6 maart 2018 waarbij de stedenbouwkundige vergunning wordt afgegeven aan de bvba Simply Better voor “Organisatie van TO2 2018” voor een periode van drie maanden op een terrein gelegen aan de Terhulpsesteenweg 50-53 te Ukkel.
5. Er wordt verwezen naar de feitenuiteenzetting in het voornoemde arrest.
6. Met een besluit van 25 mei 2018 trekt de gemachtigde ambtenaar van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest de laatstgenoemde vergunning in en verleent hij de door de bvba Simply Better gevraagde vergunning opnieuw. Dit is het bestreden besluit.
X-17.255-3/11
V. Vordering tot schorsing
A. Opsomming van de schorsingsvoorwaarden
7. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing.
B. Ernstig middel
Standpunt van de partijen
8. Verzoekster voert in haar derde middel de schending aan van artikel 35/3, 2°, van het besluit van 13 november 2008 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering „tot bepaling van de handelingen en werken die vrijgesteld zijn van een stedenbouwkundige vergunning, van het advies van de gemachtigde ambtenaar, van de gemeente, van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, van de overlegcommissie evenals van de speciale regelen van openbaarmaking of van de medewerking van een architect‟ (hierna:
het vrijstellingsbesluit), van artikel 15 van de algemene voorschriften van het gewestelijk bestemmingsplan, van de artikelen 2 en 3 van de formelemotiveringswet en van het motiverings- en het zorgvuldigheidsbeginsel.
Verzoekster wijst er op dat krachtens het op het beschermd gebied toepasselijke artikel 35/3 van het vrijstellingsbesluit voor de plaatsing van tijdelijke installaties met een “evenementieel karakter” voor een duur van ten hoogste drie maanden er enkel geen advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen en van de gemeente moet worden gevraagd op
X-17.255-4/11
voorwaarde dat “ze niet afwijken van [het] bestemmingsplan”. Volgens verzoekster wordt in het bestreden besluit onterecht aangenomen dat aan die voorwaarde zou zijn voldaan. Er moet immers worden vastgesteld dat de vergunning zich ook uitstrekt tot de parking voor motorvoertuigen. De bewering in het bestreden besluit dat de aanvraag geen betrekking zou hebben op deze parking is onjuist. Zoals de Raad van State heeft vastgesteld in het arrest nr.
241.563 van 22 mei 2018 worden op de plannen de parkeerplaatsen op de parking aangeduid, alsook de plaatsing van lichttotems.
Verzoekster benadrukt dat zowel het louter plaatsen van lichttotems als de inplanting van de parking in zijn geheel afwijkt van de bestemming bosgebied van het gewestelijk bestemmingsplan.
De in het bestreden besluit vermelde omstandigheid dat een derde een vergunning heeft aangevraagd om de open plek in het bosgebied in te richten als parking verandert niets aan het voorgaande.
9. De verwerende partij en de tussenkomende partijen benadrukken dat de verduidelijkende plannen “2A” en “3B” van de eerste tussenkomende partij elke onduidelijkheid die de op 6 maart 2018 ontvangen plannen konden doen rijzen hebben weggenomen: het staat onomstotelijk vast de aanvraag van de laatstgenoemde partij géén betrekking heeft op de in bosgebied gelegen parking. Het is dan ook volkomen terecht dat in het bestreden besluit vermeld wordt dat de aanvraag niet op het parkeerterrein slaat waarop zich een bestaande parking van lang vóór 1971 bevindt. Deze parking wordt tijdens het evenement door de eerste tussenkomende partij geëxploiteerd op basis van de aan haar op 30 april 2018 afgegeven exploitatievergunning.
Beoordeling
10. De verduidelijkende plannen “2A” en “3B” waarvan sprake in het vorige randnummer blijken niets anders te zijn dan een van na 22 mei 2018
daterende afdruk van de op 6 maart 2018 ontvangen plannen “2A” en “3B”
X-17.255-5/11
waarop de aanduiding van de ingerichte parking met 200 aangeduide parkeerplaatsen vervangen is door de weergave van een onbebouwd terrein met enkele geïsoleerde bomen.
11.1. Wat de territoriale reikwijdte van de aanvraag betreft moet op basis van de officiële stukken ervan – dit zijn de in het ontvangstbewijs van 6
maart 2018 opgesomde documenten – het hierna volgende worden vastgesteld.
11.2. Zoals reeds is vastgesteld in ‟s Raads arrest nr. 241.563 van 22
mei 2018 duidt het bij de aanvraag gevoegde plan “1A” in de open plek in het bosgebied 200 parkeerplaatsen voor motorvoertuigen – waarvan vier voor personen met beperkte mobiliteit – en de plaatsing van drie lichttotems aan, die op het eerste gezicht tijdelijke installaties voor het evenement “TO2” zijn.
Zoals blijkt uit de in het laatstgenoemde arrest opgenomen uittreksel ervan (randnr. 5.4) zijn de drie lichttotems, de “kiss & ride”-zone en elk van de 200 parkeerplaatsen op de parking ingetekend op het grafische plan “1A”.
11.3. Het door de eerste tussenkomende partij ingevulde aanvraagformulier stelt uitdrukkelijk dat de voor het publiek van het evenement een private parking in open lucht wordt opengesteld, die gesloten zal worden in geval van een grote toevloed in de Terhulpsesteenweg.
11.4. In de passende beoordeling die bij de aanvraag is gevoegd wordt uitdrukkelijk vermeld dat de parking in bosgebied gelegen is en wordt de inplantingsplaats van de parking beschreven onder meer door de opname van foto‟s van de aldaar aanwezige bomen die opgenomen zijn in de wetenschappelijke inventaris van het natuurlijk erfgoed. Er wordt in dit document aangegeven hoe deze bomen beschermd zullen worden. Verder wordt uitdrukkelijk ingegaan op de lichthinder van de parking voor de Natura 2000-
zone, meer bepaald voor de vleermuizen. Volgens de nota kan de hinder voldoende ingeperkt worden door op de parking de verlichting naar de grond te richten en de aldaar aanwezige bomen niet uit te lichten. Door langs de parking
X-17.255-6/11
ondoorzichtige dekzeilen te plaatsen wordt verhinderd dat de autolichten in het bos schijnen.
12. Op basis van de in randnummers 11.2 tot 11.4 opgesomde elementen komt de Raad van State voorhands tot de conclusie dat in het bestreden besluit ten onrechte is voorgehouden dat de aanvraag geen betrekking zou hebben op de parking.
De verduidelijkende plannen “2A” en “3B” van na 22 mei 2018, waarvan het statuut onduidelijk is, kunnen die conclusie niet aan het wankelen brengen.
13. Prima facie moet dus (opnieuw) worden aangenomen dat de aanvraag en ook de bestreden vergunning zich uitstrekt tot de in het bosgebied van het gewestelijk bestemmingsplan gelegen parking.
Het inrichten als parking voor motorvoertuigen van de “TO2”-
bezoekers lijkt moeilijk verenigbaar met de bestemming bosgebied.
Op het eerste gezicht had over de aanvraag dan ook het voorafgaandelijk advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen en van de gemeente moeten worden ingewonnen, wat te dezen niet is gebeurd.
14. De conclusie is dat het derde middel ernstig voorkomt.
C. Uiterst dringende noodzakelijkheid
Standpunt van de partijen
15. Verzoekster wijst er op dat het grootschalige openluchtevenement dagelijks vele honderden en zelfs duizenden bezoekers aantrekt. Dit jaar wordt naast de diverse activiteiten ook voorzien in het uitzenden
X-17.255-7/11
van de voetbalwedstrijden van de nationale ploeg op het wereldkampioenschap.
De editie van 2017 leert dat er, naast de overlast inzake zwerfvuil, geur- en geluidshinder, daadwerkelijk grote mobiliteitsproblemen rijzen. Eenmaal de veel te kleine parking volzet is, parkeren bezoekers zich wederechtelijk op de parkeerplaatsen van de nabijgelegen appartementsgebouwen en op de Terhulpensesteenweg – een drukke verbindingsweg – waardoor voetgangers en fietsers ernstig in gevaar worden gebracht en bewoners nog onmogelijk kunnen parkeren.
16. Volgens de verwerende partij verliest verzoekster uit het oog dat de bestreden beslissing volledig ten uitvoer is gelegd. Alle installaties zijn momenteel geplaatst. In die omstandigheden kan men niet aannemen dat verzoekster nog een belang heeft bij een verzoek tot schorsing, aangezien de werken die zij beoogt te voorkomen reeds zijn uitgevoerd.
17. De verwerende partij en de tussenkomende partijen stellen dat verzoekster geen bewijs levert van persoonlijke schade van enige omvang of enig belang. Zij geeft niet aan wanneer haar foto‟s van fout geparkeerde voertuigen genomen zijn. Het mobiliteitsplan biedt alle nodige waarborgen. Alle maatregelen om foutparkeren te voorkomen zijn genomen. Sedert de opening op 18 mei 2018 heeft zich geen enkele effectieve hinder voorgedaan. Voor personen die toch problemen zouden ondervinden stelt de eerste tussenkomende partij 24
uur op 24 een telefonische “hot-line” ter beschikking.
Beoordeling
18. De in randnummer 16 weergeven argumentatie komt er op neer dat verzoekster geen belang zou hebben bij haar vordering omdat het bevelen van de schorsing van de tenuitvoerlegging voor haar geen nut zou hebben. Deze argumentatie gaat er aan voorbij dat, zoals reeds werd opgemerkt in het arrest nr.
241.563 van 22 mei 2018, de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit impliceert dat de installaties voor het evenement worden verwijderd, wat gewis het door verzoekster nagestreefde belang dient.
X-17.255-8/11
19. Verzoekster overtuigt ervan dat het betrokken evenement een belangrijke toestroom van motorvoertuigen voor haar woongebouw genereert. Zij maakt aannemelijk dat zodra de op de parking voorziene parkeerplaatsen volzet zijn, er getracht zal worden om langs de openbare weg te parkeren. Uit de gegevens van de zaak blijkt evenwel dat, daargelaten de privéterreinen zoals dat van verzoeksters woongebouw, er langs de Terhulpsesteenweg geen voertuigen kunnen worden geparkeerd zonder de doorstroming van het (voetgangers)verkeer te hinderen. Niet ten onrechte houdt verzoekster voor dat in de zeer nabije toekomst nog tal van grootschalige evenementen voorzien zijn, onder meer naar aanleiding van de wereldbeker voetbal.
Met hun in randnummer 17 weergegeven argumenten relativeren de verwerende partij en de tussenkomende partijen de hinder die verzoekster zal ondervinden, doch ze slagen er niet in de realiteit van het bestaan ervan te ontkrachten.
20. Verzoekster doet in de gegeven omstandigheden voldoende blijken van een urgentie die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van een gewone vordering tot schorsing.
21. De voorwaarde van een uiterst dringende noodzakelijkheid is vervuld.
VI. Verzoek tot het opleggen van een voorlopige maatregel met dwangsom
Standpunt van de partijen
22. Verzoekster vraagt als voorlopige maatregel aan de gemachtigde ambtenaar van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest verbod op te leggen een vergunning af te leveren “met retroactieve werking en zonder wachttermijn” op straffe van een dwangsom van 250.000 € per vergunning.
X-17.255-9/11
23. De verwerende partij stelt dat de gevorderde voorlopige maatregel te vaag en te algemeen is.
24. De eerste tussenkomende partij stelt dat de gevorderde voorlopige maatregel uitgaat van een juridische redenering die absoluut niet evident is en daarom alleen al moet worden afgewezen.
Beoordeling
25. Het uitgangspunt van verzoekster is dat het contra legem is een vergunning af te leveren “met retroactieve werking en zonder wachttermijn”. Dit uitgangspunt stelt een juridisch vraagstuk aan de orde dat hiervoor niet aan bod is gekomen. Alleen al om die reden kan verzoekster – in de huidige stand van de zaak – niet overtuigen van de noodzaak om de gevraagde voorlopige maatregel op te leggen.
VII. Omvang van de schorsing
26. Gelet op het door verzoekster nagestreefde belang dient de te bevelen schorsing van de tenuitvoerlegging zich enkel uit te strekken tot de artikelen 1 tot 6 van het bestreden besluit waarmee de stedenbouwkundige vergunning wordt afgegeven.
BESLISSING
1. De verzoeken tot tussenkomst van de bvba Simply Better en de nv Droh!me Exploitation worden ingewilligd.
2. De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de gemachtigde ambtenaar van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 25 mei 2018 in zoverre de stedenbouwkundige vergunning wordt afgegeven aan de bvba Simply Better voor “Organisatie van TO2 2018” voor
X-17.255-10/11
een periode van drie maanden op een terrein gelegen aan de Terhulpsesteenweg 50-53 te Ukkel.
3. De Raad van State verwerpt de vordering voor het overige.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van een juni 2018, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Jan Clement, staatsraad, wnd. voorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier.
De griffier De voorzitter
Frank Bontinck Jan Clement
X-17.255-11/11
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.709