Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.686 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.686 Généré par l'IA

Court dismisses suspension request as applicant failed to prove urgency despite alleged illegality.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.686
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State rejected the applicant's request to suspend the enforcement of a partially upheld environmental permit for a waste-to-energy plant. The applicant argued that the permit's legality was flawed and that immediate execution would cause irreparable harm, but the court found no evidence of urgency. The court ruled that procedural errors or general fears of project advancement do not satisfy the strict requirement for suspension under Article 17 of the Council of State laws.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Art. 17 § 1 wetten op de Raad van State; Suspension of administrative acts requires proof of urgency and irreparable harm, which cannot be established merely by alleging illegality or general project progression.

Mots-clés

Généré par l'IA
suspension of enforcement urgency requirement environmental permit administrative review irreparable harm Council of State waste-to-energy plant risque écologique

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Art. 17 § 1 of the Council of State laws
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER

nr. 241.686 van 31 mei 2018

in de zaak A. 221.044/VII-39.866.

In zake : Marc KEUNEN

wonende te 3583 Beringen Dullardstraat 7

alwaar woonplaats wordt gekozen

tegen :

het VLAAMSE GEWEST

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk De Greef kantoor houdend te 1700 Dilbeek Eikelenberg 20

bij wie woonplaats wordt gekozen

Tussenkomende partij :

de NV BIONERGA

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steve Ronse en Thomas Quintens kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 26 februari 2018, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw van 20 oktober 2016 waarbij de beroepen ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincieraad van Limburg van 29 augustus 2013, houdende het verlenen van een milieuvergunning aan de NV Bionerga voor een nieuwe afvalenergiecentrale, gelegen aan de Industrieweg te Beringen, gedeeltelijk gegrond worden verklaard en de vergunning onder voorwaarden wordt verleend.

VII-39.866-1/7

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.

De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 24 februari 2017.

Eerste auditeur Rita Van Den Eeckhout heeft een verslag opgesteld.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 24 mei 2018.

Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht.

Verzoeker, die verschijnt in persoon, advocaat Dirk De Greef, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Thomas Quintens, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord.

Eerste auditeur Rita Van Den Eeckhout heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Feiten

3.1. De NV Bionerga dient op 18 maart 2013 een aanvraag in tot het verkrijgen van een milieuvergunning klasse 1 voor de exploitatie van een nieuwe

VII-39.866-2/7

(biostoom)afvalcentrale gelegen aan de Industrieweg te Beringen, kadastraal gekend als afd. 2, Sie A, perceelnrs 191D (deel), 243 E (deel) en 459 Y (deel). De energiecentrale beschikt over een verwerkingscapaciteit van 200.000 ton afval per jaar.

3.2. Op 29 augustus 2013 verleent de deputatie van de provincieraad van Limburg de vergunning onder voorwaarden, met uitzondering van de grondwaterwinning.

3.3. Hiertegen worden enkele bestuurlijke beroepen aangetekend bij de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw.

3.4. Op 20 oktober 2016 verklaart de minister de beroepen gedeeltelijk gegrond en verleent zij de vergunning onder gewijzigde voorwaarden.

Dit is de bestreden beslissing.

3.5. De stedenbouwkundige vergunning dateert van 5 december 2013.

IV. Voorwaarden van de vordering tot schorsing

4. Luidens artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, kan slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een procedure tot nietigverklaring én dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van het besluit prima facie kan verantwoorden.

5. Er kan alleen rekening worden gehouden met hetgeen daarover in het verzoekschrift werd uiteengezet en gestaafd. De Raad van State kan geen acht slaan op hetgeen in later ingediende geschriften of ter terechtzitting nog door

VII-39.866-3/7

de verzoekende partij wordt bijgebracht. De verwerende en de tussenkomende partij kunnen daarop immers niet meer schriftelijk repliceren en de auditeur kan daarover niet op een deugdelijke wijze advies verlenen in een procedure die op grond van artikel 22 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State essentieel schriftelijk is.

Spoedeisendheid

6. Een zaak is spoedeisend, en dus vatbaar voor beoordeling in kort geding, zodra de vrees voor schade van enig belang, of zelfs voor ernstige nadelen, een onmiddellijke beslissing wenselijk maakt. Bijgevolg mag het kort geding worden gehanteerd wanneer het geschil niet met de gewone procedure binnen de gewenste tijdspanne kan worden opgelost.

7. Het komt aan de verzoekende partij toe dienstige, precieze en specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de gevolgen van een voortdurende tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing.

8. Uit de uiteenzetting moet blijken waarom een behandeling van het beroep in een procedure tot nietigverklaring te laat zou komen om bepaalde schadelijke gevolgen, minstens een ernstig nadeel, te voorkomen.

9. De spoedeisendheid van de zaak wordt niet vermoed, welke ook de aard van de bestreden beslissing is.

10. Bovendien is de voorwaarde van het spoedeisend karakter een schorsingsvoorwaarde die afzonderlijk onderzocht moet worden. De onwettigheden die tegen het bestreden besluit worden aangevoerd kunnen op zich geen reden zijn om het bestaan van spoedeisendheid te aanvaarden.

VII-39.866-4/7

11. In het verzoekschrift tot schorsing heeft verzoeker een negental redenen opgelijst waarom volgens hem de zaak “te spoedeisend is geworden om enkel in ons ingediend beroep tot nietigverklaring te worden behandeld”.

Die redenen kunnen de schorsing van de bestreden beslissing niet verantwoorden:

1-2) De aktename van een melding van een grondbemaling met een maximaal debiet van 3000 m³ door het college van burgemeester en schepenen van 14 december 2017 staat juridisch gezien los van de milieuvergunning en de betrokken procedure tot nietigverklaring. Over de mogelijke onwettigheid van die aktename of van de grondbemaling zelf kan de Raad van State niet oordelen. De aangehaalde onwettigheden kunnen op zich geen aanleiding geven tot de schorsing van de bestreden beslissing;

Verzoekers uiteenzetting heeft verder geen uitstaans met de voorwaarde van de “spoedeisendheid”, waarbij moet worden aannemelijk gemaakt dat de schorsing van de milieuvergunning thans noodzakelijk is om onherroepelijk schadelijke gevolgen, minstens ernstige nadelen ten gevolge van de tenuitvoerlegging ervan, af te wenden;

3) De door verzoeker aangehaalde onbillijke duur van de administratieve procedure houdt verband met de wettigheid van de bestreden beslissing en dus met de grond van de zaak. Opnieuw kan in de uiteenzetting niet worden herkend welke onherroepelijk schadelijke gevolgen, minstens ernstige nadelen, moeten worden voorkomen door de schorsing van de bestreden beslissing;

4) “Het gebrek aan transparantie” van het dossier is op zich geen reden tot schorsing. Verzoeker zet niet uiteen hoe dit de zaak spoedeisend maakt;

5) Het onderzoek naar pogingen tot intimidatie valt buiten de bevoegdheid van de Raad van State. Verzoekers uiteenzetting heeft geen uitstaans met de procedure voor de Raad van State waarin enkel de (on)wettigheid van de milieuvergunning aan de orde is, noch met de schorsingsvoorwaarde van de spoedeisendheid.

Eventuele fouten in de MER-procedure houden verband met de grond van de zaak maar kunnen op zich geen spoedeisendheid onderbouwen;

VII-39.866-5/7

6) Het “preventieprincipe” en de situatie van de referentie-oven te Harlingen bevatten evenmin een concrete uiteenzetting van redenen waarom de zaak thans spoedeisend is geworden zodat een annulatieberoep te laat zou komen om schadelijke gevolgen of ernstige nadelen te vermijden;

7) Verzoeker vreest in het algemeen dat door de afwezigheid van schorsing van de vergunning het bouwproject in een vergevorderde fase belandt, en dat er niet zal gewerkt worden aan de verkeersproblematiek en de trimodale ontsluiting. De uiteenzetting heeft grotendeels betrekking op de grond van de zaak en een loutere vrees dat het bouwproject in een vergevorderde fase belandt, is onvoldoende om het spoedeisend karakter aan te tonen;

8-9) De uiteenzetting omtrent belangenvermenging en de grote risico’s die de exploitatie met zich meebrengt, evenals de kritiek op de “juridische entiteit” bevat geen elementen die aansluiten bij de schorsingsvoorwaarde van de spoedeisendheid.

12. Door enkel de nadruk te leggen op de onwettigheden die zijn begaan door de minister en andere instanties, gaat verzoeker voorbij aan het wezen van de schorsingsprocedure die erop gericht is te voorkomen dat onherroepelijk schadelijke gevolgen, minstens ernstige nadelen zich zouden voordoen doordat de milieuvergunning reeds wordt uitgevoerd, terwijl er nog geen uitspraak is over het beroep tot nietigverklaring ervan. De voorwaarde van de spoedeisendheid wordt onderzocht los van de wettigheid van de bestreden beslissing en dus van de middelen. Een schorsingsprocedure dient niet louter om onwettigheden vast te stellen.

De spoedeisendheid van de vordering is niet aangetoond.

13. Er is bijgevolg niet voldaan aan een van de voorwaarden van artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Dit volstaat om de vordering tot schorsing te verwerpen zonder dat het nodig is de opgeworpen ontvankelijkheidsexceptie te onderzoeken.

VII-39.866-6/7

BESLISSING

De Raad van State verwerpt de vordering.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van eenendertig mei tweeduizend achttien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:

Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier.

De griffier De voorzitter

Bart Tettelin Eric Brewaeys

VII-39.866-7/7

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.686