Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.684 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.684 Généré par l'IA

Court dismisses injunction request as applicant failed to prove urgent environmental damage risk.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.684
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State rejected the applicant's request to suspend the enforcement of a waste management permit. The applicant argued that the facility lacked sufficient water buffering, causing immediate pollution risks to their property, while the defendant maintained the permit was valid. The court found the applicant failed to demonstrate that the potential damage was so severe and imminent that immediate relief was necessary, thus lacking the required urgency for an injunction.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 17, § 1 of the Coordinated Council of State Rules; An injunction requires both a prima facie case of illegality and urgent necessity, which is absent if the applicant cannot prove immediate, serious harm that cannot be remedied by ordinary proceedings.

Mots-clés

Généré par l'IA
injunction suspension urgent necessity environmental damage water buffering premature enforcement procedural urgency waste management permit modification du permis de construire

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 17, § 1 of the Coordinated Council of State Rules
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER

nr. 241.684 van 31 mei 2018

in de zaak A. 223.448/VII-40.103.

In zake : de BVBA VANCANNEYT YVES

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Meindert Gees kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIERAAD VAN

WEST-VLAANDEREN

Tussenkomende partij :

de NV FRANCOVERA

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Pieter-Jan Defoort en Sofie Rodts kantoor houdend te 8020 Oostkamp Hertsbergsestraat 4

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 28 september 2017, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen van 20 juli 2017 waarbij het beroep ingesteld tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Wervik van 23 januari 2017, houdende het verlenen van de milieuvergunning aan de NV Francovera tot het veranderen van een vergunde inrichting, gelegen aan de Hoogweg 46 te Wervik, gedeeltelijk gegrond wordt verklaard en de beroepen beslissing wordt gewijzigd.

VII-40.103-1/7

II. Verloop van de rechtspleging

2. Bij arrest nr. 241.081 van 22 maart 2018 wordt het debat heropend en wordt de zaak verwezen naar de gewone rechtspleging.

De verwerende partij heeft een nota ingediend.

Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft een verslag opgesteld.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 24 mei 2018.

Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Thomas Quintens, die loco advocaat Meindert Gees verschijnt voor de verzoekende partij, adjunct-adviseur Sandy Vanparys, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Sofie Rodts, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord.

Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Schorsingsvoorwaarden

3. Op grond van artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd

VII-40.103-2/7

dat prima facie de vernietiging van de aangevochten akte of het reglement kan verantwoorden en dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring.

Spoedeisendheid

4. De verzoekende partij zet daarover het volgende uiteen:

“Spoedeisendheid door waterhinder.

Ter zake moet worden vastgesteld dat er een stedenbouwkundige vergunning voorligt die, weliswaar betwist wordt bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, middels de bestreden beslissing door het verlenen van de corresponderende milieuvergunning thans uitvoerbaar is. De aanvrager heeft al grote delen (omzeggens bijna alle verhardingen en de nieuwe loods op perceel nr. 745K) van de stedenbouwkundige vergunning van 24 november 2017 gerealiseerd.

Middels de bekomen milieuvergunning kan de aanvrager dus ook juridisch gezien beginnen exploiteren. Verzoekende partij staat thans voor de eerste herfst en winter waarbij nagenoeg integraal de site verhard is maar er niet wordt voorzien in een afdoende waterbuffering.

Deze waterbuffering is, zoals verwerende partij zelf aangeeft in de bestreden beslissing, nochtans noodzakelijk om de hinder in hoofde van de verzoekende partij te beperken. Dit wordt ten andere ook zo weerhouden door de adviserende instanties en verwerende partij zelf.

De aanvrager is op de site inmiddels al de exploitatie begonnen. Er wordt afval op perceel nr. 745K gestort en gesorteerd. Daarbij moet worden opgemerkt dat de corresponderende stedenbouwkundige vergunning (i) niet conform werd uitgevoerd en (ii) zich ook niet uitspreekt over de bijkomende noodzakelijke buffer.

Dit betekent in concreto dat er vandaag op de site afval wordt gestort, terwijl er geen dienstige afwatering bestaat voor het water dat zich op de verharding bevindt door het gebrek aan waterbuffering.

Verzoekende partij verklaart zich nader.

- een. De stedenbouwkundige vergunning voorziet dat de integrale verharding van perceel nr. 745K geconcipieerd moet worden als een kuip.

Hierdoor wordt aan deze verharding een bufferend vermogen toegekend om te vermijden dat het (al dan niet bevuild) afvalwater naar de buurtpercelen (waaronder dat van verzoekende partij) afvloeit.

Deze kuipvorming werd evenwel niet gerealiseerd, terwijl er wel al afval wordt gestapeld op de site. Maar er is ook meer. Het door de stedenbouwkundige vergunning verplicht gestelde groendak op de nieuw opgerichte loods op perceel nr. 745K met als oogmerk zelfbufferend te zijn, werd niet gerealiseerd en kan volgens verzoekende partij ook niet gerealiseerd worden. Hierdoor wordt andermaal afbreuk gedaan aan het bufferend vermogen

VII-40.103-3/7

van de site.

[…]

- twee. Er is nog meer. Ook de in de stedenbouwkundige vergunning verplicht gestelde waterbuffer langsheen de hoogweg (via bijzondere vergunningsvoorwaarde) werd niet gerealiseerd. Meer zelfs er werd hangende de milieuvergunningsaanvraag gewoonweg afstand gedaan van de aanvraag tot het realiseren van deze noodzakelijke waterbuffer. De thans bestreden beslissing erkent de onduidelijkheid hierover, maar acht het werken met een proefvergunning voldoende om de aanvrager hiertoe de nodige duidelijkheid te laten scheppen in het komende jaar.

Uit bovenvermelde vaststellingen blijkt onmiskenbaar dat de site géén afdoende waterbufferende capaciteit heeft. Door het storten van het afval op de site, wordt bij de eerste stortvlaag een overcapaciteit van bevuild regenwater gecreëerd die door het gebrek aan buffer op de site zelf, ten node op de eigendom van verzoekende partij zal vloeien.

Bij de aanvang van de meteorologische herfst en de aankomende winter, seizoenen die gepaard gaat met meer stortvlagen dan de zomer, is deze vaststelling natuurlijk acuut en leidt tot de aanwezigheid van de notie spoedeisendheid. Een vernietigingsprocedure bij uw Raad zal daarbij geen tijdig effect ressorteren. Zo ook betreft de bestreden beslissing een proefvergunning voor een jaar, waardoor het doorlopen van een annulatieprocedure sowieso geen tijdig effect heeft.

Door het feit dat de aanvrager de verhardingen thans heeft aangebracht maar niet heeft voorzien in de noodzakelijk en rechtens vereiste buffering, dreigt er ontegensprekelijk afvalwater of te vloeien op het terrein van verzoekende partij. Middels de bestreden beslissing wordt de opslag in silo’s vergund van allerhande bouwafval.

De zaken zijn dan ook zonder meer spoedeisend.

[…] Spoedeisendheid door milieuhinder.

Ook het gebrek aan groenbuffering is problematisch en leidt tot spoedeisendheid. De groenbuffer is noodzakelijk om het geheel bestemmingsconform te maken door de impact van de hinder te herleiden tot een minimum. De PSA en de PMVC hebben de aanwezigheid van hinder van de exploitatie (sorteren en opslag van afval) met de noodzaak tot buffering weerhouden. Verwerende partij erkent dat er een onduidelijkheid bestaat over de buffering van de exploitatie, maar stelt dit debat uit tot een later (en onzeker)

tijdstip.

In dit opzicht moet dan ook worden vastgesteld dat er zonder meer sprake is van de voor uw Raad vereiste spoedeisendheid. De schade, dewelke noodzaakt dat er duidelijkheid dient te komen over de noodzaak tot buffering, wordt door verwerende partij zelf weerhouden. Ter zake kan niet ontkend worden dat de aanvrager al een gedeeltelijke aanvang heeft genomen van de geviseerde exploitatie. Dit betekent dat er zal worden geëxploiteerd zonder dat er duidelijkheid bestaat over de noodzaak van de buffering. Het staat buiten kijf dat in dit opzicht de afloop van een annulatieprocedure niet kan worden afgewacht.

B. Nadelige gevolgen […] Nadelige gevolgen worden in de bestreden beslissing zelf weerhouden.

VII-40.103-4/7

Zoals hoger vastgesteld hebben de PSA, de PMVC en verwerende partij zelf de nadelige gevolgen in hoofde van de beroeper (i.e. verzoekende partij)

weerhouden door voorop te stellen dat de exploitatie moet worden geweigerd /

niet gunstig kan worden geadviseerd vooraleer er duidelijkheid bestaat over de water- en bufferproblematiek.

Ondanks het feit dat er afstand werd gedaan van de noodzakelijke vergunning voor een bijkomende waterbuffer, wordt de exploitatie alsnog vergund zonder dat hieromtrent enige duidelijkheid bestaat. Meer zelfs, men oordeelt dat de aanvrager hieromtrent de noodzakelijke duidelijkheid zal willen verschaffen, maar men vergunt in tussentijd. Verzoekende partij heeft dienaangaande dus geen enkele garantie. Nochtans kunnen de nadelige gevolgen uit het ‘overstromingsrisico’ niet ontkend worden (merkwaardig genoeg doet de deputatie dit ook zelf niet). Het ziet ernaar uit dat de verwerende partij, het probleem van de buffering erkennende, een proeftermijn heeft toegekend om de exploitant toe te laten tijd te winnen in dit verband. In tussentijd kan evenwel worden geëxploiteerd met alle negatieve gevolgen vandien.

Door het sorteren en opslag van afval te vergunnen in een zone die niet voldoende waterbufferend vermogen heeft, zal verzoekende partij ten node worden geconfronteerd met vervuild afvalwater. Zulks behelst evident een nadelig gevolg voor de eigendom van verzoekende partij.

Zo kan het water glasschilfers bevatten die op het terrein van verzoekende partij afvloeien”.

Beoordeling

5. Een zaak is spoedeisend, en dus vatbaar voor beoordeling in kort geding, zodra de vrees voor schade van enig belang, of zelfs voor ernstige nadelen, een onmiddellijke beslissing wenselijk maakt. Bijgevolg mag het kort geding worden gehanteerd wanneer het geschil niet met de gewone procedure binnen de gewenste tijdspanne kan worden opgelost.

6. Het komt aan de verzoekende partij toe dienstige, precieze en specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de gevolgen van een voortdurende tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing.

7. Uit de uiteenzetting moet blijken waarom een behandeling van het beroep in een procedure tot nietigverklaring te laat zou komen om bepaalde schadelijke gevolgen, minstens een ernstig nadeel, te voorkomen.

VII-40.103-5/7

8. Uit de indrukwekkende uiteenzetting van de verzoekende partij moet in essentie blijken dat de inrichting over onvoldoende buffering beschikt voor de afvoer van hemelwater, waardoor mogelijk vervuild water op haar terrein dreigt terecht te komen. Dit tekort aan buffercapaciteit is deels te wijten aan het niet correct uitvoeren van de stedenbouwkundige vergunning van 24 november 2016, en deels aan het uitblijven van de bijkomende buffercapaciteit die nog moest worden gevraagd en gerealiseerd, overeenkomstig de in die stedenbouwkundige vergunning opgelegde voorwaarde. Ook het gebrek aan groenbuffering maakt volgens de verzoekende partij de zaak spoedeisend. Dat de verwerende partij, in afwachting van een nieuwe aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning die uitsluitsel moet geven over de buffering van het af te voeren hemelwater, slechts een vergunning voor een termijn op proef heeft willen verlenen spreekt tegen dat dit probleem vreemd is aan de milieuvergunning - wat in de motivering overigens ook zo wordt gesteld.

9. De termijn op proef verstrijkt reeds op 20 juli 2018. De verzoekende partij maakt niet aannemelijk dat binnen die termijn het risico op overstromingen dermate groot is en dat de gevolgen ervan in voorkomend geval zo ernstig dreigen te zijn dat de schorsing van de tenuitvoerlegging aangewezen is.

Er is bijgevolg niet voldaan aan een van de voorwaarden van artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. Dit volstaat om de vordering tot schorsing te verwerpen zonder dat het nodig is de opgeworpen ontvankelijkheidsexceptie te onderzoeken.

BESLISSING

De Raad van State verwerpt de vordering.

VII-40.103-6/7

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van eenendertig mei tweeduizend achttien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:

Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier.

De griffier De voorzitter

Bart Tettelin Eric Brewaeys

VII-40.103-7/7

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.684