Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.679 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.679 Généré par l'IA

Court dismisses appeal due to applicant's failure to request hearing, establishing deemed withdrawal of proceedings.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.679
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State declared the applicant's withdrawal of proceedings effective because he failed to request a hearing within the statutory fifteen-day period. The applicant had previously submitted memorials and an auditor's report was issued, but he did not exercise his right to be heard before the withdrawal was finalized. Consequently, the appeal for annulment was dismissed, and the applicant was ordered to bear the costs of the proceedings.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 21, paragraph 7 and 14quater of the Rules of Procedure of the Council of State; An applicant's failure to request a hearing within the prescribed period following the communication of an auditor's report results in a deemed withdrawal of the proceedings.

Mots-clés

Généré par l'IA
deemed withdrawal of proceedings failure to request hearing Council of State Rules administrative appeal dismissal costs of proceedings procedural default withdrawal of action contrôle d'identité

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 21, paragraph 7 of the Rules of Procedure of the Council of State
Article 14quater of the Decree of the Regent of 23 August 1948
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER

nr. 241.679 van 31 mei 2018

in de zaak A. 217.772/VII-39.551.

In zake : David DE HERDT

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Surmont kantoor houdend te 2300 Turnhout de Merodelei 112

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 3 december 2015, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de minster van Veiligheid en Binnenlandse Zaken van 7 oktober 2015 houdende:

- intrekking identificatiekaarten als leidinggevend persoon voor de BVBA Focus Guards en voor de BVBA DMG Security;

- weigering aangevraagde identificatiekaart als leidinggevend persoon voor de BVBA DMG Guards;

- intrekking bestaande erkenning als lesgever voor een erkende opleidingsinstelling en weigering nieuwe aanvragen als lesgever;

- weigering van de functie als leidinggevende in de vergunde onderneming voor veiligheidsadvies BVBA DMG Solutions.

VII-39.551-1/3

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend.

Eerste auditeur Ann Eylenbosch heeft een verslag opgesteld.

Dat verslag werd aan verzoeker ter kennis gebracht op 21 maart 2018.

Op 30 april 2018 heeft de hoofdgriffier aan verzoeker de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Beoordeling

3. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. De hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan verzoeker melding gemaakt van artikel 21, zevende lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Verzoeker heeft binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zevende lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Krachtens die wetsbepaling geldt te zijner aanzien een vermoeden van afstand van het geding.

VII-39.551-2/3

De hoofdgriffier heeft verzoeker medegedeeld, met toepassing van artikel 14quater van voornoemd besluit van de Regent, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij verzoeker binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord. Verzoeker heeft niet gevraagd om te worden gehoord.

Er bestaat aanleiding om de afstand van het geding vast te stellen.

BESLISSING

1. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.

2. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 200 euro.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van eenendertig mei tweeduizend achttien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:

Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier.

De griffier De voorzitter

Elisabeth Impens Peter Sourbron

VII-39.551-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.679