Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.657 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.657 Généré par l'IA

Belgian court dismisses appeal against preparatory project note in expropriation procedure as non-final.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.657
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State rejected the appeal filed by NV Guy De Winne and BVBA De Saedeleer against a project note issued by the Autonomous Municipal Enterprise of Aalst. The applicants argued the document was a binding administrative act, but the court found it merely preparatory. Consequently, the decision was dismissed because the project note lacks immediate legal consequences and does not alter the legal situation of the parties.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 10 and 12 of the Flemish Expropriation Decree; A preparatory project note in expropriation proceedings is not subject to annulment by the Council of State as it lacks immediate legal consequences and does not alter the legal situation of the parties.

Mots-clés

Généré par l'IA
expropriation procedure project note preparatory act Council of State immediate legal consequences annulment appeal Flemish Decree expropriation préventive

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
art. 10 of the Vlaams Onteigeningsdecreet
art. 12 of the Vlaams Onteigeningsdecreet
art. 43 of the decree of 24 February 2017 'betreffende onteigening voor het algemeen nut'
art. 93 of the decision of the Regent of 23 August 1948
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE Xe KAMER

nr. 241.657 van 29 mei 2018

in de zaak A. 224.713/X-17.182.

In zake : 1. de NV GUY DE WINNE

2. de BVBA DE SAEDELEER GROND- EN

AFBRAAKWERKEN

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Filip Luypaert kantoor houdend te 9000 Gent Vrijheidslaan 27

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

het AUTONOOM GEMEENTEBEDRIJF

STADSONTWIKKELING AALST

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 7 maart 2018, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van 8 januari 2018 waarmee de raad van bestuur van AGSA “de projectnota ‘Health & Care Valley’ Siezegemkouter, zoals voorzien in art. 12 van het Vlaams Onteigeningsdecreet” vaststelt met het oog op het “onteigeningsinitiatief ‘Siezegemkouter – fase 1 (noordelijk deel)’”.

II. Verloop van de rechtspleging

2. Auditeur Joke Goris heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 mei 2018.

X-17.182-1/3

Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Nele Droesbeke, die loco advocaat Filip Luypaert verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Wouter Rubens, die loco advocaat Gitte Laenen verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Auditeur Joke Goris heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Kortebattenprocedure

3. In het auditoraatsverslag wordt vastgesteld dat de bestreden projectnota, “als nieuw instrument in het kader van de onteigeningsprocedure ingevoerd in de artikelen 10 en 12 van het Vlaams Onteigeningsdecreet”, de rechtstoestand van verzoeksters niet wijzigt en slechts een voorbereidende beslissing is. Voorgesteld wordt het beroep te verwerpen.

4. De Raad van State neemt dit voorstel aan.

Een projectnota zoals in de voorliggende zaak bestreden, is een noodzakelijk document bij de aanvang van de bestuurlijke fase van een onteigening. Het blijkt niet dat ze als zodanig meer dan zuiver voorbereidend is ten aanzien van een definitief onteigeningsbesluit dat in voorkomend geval door de belanghebbenden overeenkomst artikel 43 van het decreet van 24 februari 2017 ‘betreffende onteigening voor het algemeen nut’ bestreden zal kunnen worden bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen.

X-17.182-2/3

De vaststelling van een dergelijke projectnota komt niet voor vernietiging door de Raad van State in aanmerking. Daargelaten nog de rechtsmacht van de Raad van State om, gelet op de speciale band tussen projectnota en definitief onteigeningsbesluit, van het beroep tegen de bestreden beslissing kennis te nemen, heeft deze beslissing geen dadelijke rechtsgevolgen voor verzoeksters.

Het beroep wordt dienvolgens verworpen.

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt het beroep.

2. De verzoekende partijen worden, elk voor de helft, verwezen in de kosten van het beroep, begroot op een rolrecht van 400 euro en een bijdrage van 40 euro.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negenentwintig mei 2018, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:

Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier.

De griffier De voorzitter

Frank Bontinck Johan Lust.

X-17.182-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.657