Court dismisses appeal for nullity and suspension as no grievances link to the contested administrative decision.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State rejected the applicant's request to annul the High Council for Enforcement Policy's decision and suspend enforcement measures. The applicant failed to identify any specific grievances in their petition that directly or indirectly related to the contested administrative ruling. Consequently, the court held that the procedural requirements for a valid nullity action were not met.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 93 of the 1948 Regent's Decision; The Council of State requires a clear link between the grievances raised and the contested decision, dismissing appeals where no such connection exists.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE Xe KAMER
nr. 241.652 van 29 mei 2018
in de zaak A. 224.320/X-17.124.
In zake : Victor SOENS
woonplaats kiezend te 1853 Grimbergen Acacialaan 4/A
tegen :
het VLAAMSE GEWEST, VERTEGENWOORDIGD DOOR :
- de Vlaamse regering - de Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Johan Claes kantoor houdend te 2550 Kontich Mechelsesteenweg 160
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het verzoekschrift
1. Het verzoekschrift, ingediend op 13 januari 2018, strekt “tot uitputten van inquisitoriale bevoegdheid en schorsing van maatregelen. Te vervolgen door annuleren van volledige procedure” met betrekking tot de beslissing van de Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid van 17 november 2017
inzake het “verzoek [van Victor Soens] tot gedeeltelijke invordering van de opeisbaar geworden dwangsom of verzoek tot tijdelijke opschorting van de invordering van de opeisbaar geworden dwangsom”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.
X-17.124-1/4
Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld over het beroep tot nietigverklaring, op grond van artikel 93
van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’, en over de vordering tot schorsing.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 mei 2018.
Kamervoorzitter Johan Lust heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Leen Vanbrabant, die loco advocaat Johan Claes verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Afwezigheid van een ontvankelijk middel
3. In zijn bestreden aangevochten beslissing van 17 november 2017 doet de Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid uitspraak over wat hij begrijpt als verzoekers vraag tot de gedeeltelijke invordering van een opeisbaar geworden dwangsom en over verzoekers vragen om advies over een hypothecaire inschrijving en een beschikking van een onderzoeksgerecht.
Wat het eerste betreft, verwerpt de Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid de vraag tot de gedeeltelijke invordering omdat de grondslag voor zijn beslissingsbevoegdheid blijkens een arrest van het Grondwettelijk Hof
X-17.124-2/4
ongrondwettig is en omdat van een orgaan van het actief bestuur niet verwacht mag worden dat het een onwettige beslissing neemt.
Met betrekking tot het tweede oordeelt de Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid dat “geen bevoegdheid uitdrukkelijk door of krachtens de wet” aan hem is opgedragen om de gevraagde adviezen uit te brengen.
4. De verwerende partij werpt verzoeker onder meer tegen dat in het verzoekschrift “geen enkele grief ontwikkeld [wordt] die rechtstreeks dan wel onrechtstreeks verband houdt met de bestreden beslissing”.
5. Op haar beurt komt de eerste auditeur-afdelingshoofd in haar verslag tot de conclusie dat verzoeker “nalaat enige schending aan te voeren die betrekking heeft op het bestreden besluit” en dat ook in zoverre verzoeker de Raad van State ertoe wil bewegen een onderzoek naar valsheid in geschrifte en belangenvermenging uit te voeren, hij geen elementen aanvoert die betrekking hebben op de bestreden beslissing.
6. Verzoeker spreekt de exceptie niet tegen. Integendeel is hij ter terechtzitting aanwezig noch vertegenwoordigd.
7. De Raad van State valt de exceptie bij. In het verzoekschrift wordt geen begrijpelijk middel ontwaard dat een nietigverklaring of schorsing van de bestreden beslissing kan verantwoorden. De in het verzoekschrift vervatte vorderingen worden bijgevolg verworpen.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring en de vordering tot schorsing.
X-17.124-3/4
2. De Raad van State verwijst verzoeker in de kosten van de rechtspleging, begroot op een rolrecht van 200 euro en een aan de verwerende partij verschuldigde rechtsplegingsvergoeding van 700 euro.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van negenentwintig mei 2018, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier.
De griffier De voorzitter
Frank Bontinck Johan Lust.
X-17.124-4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.652