Court dismisses injunction request against radio recognition due to lack of urgency and procedural defects.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State dismissed the VZW Radio Breydel's request to suspend the execution of the Flemish Minister's decision recognizing Radio Breydel as a local radio organization. Although the applicant argued that the decision would cause immediate financial ruin and staff unemployment, the court found these claims unsubstantiated by concrete evidence or calculations. Furthermore, the court rejected arguments raised orally during the hearing, ruling that the request for suspension failed to meet the strict requirements of urgency and procedural economy under the relevant laws.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 17, § 1 and Article 8, § 1, no. 4 of the Rules of Procedure of the Council of State; A request for suspension of execution must demonstrate urgency with concrete evidence, and new arguments raised during the hearing cannot be considered if they could have been submitted in the initial written request.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE IXe KAMER
nr. 241.644 van 29 mei 2018
in de zaak A. 224.532/IX-9242
In zake: de VZW DABRO
die woonplaats kiest te 8200 Brugge Emile Bethuynelaan 7
tegen:
de VLAAMSE GEMEENSCHAP
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Stockhouderskasteel Gerard Davidstraat 46 bus 1
bij wie woonplaats wordt gekozen
Tussenkomende partij:
de VZW RADIO BREYDEL
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Marianne Van Gheluwe en Peter Labens kantoor houdend te 8020 Waardamme Woestendreef 9
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 5 februari 2018, strekt tot de schor-
sing van de tenuitvoerlegging van het ministerieel besluit van 1 december 2017
„houdende de erkenning als lokale radio-omroeporganisatie van Radio Breydel voor frequentiepakket 41 Brugge [102.7 FM]‟.
IX-9242-1/7
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.
Met een verzoekschrift van 8 maart 2018 heeft de vzw Radio Breydel gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen.
Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 april 2018.
Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge-
bracht.
Erik Clyncke, voorzitter, die verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Bart Staelens, die verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Marianne Van Gheluwe, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn ge-
hoord.
Auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge-
coördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3. Op 16 mei 2017 verschijnt in het Belgisch Staatsblad een oproep tot kandidaatstelling voor erkenning als netwerkradio-omroeporganisatie of als lokale radio-omroeporganisatie.
IX-9242-2/7
Verzoekster stelt zich kandidaat als lokale ra-
dio-omroeporganisatie voor frequentiepakket 41 Brugge [102.7 FM].
Op 1 december 2017 beslist de Vlaamse minister van Cultuur, Media, Jeugd en Brussel evenwel met het thans bestreden besluit dat de beoogde erkenning wordt verleend aan Radio Breydel.
IV. Tussenkomst
4. De vzw Radio Breydel blijkt voordeel te halen uit de bestreden beslissing en heeft er belang bij dat de vordering wordt afgewezen. Bijgevolg moet haar verzoek worden ingewilligd.
V. Ontvankelijkheid van het beroep
5. Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de door de tus-
senkomende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexceptie uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over die exceptie zouden alleen nodig zijn indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is.
VI. Schorsingsvoorwaarden
6. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden.
IX-9242-3/7
VII. Spoedeisendheid
7. Het komt er voor een verzoekende partij die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, op aan om van die urgentie te overtuigen aan de hand van de concrete feiten die zij in haar vordering aanvoert. Dit houdt in dat het aan deze partij toevalt om aan haar zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen waarom de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voor haar persoonlijk veroorzaakt niet gedragen kunnen worden gedurende de gewone doorlooptijd van de annulatieprocedure en waarom de afloop van deze procedure bijgevolg niet kan worden afgewacht.
Die gegevens moeten door de verzoekende partij worden on-
derbouwd op een wijze die de rechter toelaat om ze te verifiëren, zodat hij kan aftoetsen of ze de beweerde spoedeisendheid inderdaad verantwoorden. De spoedeisendheid van de zaak wordt niet vermoed, welke ook de aard van de be-
streden beslissing is.
In beginsel mag alleen rekening worden gehouden met hetgeen in het verzoekschrift tot schorsing of de daarbij gevoegde stukken wordt uiteen-
gezet én gestaafd.
8. In het inleidend verzoekschrift valt ter ondersteuning van de vordering tot schorsing enkel te lezen wat volgt:
“Verzoekster kan vanaf .1.2018 niet meer uitzenden, gezien het gebrek aan erkenning.
Dit betekent geen verdere inkomsten voor de vzw, die haar maatschappe-
lijk doel niet meer kan realiseren en derhalve ten dode is opgeschreven.
Bovendien staan de medewerkers op straat.
De vordering is derhalve hoogdringend en verzoekster lijdt een moeilijk te herstellen ernstig nadeel.”
9. Voor zover verzoekster verwijst naar een “moeilijk te herstellen ernstig nadeel”, verliest zij uit het oog dat de voorwaarde van het moeilijk te her-
IX-9242-4/7
stellen ernstig nadeel als schorsingsvoorwaarde verlaten is sinds de hervorming van de procedure bij wet van 20 januari 2014 die in werking is getreden op 1 maart 2014. Thans staat ter beoordeling van de Raad van State een volkomen andere wettelijke voorwaarde – de spoedeisendheid – waarvan de wettelijke draagwijdte niet gelijk is aan die van de vereiste van „moeilijk te herstellen ernstig nadeel‟.
10. Verzoekster kan er niet mee volstaan te stellen dat de doorloop-
tijd van een annulatieprocedure te lang duurt of dat het resultaat van een annula-
tieprocedure niet kan worden afgewacht. Een voor verzoekster gunstige uitkomst van de annulatieprocedure levert haar een nieuwe kans op om de nagestreefde erkenning te verkrijgen. Verzoekster laat er het raden naar waarom het tijdelijk moeten terugschroeven van haar activiteiten tot gevolg heeft dat zij als rechts-
persoon “ten dode” zou zijn “opgeschreven”. Verzoekster geeft daarover in haar uiteenzetting alleszins geen opheldering. Het loutere gegeven dat verzoekster vanaf 1 januari 2018 niet kan uitzenden via FM, kan als dusdanig dan ook be-
zwaarlijk worden aanvaard om de spoedeisendheid van de vordering tot schorsing te verantwoorden.
11. Verzoekster beweert nog, dat de bestreden beslissing ervoor zorgt dat zij geen verdere inkomsten heeft en dat haar medewerkers op straat staan.
Zij verzuimt evenwel in haar verzoekschrift ook maar de minste becijfering te doen of deze vaststellingen te koppelen aan welbepaalde financiële verplichtingen die zij niet langer kan nakomen en die haar in een financieel ha-
chelijke situatie zouden doen terechtkomen. Het blijven dus loutere beweringen en veronderstellingen, waarbij aan de rechter niet de noodzakelijke gegevens ter beschikking worden gesteld die hem in staat moeten stellen een inschatting te maken van de impact van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit op haar werking en te verifiëren of het mislopen van de erkenning en het tijdelijk onder-
gaan van die beslissing in afwachting van een uitspraak ten gronde de activiteiten van verzoekster definitief en onherroepelijk in gevaar dreigen te brengen, of min-
IX-9242-5/7
stens toch op een dermate fundamentele wijze dat van haar niet mag worden verwacht dat zij de normale afwikkeling van het annulatieberoep moet verbeiden.
12. Op de terechtzitting onderneemt verzoekster nog een poging om dit euvel te herstellen. Zij verwijst onder meer naar haar schulden bij Sabam en de afbetaling van een lening.
De feiten die de spoedeisendheid rechtvaardigen, moeten evenwel, zoals vereist door artikel 8, eerste lid, 4°, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 „tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State‟, worden opgenomen in de vordering tot schorsing. Met andere gege-
vens, die niet in de vordering zijn aangebracht, kan in beginsel geen rekening worden gehouden.
De ter terechtzitting nieuw aangehaalde argumenten mogen niet in aanmerking worden genomen, aangezien alleen de in het verzoekschrift aan-
gebrachte gegevens de overige partijen toelaten zich daartegen op de geëigende wijze – in hun geschreven procedurestukken – te verweren; de auditeur kan daarover niet op een deugdelijke wijze advies verlenen in een procedure die op grond van artikel 22 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State essentieel schriftelijk is.
Die vordering dient voorts vergezeld te zijn van alle stukken waarmee verzoekster de beweerde spoedeisendheid wil staven. Er mogen nader-
hand geen stukken meer worden aangevoerd die ook al bij de vordering tot schor-
sing konden zijn gevoegd. Er anders over oordelen gaat in tegen de elementaire proceseconomie en laat zich niet verenigen met de rechten van de verdediging.
13. De spoedeisendheid is niet aangetoond.
IX-9242-6/7
BESLISSING
1. Het verzoek van de vzw Radio Breydel tot tussenkomst in het administra-
tief kort geding wordt ingewilligd.
2. De Raad van State verwerpt de vordering.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 29 mei 2018, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:
Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier.
De griffier De voorzitter
Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren
IX-9242-7/7
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.644