Court dismisses appeal against notarial deed as notary is not an administrative authority lacking decision-making power.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State rejected the petitioners' request to annul an authentic notarial deed executed by a notary. The court determined that a notary acts as a private professional authenticating voluntary agreements rather than exercising administrative power to make binding decisions. Consequently, the Council of State lacked jurisdiction to review the act, leading to the dismissal of the appeal and an order for the petitioners to bear the costs.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 1 and 2 of the Act of 23 August 1948 on the organization of the Council of State; A notary is not an administrative authority and cannot be the subject of an administrative appeal because authenticating deeds does not constitute an administrative act.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IAJurisprudence citée
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE IXe KAMER
nr. 241.615 van 28 mei 2018
in de zaak A. 224.537/IX-9243
In zake : 1. Christophe LONGEVAL
2. Györi Eszter LONGEVALNÉ
woonplaats kiezend te 7830 Hellebecq Rue de la Sylle 19
tegen :
Wim MAES
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kurt Vanlerberghe kantoor houdend te 8600 Diksmuide Woumenweg 109
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 26 januari 2018, strekt tot de nietigverklaring van “een authentieke notariële akte met als referte 2017/874, verleden op 28 november 2017 door notaris Wim Maes [...] en neergelegd op 29 november 2017 bij het registratiekantoor van Veurne”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Auditeur Ines Martens heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 14 mei 2018 .
IX-9243-1/6
Staatsraad Bruno Seutin heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Maarten Blondeel, die loco advocaat Kurt Vanlerberghe verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord.
Auditeur Ines Martens heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Aanwijzing van de verwerende partij
3. De verzoekende partijen vorderen de nietigverklaring van de “authentieke notariële akte met als referte 2017/874, verleden op 28 november 2017 door notaris Wim Maes [...] en neergelegd op 29 november 2017 bij het registratiekantoor van Veurne”.
4. In het kader van een procedure voor de Raad van State wordt in beginsel de administratieve overheid die de bestreden beslissing heeft genomen of bij het nemen van die beslissing betrokken is geweest, aangewezen als de verwerende partij.
Te dezen hebben de verzoekende partijen in hun verzoekschrift notaris Wim Maes aangewezen als de verwerende partij. Zoals hierna zal blijken kan een notaris niet worden beschouwd als een administratieve overheid. Er kan echter ook geen administratieve overheid worden aangewezen die de bestreden beslissing heeft genomen, of bij het nemen ervan betrokken is geweest. Om die reden wordt notaris Wim Maes toch als de verwerende partij aangewezen.
IX-9243-2/6
IV. Regelmatigheid van de rechtspleging
5. Met een op 5 april 2018 verzonden fax hebben de verzoekende partijen een “toevoegsel aan dossier Longeval/Longevalné tegen notaris Wim Maes” ingediend.
Het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna: het algemeen procedurereglement) voorziet niet in het indienen van een dergelijk “toevoegsel”. In de mate dat dit stuk al beschouwd kan worden als een aanvulling op het op 26 januari 2018 ingediende verzoekschrift, moet in elk geval worden vastgesteld dat het is ingediend buiten de door artikel 4, derde lid, van het algemeen procedurereglement voorziene termijn van zestig dagen en derhalve laattijdig is.
V. Rechtsmacht van de Raad van State
6. Artikel 14, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State luidt als volgt:
“Indien het geschil niet door de wet aan een ander rechtscollege wordt toegekend, doet de afdeling uitspraak, bij wijze van arresten, over de beroepen tot nietigverklaring wegens overtreding van hetzij substantiële, hetzij op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen, overschrijding of afwending van macht, ingesteld tegen de akten en reglementen:
1° van de onderscheiden administratieve overheden;
2° van de wetgevende vergaderingen of van hun organen, daarbij inbegrepen de ombudsmannen ingesteld bij deze assemblees, van het Rekenhof en van het Grondwettelijk Hof, van de Raad van State en de administratieve rechtscolleges evenals van organen van de rechterlijke macht en van de Hoge Raad voor de Justitie, met betrekking tot overheidsopdrachten en leden van hun personeel, evenals de aanwerving, de aanwijzing, de benoeming in een openbaar ambt of de maatregelen die een tuchtkarakter vertonen.
De in het eerste lid bedoelde onregelmatigheden geven slechts aanleiding tot een nietigverklaring als ze, in dit geval, een invloed konden uitoefenen op de draagwijdte van de genomen beslissing, de betrokkenen een waarborg hebben ontnomen of als gevolg hebben de bevoegdheid van de steller van de handeling te beïnvloeden.
IX-9243-3/6
Artikel 159 van de Grondwet is eveneens van toepassing op de in het eerste lid, 2°, bedoelde akten en reglementen.”
Overeenkomstig deze bepaling is de afdeling Bestuurs-
rechtspraak van de Raad van State slechts bevoegd om kennis te nemen van een beroep tot nietigverklaring, indien de bestreden beslissing kan worden beschouwd, hetzij als een handeling van een administratieve overheid, in de zin van artikel 14, § 1, eerste lid, 1°, hetzij als een handeling van één van de overheden opgesomd in artikel 14, § 1, eerste lid, 2°, voor zover het in het laatste geval gaat om een handeling met betrekking tot een overheidsopdracht of met betrekking tot een lid van het personeel van de betrokken overheid, evenals de aanwerving, de aanwijzing, de benoeming in een openbaar ambt of de maatregelen die een tuchtkarakter vertonen.
7. Een notaris is geen administratieve overheid. Artikel 1 van de wet van 25 ventôse jaar XI (16 maart 1803) ‘op het notarisambt’ omschrijft de notarissen als “openbare ambtenaren, aangesteld om alle akten en contracten te verlijden waaraan partijen de authenticiteit van overheidsakten moeten of willen doen verlenen, de dagtekening ervan te verzekeren, ze in bewaring te houden en er grossen en uitgiften van af te geven”. Hoewel een notaris enerzijds een openbare ambtenaar is, wordt hij niet aanzien als een ambtenaar van de regering maar veeleer als een ambtenaar van de wet. Hij staat niet onder hiërarchisch gezag.
Anderzijds oefent een notaris zijn ambt uit in het kader van een vrij beroep. Hij is geen openbare dienst in de organieke betekenis.
Evenmin beschikt een notaris over de bevoegdheid om eenzijdig beslissingen te nemen die derden binden. Bij het verlijden van een notariële akte wordt immers alleen de akte of overeenkomst geauthenticeerd waarmee de partijen vrijwillig hebben ingestemd. De notaris mag de door hem te authenticeren overeenkomst niet zonder voorafgaande toestemming van de partijen eenzijdig wijzigen. De uitvoerbaarheid van de akte berust op de wil van de partijen om een akte te laten verlijden of een overeenkomst te sluiten, nadat de notaris de overeenstemming daarvan met de wet heeft gecontroleerd, en om aan die akte of overeenkomst uitvoerbaarheid te verlenen (cfr. HvJ 24 mei 2011, C-47/08, Europese Commissie/Koninkrijk België)
IX-9243-4/6
Het verlijden van een notariële akte is dan ook geen administratieve rechtshandeling die uitgaat van een administratieve overheid.
8. Uit wat voorafgaat volgt dat de Raad van State in casu zonder rechtsmacht is om kennis te nemen van het beroep gericht tegen de “authentieke notariële akte met als referte 2017/874, verleden op 28 november 2017 door notaris Wim Maes [...] en neergelegd op 29 november 2017 bij het registratiekantoor van Veurne”.
9. In het auditoraatsverslag wordt terecht gesteld dat over het beroep tot nietigverklaring uitspraak kan worden gedaan met korte debatten in de zin van artikel 93, eerste lid, van het algemeen procedurereglement.
VI. Kosten
10. Met een 8 mei 2018 gedateerde “nota tot vereffening van de kosten” vraagt de raadsman van verweerder om de verzoekende partijen te veroordelen tot “de gerechtskosten, in hoofde van verweerder […] begroot op 700
euro rechtsplegingsvergoeding”.
11. Gelet op de verwerping van het beroep is er aanleiding om de kosten ervan ten laste te leggen van de verzoekende partijen.
12. De rechtsplegingsvergoeding is een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en honoraria van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij. Het optreden van de raadsman van verweerder is beperkt gebleven tot het neerleggen van de voornoemde nota om de rechtsplegingsvergoeding te vragen.
Gelet op het gebrek aan complexiteit van de zaak, althans voor de advocaat van verweerder, kan geen gunstig gevolg worden gegeven aan verweerders vraag om de verschuldigde rechtsplegingsvergoeding te bepalen op het basisbedrag van 700 euro. De voormelde reden verantwoordt daarentegen dat het bedrag van de gevorderde rechtsplegingsvergoeding wordt teruggebracht tot het minimumbedrag van 140 euro.
IX-9243-5/6
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt het beroep.
2. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 140 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 28 mei 2018, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:
Bruno Seutin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Vera Wauters, griffier.
De griffier De voorzitter
Vera Wauters Bruno Seutin
IX-9243-6/6
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.615