Court dismisses request to suspend enforcement of zoning plan due to lack of proven urgency.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State rejected the applicants' request to suspend the enforcement of the Baarle-Hertog spatial execution plan. The applicants argued that future noise and stress from fireworks storage would cause immediate harm, but the court found no concrete evidence of current or imminent damage. Since the applicants failed to prove that the enforcement would cause them specific, personal, and urgent harm, the statutory requirement for urgency was not met.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArt. 17, § 1, of the Coordinated Laws on the Council of State; A suspension of enforcement requires the applicant to prove that the enforcement will cause them specific, personal, and urgent harm, which must be demonstrated by concrete facts rather than future possibilities.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE Xe KAMER
nr. 241.614 van 25 mei 2018
in de zaak A. 224.464/X-17.154.
In zake : 1. Bart VAN HEES
2. Marjan VERBEEK
woonplaats kiezend te 2382 Ravels Vond 31
tegen :
1. de GEMEENTE BAARLE-HERTOG
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Cies Gysen kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18
bij wie woonplaats wordt gekozen 2. het VLAAMSE GEWEST
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Bronders kantoor houdend te 8400 Oostende Archimedesstraat 7
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 30 januari 2018, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Baarle-Hertog van 19 oktober 2017 tot definitieve vaststelling van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan „Baarle Oost‟.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partijen hebben een nota ingediend.
Auditeur Wouter De Cock heeft een verslag opgesteld.
X-17.154-1/8
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 4 mei 2018.
Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht.
Eerste verzoeker, advocaat Lennart Nijs, die loco advocaat Cies Gysen verschijnt voor de eerste verwerende partij, en advocaat Clive Rommelare, die loco advocaat Bart Bronders verschijnt voor de tweede verwerende partij, zijn gehoord.
Auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3. In 2015 neemt de eerste verwerende partij het initiatief om een voorontwerp van gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (hierna: GRUP) op te maken voor een terrein aan de oostelijke zijde van de Alphenseweg te Baarle-Hertog, dat volgens het bij koninklijk besluit van 30 september 1977
vastgestelde gewestplan Turnhout gelegen is in agrarisch gebied. Het voorontwerp voorziet de herbestemming tot bedrijventerrein, waarbij het de bedoeling is ruimte te creëren voor een gemeenschappelijk punt voor vuurwerkopslag en -verkoop, zodat deze activiteiten uit het centrum gehaald kunnen worden.
4. De eerste verwerende partij maakt voor het voorontwerp van GRUP een screeningsnota op waarin wordt gesteld dat er geen plan-milieueffectrapport (hierna: plan-MER) vereist is.
X-17.154-2/8
Op basis van deze screeningsnota beslist de dienst Milieueffectrapportage van de afdeling Milieu-, Natuur- en Energiebeleid van de tweede verwerende partij op 29 september 2016 “dat het voorgenomen plan geen aanleiding geeft tot aanzienlijke milieugevolgen en dat de opmaak van een plan-
MER niet nodig is”.
5. Op 26 oktober 2016 kopen verzoekers van de eerste verwerende partij een lot in een verkaveling aan de westelijke zijde van de Alphenseweg te Baarle-Hertog, gelegen in woonuitbreidingsgebied van het gewestplan Turnhout, recht tegenover het voornoemde agrarisch gebied (hierna: verzoekers‟ perceel).
6. Op 16 februari 2017 stelt de gemeenteraad het GRUP „Baarle Oost‟ voorlopig vast.
7. Tijdens het openbaar onderzoek van 13 maart 2017 tot 11 mei 2017 dienen verzoekers, samen met andere eigenaars van loten binnen de verkaveling aan de westelijke zijde van de Alphenseweg, een bezwaarschrift in.
8. Op 13 juni 2017 en 27 september 2017 behandelt de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (hierna: Gecoro) de ingediende bezwaren en adviezen.
9. Met een besluit van 19 oktober 2017 stelt de gemeenteraad het GRUP „Baarle Oost‟ definitief vast.
Van dit besluit wordt melding gemaakt in het Belgisch Staatsblad van 8 december 2017.
10. Op verzoekers‟ perceel wordt een woning gebouwd die verzoekers, naar zij in hun verzoekschrift stellen, “verwachten [...] te betrekken eind 2018/begin 2019”.
X-17.154-3/8
IV. Schorsingsvoorwaarden
11. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden.
V. Spoedeisendheid
De aangevoerde spoedeisendheid
12. Verzoekers stellen dat er spoedeisendheid is omdat zij verschillende vormen van hinder zullen ondervinden, waardoor hun woongenot langs de Alphenseweg op onaanvaardbare wijze zal worden aangetast.
Vooreerst verwachten zij mobiliteitshinder. Rekening houdend met de in het bestreden GRUP voorziene handelsfunctie, met de ontsluiting langs de Alphenseweg en met de openingsuren van handelszaken in Baarle-Hertog tijdens het weekend, menen verzoekers dat er gedurende de ganse week en vooral tijdens het weekend een enorme toename van verkeer kan worden verwacht langs hun woonstraat. Dit zal, onder meer door optrekkend en afremmend verkeer, zorgen voor geluidsoverlast, luchtvervuiling en stank.
In verband met de ontsluiting van het betrokken gebied voeren verzoekers ook aan dat daartoe een strook wordt gereserveerd van 50 meter breed. Omdat er onduidelijkheid bestaat over de wijze waarop de ontsluitingszone zal ingericht worden, kan de eventuele hinder die van die strook uitgaat niet ingeschat worden.
X-17.154-4/8
Verzoekers vervolgen dat ingevolge het bestreden GRUP de volledige open ruimte tegenover hun toekomstige woning wordt ingenomen, waardoor het open uitzicht verdwijnt. Dit zorgt voor visuele hinder.
Verder menen verzoekers ook hinder te zullen ondervinden door de grote opslag van pyrotechnisch materiaal. Dat zal voor ongerustheid zorgen en zal een onveilig gevoel geven.
Tot slot geven verzoekers nog aan dat de zaak te spoedeisend is om de behandeling van het annulatieberoep af te wachten, omdat de gemeente streeft naar een verplaatsing van de vuurwerkwinkels tegen 2019, en de gemeente ook reeds begonnen is met de verwerving van de gronden binnen het plangebied om het zo snel mogelijk te kunnen inrichten.
13. De eerste verwerende partij repliceert dat verzoekers nog niet wonen aan de Alphenseweg, zodat niet valt in te zien hoe de ingeroepen hinder de spoedeisendheid kan staven. Daarnaast is de eerste verwerende partij van oordeel dat de ingeroepen schadelijke gevolgen zich in beginsel pas kunnen manifesteren van zodra daartoe vergunningen zijn verleend. Er kan niet in redelijkheid worden betwist dat ingeroepen hinder zich in beginsel pas kan voordoen als niet alleen een vergunning voor de ontsluitingsweg voorligt, maar ook een beslissing van de gemeenteraad over de zaak van de wegen, én wanneer er bedrijven en/of handelszaken worden vergund en opgericht binnen het plangebied van het bestreden GRUP. De voornoemde vergunningen en beslissingen kunnen door verzoekers nog worden aangevochten in een later stadium, zodat er geen sprake is van spoedeisendheid.
14. Ook de tweede verwerende partij is van oordeel dat de hinderaspecten die verzoekers aanhalen niet rechtstreeks voortvloeien uit het bestreden GRUP, maar wel uit de realisatie van later af te leveren vergunningen.
Verzoekers tonen volgens de tweede verwerende partij niet aan dat de geviseerde werken daadwerkelijk een aanvang dreigen te nemen. Zij voeren enkel aan dat de gemeente Baarle-Hertog begonnen zou zijn met de verwerving van de gronden
X-17.154-5/8
binnen het plangebied. Dat wil echter nog niet zeggen dat er stedenbouwkundige of omgevingsvergunningen werden aangevraagd. Laat staan dat dergelijke vergunningen werden afgeleverd.
Beoordeling
15. Het komt er voor een verzoekende partij die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, op aan om van die urgentie te overtuigen aan de hand van de concrete feiten die zij in haar vordering aanvoert.
Dit houdt in dat het aan de verzoekende partij toekomt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voor haar persoonlijk veroorzaken.
16. In beginsel kan alleen rekening worden gehouden met hetgeen over de spoedeisendheid in het verzoekschrift of de daarbij gevoegde stukken wordt uiteengezet en gestaafd.
17. Logischerwijze zullen verzoekers de in het verzoekschrift aangevoerde hinder voor hun woongenot pas kunnen ondervinden eens zij ter plaatse zullen wonen.
Weliswaar stellen verzoekers ter terechtzitting – in repliek op het auditoraatsverslag – dat zij vandaag reeds stress ondervinden ten gevolge van het vooruitzicht van de voornoemde hinder doch dit kan niet volstaan om de spoedeisendheid van de vordering aan te nemen.
18. Verder moet worden vastgesteld dat niet blijkt – en verzoekers ook niet beweren – dat er op basis van de voorschriften van het bestreden GRUP
reeds aanvragen zouden zijn ingediend voor omgevingsvergunningen of voor de wegaanleg binnen het plangebied.
X-17.154-6/8
Anders dan verzoekers dit blijkbaar zien, toont het loutere feit dat het bestreden GRUP de noodzakelijke rechtsgrond vormt voor nog te nemen beslissingen op zich geen spoedeisendheid aan.
19. Blijven nog de opwerpingen in het verzoekschrift dat de eerste verwerende partij zou streven naar een verplaatsing van de vuurwerkwinkels “tegen 2019” en reeds begonnen zou zijn met de verwerving van de gronden binnen het plangebied. Uit met name het feit dat zij geen enkel concreet voorbeeld aanhalen van een perceel waarvan de verwerving is gebeurd of zeer imminent zou zijn blijkt dat verzoekers nalaten deze opwerpingen nader te preciseren, wat zij nochtans – gelet op het in randnummer 15 gestelde – hadden moeten doen.
20. Hetgeen verzoekers aanvoeren betreft derhalve een toekomstige, potentiële spoedeisendheid, die afhankelijk is van nog te nemen beslissingen. Deze aangevoerde toekomstige, potentiële spoedeisendheid kan de schorsing van het bestreden besluit niet verantwoorden. Een schorsingsvordering kan steeds worden ingesteld wanneer de daartoe vereiste spoedeisendheid zich als actueel en reëel zou aandienen.
21. Verzoekers slagen er niet in om van de urgentie van de zaak te overtuigen.
Uit het voorgaande volgt dat niet voldaan is aan ten minste één van de twee cumulatieve voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State om de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden besluiten te bevelen. Die vaststelling volstaat om de schorsingsvordering af te wijzen.
X-17.154-7/8
BESLISSING
De Raad van State verwerpt de vordering.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijfentwintig mei 2018, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Jan Clement, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier.
De griffier De voorzitter
Frank Bontinck Jan Clement
X-17.154-8/8
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.614