Court opens debate and orders further investigation after rejecting a procedural objection regarding a wind farm permit annulment case.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Court of State opened the debate and ordered the auditor to conduct further investigations into the wind farm permit annulment case. The applicant sought to annul the Flemish Minister's decision based on a prior ruling, but the auditor rejected the argument that the current case would become moot. Consequently, the court decided to reinstate the proceedings to allow a full examination of the applicant's substantive arguments.
Regeste Legislator
Généré par l'IAWet van de Raad van State, titel VI, hoofdstuk II: When a procedural objection suggests a case becomes moot due to a prior ruling, the court must reinstate the debate if the auditor rejects the claim of mootness to ensure a complete examination of the applicant's arguments.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IAJurisprudence citée
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VIIe KAMER
nr. 241.573 van 24 mei 2018
in de zaak A. 220.242/VII-39.791.
In zake : de GEMEENTE ZEDELGEM
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sander Kaïret kantoor houdend te 9930 Zomergem Kerkstraat 1, bus 0102
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
het VLAAMSE GEWEST
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steve Ronse en Meindert Gees kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B
bij wie woonplaats wordt gekozen
Tussenkomende partij :
de NV ASPIRAVI
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gregory Verhelst kantoor houdend te 2600 Antwerpen Uitbreidingstraat 2
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 12 september 2016, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw van 24 juni 2016 waarbij de beroepen ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen van 21 december 2015, houdende het verlenen van de milieuvergunning aan de NV Aspiravi, voor het exploiteren van een windturbinepark, gelegen te Ruddervoorde (Oostkamp) en
VII-39.791-1/4
deels te Veldegem (Zedelgem), E403 autosnelweg - Herderinnedreef, gedeeltelijk gegrond worden verklaard en de beroepen beslissing wordt gewijzigd.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend.
De tussenkomende partij heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 7 november 2016. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend.
Auditeur Dieter Decock heeft een verslag opgesteld.
De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een laatste memorie ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 19 april 2018.
Kamervoorzitter Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Sander Kaïret, die verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Meindert Gees, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Gregory Verhelst, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Peter Provoost heeft advies gegeven.
VII-39.791-2/4
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3.1. De tussenkomende partij wenst aan de E403 autosnelweg -
Herderinnedreef te Ruddervoorde (Oostkamp) en te Veldegem (Zedelgem) een windturbinepark uit te baten, bestaande uit twee windturbines en bijhorende transformatoren. Op 18 augustus 2015 dient zij daartoe een milieuvergunningsaanvraag in.
3.2. Op 21 december 2015 verleent de deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen de milieuvergunning, met een bijzondere exploitatievoorwaarde.
3.3. Onder meer de huidige verzoekende partij stelt een administratief beroep in tegen de voormelde beslissing van de deputatie.
3.4. Nadat in het kader van de beroepsprocedure de nodige adviezen werden uitgebracht, verklaart de verwerende partij op 24 juni 2016 de beroepen gedeeltelijk gegrond. Aan de bijzondere exploitatievoorwaarde van de beroepen beslissing worden nog een aantal wijzigingen aangebracht. De overige bepalingen van de beroepen beslissing worden bevestigd. De verwerende partij verleent bijgevolg de gevraagde vergunning.
Dit is het bestreden besluit.
IV. Heropening van het debat
4. In het verslag van de auditeur wordt gesteld dat in de hypothese dat de in het auditoraatsverslag in de zaak G/A. 220.198/VII-39.780, die
VII-39.791-3/4
betrekking heeft op dezelfde milieuvergunning, voorgestelde nietigverklaring van het bestreden besluit door de Raad van State wordt bijgevallen, het voorwerp van huidig annulatieberoep teloor gaat en dit beroep doelloos wordt.
Bij arrest nr. 241.572 van 24 mei 2018 wordt het door de auditeur gegrond geachte middel verworpen en wordt het debat in voormelde zaak heropend.
Bijgevolg moet het debat ook in huidige zaak worden heropend opdat de auditeur de middelen van de verzoekende partij zou kunnen onderzoeken.
BESLISSING
1. De Raad van State heropent het debat.
2. De Raad van State gelast het door de auditeur-generaal aan te stellen lid van het auditoraat met het verder onderzoek van de zaak.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vierentwintig mei tweeduizend achttien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:
Eric Brewaeys, kamervoorzitter, Pierre Lefranc, staatsraad, Peter Sourbron, staatsraad, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier.
De griffier De voorzitter
Bart Tettelin Eric Brewaeys
VII-39.791-4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.573