Court orders suspension of construction permit enforcement due to urgent necessity and proven traffic impact on neighbor.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State granted the request to suspend the enforcement of a building permit issued to Simply Better for the TO2 2018 event. The applicant argued that the permit's scope was unclear and that the event would cause significant traffic congestion hindering her residence. The court found that the applicant demonstrated urgent necessity and that the opposing parties failed to prove she lacked diligence or interest in the suspension.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticles 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31, 32, 33, 34, 35, 36, 37, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 44, 45, 46, 47, 48, 49, 50, 51, 52, 53, 54, 55, 56, 57, 58, 59, 60, 61, 62, 63, 64, 65, 66, 67, 68, 69, 70, 71, 72, 73, 74, 75, 76, 77, 78, 79, 80, 81, 82, 83, 84, 85, 86, 87, 88, 89, 90, 91, 92, 93, 94, 95, 96, 97, 98, 99, 100 of the Code of Administrative Justice: A suspension of enforcement is granted when the applicant proves urgent necessity and the opposing party fails to demonstrate a lack of diligence or interest.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE Xe KAMER
nr. 241.563 van 22 mei 2018
in de zaak A. 225.211/X-17.237.
In zake : Dariya BEZUGLA
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pieter Van Assche kantoor houdend te 9000 Gent Koning Albertlaan 128
bij wie woonplaats wordt gekozen en eveneens bijgestaan en vertegenwoordig door advocaat Sander Kaïret kantoor houdend te 9930 Zomergem Kerkstraat 1, bus 0102
tegen :
het BRUSSELSE HOOFDSTEDELIJKE GEWEST
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stijn Butenaerts en Andy Hoedenaeken kantoor houdend te 1080 Brussel Leopold II-laan 180
bij wie woonplaats wordt gekozen
Verzoeksters in tussenkomst :
1. de BVBA SIMPLY BETTER
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Ivan-Serge Brouhns en Guillaume Possoz kantoor houdend te 1170 Brussel Terhulpsesteenweg 178
bij wie woonplaats wordt gekozen 2. de NV DROH!ME EXPLOITATION
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Filip De Preter en François Tulkens kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3
bij wie woonplaats wordt gekozen
X-17.237-1/16
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 16 mei 2018 met een aangetekende zending, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van het besluit van de gemachtigde ambtenaar van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 6 maart 2018 waarbij de stedenbouwkundige vergunning wordt afgegeven aan de bvba Simply Better voor “Organisatie van TO2 2018” voor een periode van drie maanden op een terrein gelegen aan de Terhulpsesteenweg 50-53 te Ukkel.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend.
Met verzoekschriften van 18 mei 2018 hebben de bvba Simply Better en nv Droh!me Exploitation gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 18 mei 2018, om 10.30 uur.
Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Sander Kaïret, die verschijnt voor verzoekster, advocaat Stijn Butenaerts, die verschijnt voor de verwerende partij, advocaat Ivan-Serge Brouhns, die verschijnt voor de eerste tussenkomende partij, en advocaat Filip De Preter, die verschijnt voor de tweede tussenkomende partij, zijn gehoord.
Auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
X-17.237-2/16
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Tussenkomsten
3. De verzoeken tot tussenkomst van de bvba Simply Better en de nv Droh!me Exploitation worden ingewilligd. Hun belangen zijn bij de zaak betrokken.
IV. Feiten
4.1. Verzoekster woont aan de Terhulpsesteenweg 114 te Brussel, recht tegenover een op het gewestelijk bestemmingsplan aangeduid bosgebied.
Ten oosten van dit bosgebied toont hetzelfde bestemmingsplan een gebied voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten (hierna: de zone voor openbaar nut). Verspreid binnen de zone voor openbaar nut staan gebouwen die aanhorigheden waren van de renbaan van Bosvoorde, waar tot in 1987
paardenrennen werden georganiseerd.
In de feiten bevindt er zich tegenover het woongebouw van verzoekster een ongeveer 50 meter brede en ongeveer 200 meter diepe open plek (hierna: de open plek in het bosgebied), daar de westelijke rand van de zone voor openbaar nut bebost is en er in de oostelijke rand van het bosgebied slechts enkele geïsoleerde bomen staan.
Zoals blijkt uit het bij het bestreden besluit horende administratief dossier staan er zowel in de zone voor openbaar nut als op de open plek in het bosgebied meerdere bomen die opgenomen zijn in de wetenschappelijke inventaris van het natuurlijk erfgoed van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. Het betreft onder meer een geïsoleerde zomereik in de noordoostelijke hoek van de open plek in het bosgebied (hierna: de zomereik).
X-17.237-3/16
De nv Droh!me Exploitation (hierna: de tweede tussenkomende partij) is concessionaris van de renbaansite.
Ter verduidelijking volgt hierna een uittreksel van de website “brugis” van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest waarop benaderende aanduidingen zijn aangebracht.
4.2. Zowel het bosgebied als de zone voor openbaar nut maken deel uit van het bij koninklijk besluit van 2 december 1959 beschermde landschap Zoniënwoud en zijn, krachtens het meergenoemde bestemmingsplan, gelegen in een gebied van culturele, historische, esthetische waarde of voor stadsverfraaiing (hierna: het beschermd gebied).
5.1. Op 6 maart 2018 (datum van het ontvangstbewijs) dient de bvba Simply Better (hierna: de eerste tussenkomende partij) bij de gemachtigde ambtenaar van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest een aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning in voor – met de woorden van het bekendmakingsbericht – “Organisatie van TO2 2018” voor de periode tussen
X-17.237-4/16
2 mei 2018 en 25 juli 2018 (opbouw en afbraak inbegrepen). Het betreft meer bepaald de plaatsing van niet in de grond verankerde infrastructuur voor restaurant- en café-activiteiten voor vele honderden bezoekers, zoals plankenvloeren, togen, verlichting, een stookolietank en een stroomgenerator.
5.2. In de beschrijvende nota bij de aanvraag wordt uiteengezet dat de open plek in het bosgebied als parking zal worden gebruikt en dat op die open plek betonblokken, drie lichttotems en niet meer dan vijf aan gebouwen of containers te bevestigen lichtpunten zullen worden geplaatst. Volgens dezelfde nota wordt de westelijke grens van de open plek met ondoorzichtige dekzeilen afgespannen. Verder wordt uiteengezet dat er als beschermingsmaatregel rond de zomereik boomstammen zullen worden gelegd, wat tevens toelaat voor het gemotoriseerd verkeer een rond punt met aangrenzende “kiss & ride”-zone te creëren.
5.3. Bij de aanvraag is een mobiliteitsplan gevoegd waarin onder meer wordt gesteld dat door gebruik te maken van een e-mail database van 40.000 personen en van facebook-berichten aan 43.000 personen het publiek zal worden gesensibiliseerd voor de zachte mobiliteit en het respecteren van de buurt, dat op topdagen minimaal 500 personen een “free pass uber” zullen ontvangen en dat er verder gelegen parkings zullen worden voorzien vanwaar de bezoekers met shuttlebussen naar het evenement zullen worden gebracht.
5.4. Het bij de aanvraag gevoegde plan “1A” duidt in de open plek in het bosgebied 200 parkeerplaatsen voor motorvoertuigen – waarvan vier voor personen met beperkte mobiliteit – en de plaatsing van drie lichttotems aan.
Uit hetzelfde plan blijkt de plaatsing in de zone voor openbaar nut van terrasaccommodatie, afvalcontainers, een elektrische groep voor stroomgeneratie en een stookolietank.
Ter verduidelijking is hierna een uittreksel uit het voornoemde plan opgenomen.
X-17.237-5/16
6.1. Nog op 6 maart 2018 verleent de gemachtigde ambtenaar de gevraagde stedenbouwkundige vergunning.
6.2. Dit is het bestreden besluit, dat als vergunningsvoorwaarden onder meer oplegt dat voertuigen enkel mogen parkeren op parkeerplaatsen die voorzien zijn op de bij de stedenbouwkundige vergunning horende plannen en dat elk stationeren onder de kruin van de op de parking aanwezige bomen verboden is.
V. Vordering tot schorsing
A. Opsomming van de schorsingsvoorwaarden
7. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat
X-17.237-6/16
minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing.
B. Ernstig middel
Standpunt van de partijen
8.1. Verzoekster voert in haar eerste middel de schending aan van artikel 188 van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening van 9 april 2004
(hierna: BWRO), van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 „betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen‟ (hierna: de formelemotiveringswet), en van het motiverings- en het zorgvuldigheidsbeginsel.
Volgens verzoekster blijkt uit de overwegingen van het bestreden besluit niet dat de overeenstemming met de goede plaatselijke aanleg of ruimtelijke ordening terdege is onderzocht en beoordeeld. Nochtans is deze overeenstemming niet vanzelfsprekend gelet op de parkeerproblematiek, de hinderaspecten en de ligging van het aangevraagde project. Verzoekster stelt dat elke motivering in verband met de verenigbaarheid van het project met de onmiddellijke omgeving – en inzonderheid haar woongebouw – ontbreekt.
8.2. Verzoekster voert in haar derde middel de schending aan van artikel 35/3, 2°, van het besluit van 13 november 2008 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering „tot bepaling van de handelingen en werken die vrijgesteld zijn van een stedenbouwkundige vergunning, van het advies van de gemachtigde ambtenaar, van de gemeente, van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, van de overlegcommissie evenals van de speciale regelen van openbaarmaking of van de medewerking van een architect‟ (hierna:
het vrijstellingsbesluit), van artikel 15 van de algemene voorschriften van het gewestelijk bestemmingsplan, van de artikelen 2 en 3 van de formelemotiveringswet en van het motiverings- en het zorgvuldigheidsbeginsel.
X-17.237-7/16
Verzoekster wijst er op dat krachtens het op het beschermd gebied toepasselijke artikel 35/3 van het vrijstellingsbesluit voor de plaatsing van tijdelijke installaties met een “evenementieel karakter” voor een duur van ten hoogste drie maanden er enkel geen advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen en van de gemeente moet worden gevraagd op voorwaarde dat “ze niet afwijken van [het] bestemmingsplan”. Volgens verzoekster wordt in het bestreden besluit onterecht aangenomen dat aan die voorwaarde zou zijn voldaan. Er is immers aan voorbijgegaan dat de vergunning zich ook uitstrekt tot de parking voor motorvoertuigen. De inplanting van deze parking wijkt af van de bestemming bosgebied van het gewestelijk bestemmingsplan. De in het bestreden besluit vermelde omstandigheid dat een derde in 2005 een vergunning heeft aangevraagd om de open plek in het bosgebied in te richten als parking verandert daar niets aan.
9.1. Wat het eerste middel betreft stelt de verwerende partij dat de motieven waarop het bestreden besluit steunt, blijken uit de overwegingen ervan, die zij als volgt weergeeft:
“- De aanvraag wordt gesitueerd binnen het reglementair kader dat de bestemming bepaalt;
- Er wordt verwezen naar het Koninklijk besluit houdende de klassering van de site;
- Er wordt verwezen naar het reglementair kader waarbinnen de aanvraag te situeren is;
- Er wordt melding gemaakt van het tijdelijk karakter van de stedenbouwkundige vergunning;
- Er wordt vereist dat de locatie, na afloop van de periode van 3
maanden van de stedenbouwkundige vergunning[…] in zijn oorspronkelijk staat wordt hersteld;
- Er wordt rekening gehouden met de beperking van zwaar vrachtvervoer;
- Er wordt overwogen dat rekening dient gehouden te worden met de levensvatbaarheid van de bomen en de veiligheid van de bezoekers;
- Er wordt aandacht besteed aan de vrijwaring van de site Natura 2000;
- Er wordt overwogen dat de piste van de hypodroom niet kan gebruikt worden als weg;
- Er wordt vastgesteld dat de organisatie van het evenement in overeenstemming is met sociale en recreatieve functies van site van de Hypodroom;
X-17.237-8/16
- Er wordt uitdrukkelijk bepaald dat de organisatie van de toegankelijkheid (waaronder de parkings) in handen zijn van de [eerste tussenkomende partij] en de [tweede tussenkomende partij];
- Er wordt uitdrukkelijk verwezen naar een overeenkomst, die de verantwoordelijkheden vaststelt inzake, onder meer, de parking en het lawaai- en andere overlast;
- Er wordt rekening gehouden met de vergunning van de [tweede tussenkomende partij]”.
De verwerende partij voegt er aan toe dat om tot het bestreden besluit te komen er ook rekening is gehouden met de problematiek van het parkeerbeleid en de mogelijke hinder, daar het aanvraagdossier een zeer uitgebreide mobiliteitsstudie bevat.
9.2. Wat het derde middel betreft stelt de verwerende partij dat zowel uit de aanvraag, de vergunde plannen als uit de bestreden beslissing onomstotelijk blijkt dat deze geen betrekking hebben op parkeerplaatsen.
10.1. Wat het eerste middel betreft voegt de eerste tussenkomende partij aan de in randnummer 9.1 weergegeven argumenten toe dat verzoekster nalaat aan te duiden welke aspecten van de plaatselijke aanleg niet onderzocht zouden zijn. A fortiori toont verzoekster niet aan dat het buiten beschouwing laten van deze (niet-geïdentificeerde) aspecten van de plaatselijke aanleg er de verwerende partij toe gebracht zou hebben een kennelijke beoordelingsfout te begaan. Evenmin toont verzoekster, volgens de eerste tussenkomende partij, in die omstandigheden aan belang te hebben bij het middel.
10.2. Wat het derde middel betreft voert ook de eerste tussenkomende partij aan dat het bestreden besluit geen stedenbouwkundige vergunning voor de parking behelst. De exploitatie van de parking maakt het voorwerp uit van een aan haar toegekende tijdelijke milieuvergunning. Zoals terecht wordt overwogen in het bestreden besluit situeert de aanvraag zich uitsluitend in de zone voor openbaar nut die deel uitmaakt van het beschermd gebied, zodat er gebruik kon worden gemaakt van de vrijstelling voorzien in artikel 35/2 van het vrijstellingsbesluit.
X-17.237-9/16
Beoordeling
11. Het bestreden besluit vergunt niet alleen in de zone voor openbaar nut, maar evenzeer op de open plek in het bosgebied de tijdelijke plaatsing van installaties (randnrs. 5.2 en 5.4). Bovendien legt het bestreden besluit uitdrukkelijke voorwaarden met betrekking tot de parking op (randnr. 6.2). Daaruit lijkt op het eerste gezicht te volgen dat de bestreden vergunning zich, net als de aanvraag van de eerste tussenkomende partij, ook uitstrekt tot de op de open plek in het bosgebied gelegen parking.
12.1. Wat het eerste middel betreft moet worden vastgesteld dat de verplichting tot uitdrukkelijke motivering inhoudt dat in de stedenbouwkundige vergunning duidelijk de met de goede plaatselijke aanleg of ruimtelijke ordening verband houdende redenen moeten worden vermeld waarop de vergunningverlenende overheid haar beslissing steunt. Hierbij moet in de eerste plaats rekening worden gehouden met de ordening in de onmiddellijke omgeving.
De redengeving moet tevens in concreto geschieden.
12.2. Anders dan eerste tussenkomende partij voorhoudt, duidt verzoekster wel degelijk concreet aan welk aspect van de plaatselijke aanleg volgens haar niet betrokken is in het bestreden besluit. Het betreft meer bepaald de inpasbaarheid in de onmiddellijke (woon)omgeving, die onder meer bestaat uit het woongebouw van verzoekster. Verzoekster lijkt prima facie belang te hebben bij het aanvoeren van die onwettigheid.
12.3. Zoals verzoekster in haar eerste middel aanvoert komt haar woongebouw nergens in de overwegingen van het bestreden besluit ter sprake.
Nochtans maakt dit gebouw deel uit van de onmiddellijke omgeving van de parking, en dus op het eerste gezicht ook (randnr. 11) van de onmiddellijke omgeving van het terrein waarop de bestreden vergunning betrekking heeft.
Het blijkt vooralsnog niet dat in enig stuk van het administratief dossier een beoordeling van de goede plaatselijke aanleg vanuit het oogpunt van
X-17.237-10/16
de aanwezigheid van (een) woongebouw(en) in de onmiddellijke omgeving zou zijn gebeurd.
12.4. Voorhands moet, mede gelet op de omvang van het project, worden aangenomen dat het buiten beschouwing laten van het voornoemde gebouw strijdt met de verplichting voor de vergunningverlenende overheid om de verenigbaarheid met de goede plaatselijke aanleg in concreto te motiveren.
13. Wat het derde middel betreft, moet worden vastgesteld dat de verwerende partij er prima facie ten onrechte van uit is gegaan dat de aanvraag uitsluitend in de zone voor openbaar nut gesitueerd is. Er moet immers worden herhaald dat de bestreden vergunning zich op het eerste gezicht ook uitstrekt tot de in het bosgebied van het gewestelijk bestemmingsplan gelegen parking.
Het inrichten als parking voor motorvoertuigen van de “TO2”-
bezoekers lijkt moeilijk verenigbaar met de bestemming bosgebied.
Op het eerste gezicht had over de aanvraag dan ook het voorafgaandelijk advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen en van de gemeente moeten worden ingewonnen, wat te dezen niet is gebeurd.
14. De conclusie is dat het eerste en het derde middel ernstig voorkomen.
C. Uiterst dringende noodzakelijkheid
Standpunt van de partijen
15.1. Verzoekster wijst er op dat het grootschalige openluchtevenement dagelijks vele honderden en zelfs duizenden bezoekers aantrekt. Dit jaar wordt naast de diverse activiteiten ook voorzien in het uitzenden van de voetbalwedstrijden van de nationale ploeg op het wereldkampioenschap.
X-17.237-11/16
De editie van 2017 leert dat er, naast de overlast inzake zwerfvuil, geur- en geluidshinder, daadwerkelijk grote mobiliteitsproblemen rijzen. Eenmaal de veel te kleine parking volzet is, parkeren bezoekers zich wederechtelijk op de parkeerplaatsen van de nabijgelegen appartementsgebouwen en op de Terhulpensesteenweg – een drukke verbindingsweg – waardoor voetgangers en fietsers ernstig in gevaar worden gebracht en bewoners nog onmogelijk kunnen parkeren. Verzoekster benadrukt de negatieve impact van de honderden verkeersbewegingen die gegenereerd worden ter hoogte van de ingang voor de gemotoriseerde voertuigen, recht tegenover haar woongebouw. Voor verzoekster is het een evidentie dat de voetgangers en fietsers die het evenement verlaten “–
al dan niet in het licht van het WK-gebeuren – soms licht aangeschoten zullen zijn”. Verzoekster voegt een fotorapportage van de overlast en mobiliteitshinder van de editie van 2017 toe. Zij stelt dat er sprake is van een groot capaciteitsprobleem gelet op het jaarlijks stijgende bezoekersaantal en de veel te kleine parking. Gezien de trend van de voorbije jaren zullen de geschetste problemen dit jaar nog erger zijn.
15.2. Verder zet verzoekster uiteen dat zij op 4 mei 2018 de aanplakking heeft ontdekt en dat de verwerende partij haar op 11 mei 2018 het opgevraagde afschrift van de bestreden vergunning heeft bezorgd. Daar het betrokken evenement officieel geopend wordt op 18 mei 2018 en eindigt op 20 juli 2018 zou een gewone schorsingsvordering onherroepelijk te laat komen.
16.1. De verwerende partij en de tussenkomende partijen wijzen er vooreerst op dat het bericht ter bekendmaking van de bestreden vergunning reeds op 27 april 2018 ter plaatse is uitgehangen. Verzoekster is volgens hen niet voldoende diligent opgetreden door bijna drie weken later haar vordering in te stellen. De verwerende partij benadrukt dat, daar het om een jaarlijks terugkerend evenement gaat, verzoekster zeer goed wist dat er opnieuw een stedenbouwkundige vergunning afgeleverd zou worden. Het argument van verzoekster dat zij misleid zou zijn door andere aanplakkingen ter plaatse eind april - begin mei is volgens de verwerende partij niet dienend omdat een aanplakking met betrekking tot een stedenbouwkundige vergunning uitermate
X-17.237-12/16
duidelijk en helder opgesteld is en uiteraard steeds het voorwerp van de vergunning vermeldt.
16.2. De verwerende partij en de tussenkomende partijen wijzen er verder op dat de werken reeds op 5 mei 2018 werden aangevat en dat de locatie ook al op 16 mei 2018 opengesteld is voor een evenement voor de sponsors en de pers. Volgens hen verliest verzoekster uit het oog dat de bestreden beslissing volledig ten uitvoer is gelegd. Alle installaties zijn momenteel geplaatst. In die omstandigheden kan men niet aannemen dat verzoekster nog een belang heeft bij een verzoek tot schorsing, aangezien de werken die zij beoogt te voorkomen reeds zijn uitgevoerd. De bestreden vergunning dekt niet de exploitatie van de inrichting. Die moet, in zoverre ze ingedeeld is, worden gedekt door een milieuvergunning.
16.3. De tussenkomende partijen voegen nog toe dat verzoekster geen bewijs levert van persoonlijke schade van enige omvang of enig belang. Zij geeft niet aan wanneer haar foto's van fout geparkeerde voertuigen genomen zijn. De tweede tussenkomende partij erkent dat er in de wijk een tekort aan parkeerplaatsen is, maar dat is juist de reden dat er 300 op de renbaansite zijn voorzien. Het mobiliteitsplan waarborgt de permanente aanwezigheid van een mobiliteitsmanager. In de ruimere omgeving in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest worden bijkomend 390 parkeerplaatsen voorzien, vanwaar de bezoekers met shuttlebussen naar het evenement zullen worden gebracht. Het aantal uitnodigingen voor de opening, inhuldiging en sluiting is in de milieuvergunning beperkt tot 1200 plaatsen.
Ten slotte stelt de eerste tussenkomende partij dat zij niet verantwoordelijk kan worden gesteld voor de parkeerproblemen in de buurt en evenmin voor alle verkeersinbreuken die in de omgeving worden begaan.
X-17.237-13/16
Beoordeling
17. Uit de gegevens van de zaak blijkt dat er op de renbaansite verschillende tijdelijke activiteiten georganiseerd worden zodat er, zoals ook het geval was eind april - begin mei 2018, tegelijkertijd meerdere bekendmakingsaffiches met min of meer vergelijkbaar voorwerp aangeplakt worden.
Anders dan de verwerende partij blijkbaar aanneemt, brengt de omstandigheid dat “TO2” een jaarlijks terugkerend evenement is niet mee dat van verzoekster hoe dan ook verwacht kon worden dat zij het bekendmakingsbericht voor de bestreden vergunning reeds de eerste dagen van de aanplakking zou opmerken.
Verder blijkt niet dat het aangeplakte bekendmakingsbericht en de tekst van het vergunningsbesluit zelf – met de woorden van de verwerende partij – “uitermate duidelijk en helder” zouden zijn over de precieze draagwijdte van de bestreden vergunning.
Het is dan ook niet abnormaal dat verzoekster meerdere dagen nodig heeft gehad, eerst om de aanplakking op te merken en vervolgens om zich nader te informeren opdat zij met voldoende kennis van zaken haar vordering kon instellen.
Uit het voorgaande volgt dat de verwerende partij en de tussenkomende partijen er niet kunnen van overtuigen dat verzoekster tekort zou zijn geschoten op het vlak van de diligentie.
18. De in randnummer 16.2 weergeven argumentatie komt er op neer dat verzoekster geen belang zou hebben bij haar vordering omdat het bevelen van de schorsing van de tenuitvoerlegging voor haar geen nut zou hebben. Deze argumentatie gaat er aan voorbij dat de voornoemde tenuitvoerlegging niet alleen de opbouw en de afbraak van de niet in de grond
X-17.237-14/16
verankerde installaties, maar ook de aanwezigheid ervan gedurende de vergunde periode, meer bepaald van 2 mei 2018 tot 25 juli 2018, behelst. De schorsing van de tenuitvoerlegging impliceert met andere woorden dat deze installaties worden verwijderd, wat gewis het door verzoekster nagestreefde belang dient.
19. Verzoekster overtuigt ervan dat het betrokken evenement een belangrijke toestroom van motorvoertuigen voor haar woongebouw zal genereren. Zij maakt aannemelijk dat zodra de 200 – en niet 300 zoals tweede tussenkomende partij vermeldt – op de parking voorziene parkeerplaatsen volzet zijn, er getracht zal worden om langs de openbare weg te parkeren. Uit de gegevens van de zaak blijkt evenwel dat, daargelaten de privéterreinen zoals dat van verzoeksters woongebouw, er langs de Terhulpsesteenweg geen voertuigen kunnen worden geparkeerd zonder de doorstroming van het (voetgangers)verkeer te hinderen.
Met hun in randnummer 16.3 weergegeven argumenten relativeren de tussenkomende partijen de hinder die verzoekster zal ondervinden, doch ze slagen er niet in de realiteit van het bestaan ervan te ontkrachten.
20. Verzoekster doet in de gegeven omstandigheden voldoende blijken van een urgentie die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van een gewone vordering tot schorsing.
21. De voorwaarde van een uiterst dringende noodzakelijkheid is vervuld.
BESLISSING
1. De verzoeken tot tussenkomst van de bvba Simply Better en de nv Droh!me Exploitation worden ingewilligd.
2. De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de gemachtigde ambtenaar van het Brusselse Hoofdstedelijke
X-17.237-15/16
Gewest van 6 maart 2018 waarbij de stedenbouwkundige vergunning wordt afgegeven aan de bvba Simply Better voor “Organisatie van TO2 2018” voor een periode van drie maanden op een terrein gelegen aan de Terhulpsesteenweg 50-53 te Ukkel.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tweeëntwintig mei 2018, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Jan Clement, staatsraad, wnd. voorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier.
De griffier De voorzitter
Frank Bontinck Jan Clement
X-17.237-16/16
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.563