Court dismisses appeal due to failure to request continuation of proceedings within statutory deadline.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State declared the applicant's abandonment of the legal proceedings after rejecting her request to suspend the disciplinary dismissal. Although the applicant challenged the dismissal by the General Directorate of Judicial Police, she failed to submit a request to continue the case within thirty days of receiving the rejection of her suspension motion. Consequently, the court ruled that the applicant had effectively abandoned the litigation and dismissed her appeal.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 17, § 7 of the Council of State Rules; Upon rejection of a suspension request, failure to file a continuation application within thirty days constitutes a presumption of abandonment of the proceedings.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER
nr. 241.561 van 22 mei 2018
in de zaak A. 223.099/XIV-37.512
In zake: Jirka VAN DE MAELE
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Nathalie Brys kantoor houdend te 9031 Drongen Kroonprinsstraat 1
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken die woonplaats kiest bij de Federale Politie DGR/JUR
gevestigd te 1050 Brussel Kroonlaan 145A
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 12 september 2017, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van de Hogere Tuchtoverheid, de directeur-generaal van de algemene directie van de gerechtelijke politie van 01 augustus 2017, waarbij aan verzoekster als tuchtsanctie het ontslag van ambtswege werd opgelegd”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 240.509 van 23 januari 2018 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen.
XIV-37.512-1/3
Het genoemde arrest is op 5 februari 2018 aan verzoekster ter kennis gebracht.
Op 16 april 2018 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoekster de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State‟.
Verzoekster heeft niet gevraagd om te worden gehoord.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Beoordeling
3. Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest.
4. Verzoekster heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
5. Het vermoeden van afstand van het geding is te dezen van toepassing.
XIV-37.512-2/3
BESLISSING
1. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.
2. Verzoekster wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tweeëntwintig mei tweeduizend achttien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit:
Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier.
De griffier De voorzitter
Joris Casneuf Geert Debersaques
XIV-37.512-3/3
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.561