Belgian State dismissed urgent suspension request against military school exclusion due to lack of diligence.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State rejected the applicant's urgent request to suspend the military school's exclusion decision. The applicant waited nearly four weeks to file the petition and failed to demonstrate special reasons justifying such delay. Consequently, the court found the applicant had not fulfilled the diligence requirement mandated by Article 17 of the Council of State laws.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 17, §§ 1 and 4 of the Council of State laws; The requirement of extreme urgency for suspending execution is not met if the applicant fails to act with the necessary diligence in filing the petition.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER
nr. 241.555 van 23 mei 2018
in de zaak A. 225.160/XIV-37.714
In zake: XXXX
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kris Luyckx kantoor houdend te 2000 Antwerpen Amerikalei 122/14
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 11 mei 2018, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de commandant van de Koninklijke School voor Onderofficieren van 17 april 2018 tot uitsluiting van verzoeker van de vorming aan de Voorbereidende Divisie op de Koninklijke Militaire School vanaf 18 april 2018.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 mei 2018, om 11.00 uur.
Staatsraad Patricia De Somere heeft verslag uitgebracht.
XIV-37.714-1/10
Advocaten Kris Luyckx en Joost Bosquet, die verschijnen voor verzoeker, en majoor van het Vliegwezen Maarten Kerckhofs, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Eerste auditeur Geert De Bleeckere heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Feiten
3.1. Verzoeker wordt op 17 augustus 2017 als student ingeschreven aan de Voorbereidende Divisie op de Koninklijke Militaire School (hierna:
de VDKMS), en volgt er de vorming in de Koninklijke School voor Onderofficieren (hierna: de KSOO), waaronder de VDKMS ressorteert. De VDKMS heeft als doel de studenten gedurende één schooljaar voor te bereiden op de toelatingswedstrijd tot de Koninklijke Militaire School (hierna: de KMS), die dit jaar plaatsvindt op 27 juni 2018.
3.2. Op 22 maart 2018 gelast de commandant van de KSOO, naar aanleiding van klachten van vier studenten over pesterijen, een intern onderzoek te voeren naar de gebeurtenissen die zouden hebben plaatsgevonden binnen de VDKMS. In dit kader wordt verzoeker op 26 en 27 maart 2018 gehoord door luitenant V.
3.3. Op 27 maart 2018 beslist de commandant van de KSOO om verzoeker, in het belang van de dienst en in afwachting van een beslissing ten gronde, vijf dagen (tot aan de paasvakantie) preventief te verwijderen uit de school als beschermende maatregel, met als reden dat verzoeker, “ondanks het uitdrukkelijk verbod, toch contact heeft gehad met leerlingen die betrokken waren
XIV-37.714-2/10
bij de feiten die vorige week aan het licht zijn gekomen” en hij hierbij “dreigementen heeft geuit aan het adres van de vermeende slachtoffers”.
3.4. Bij nota van 9 april 2018 deelt de commandant van de KSOO aan verzoeker het volgende mee:
“Onderwerp: klacht in verband met pesterijen in de VDKMS
Ref: Schoolreglement CaSa 2017
1. Als gevolg van de klacht i.v.m. mogelijke feiten van pesterijen, werd er een intern onderzoek uitgevoerd, waarvan de resultaten mij op 29 Mar 18 werden voorgelegd.
2. Het intern onderzoek heeft de volgende feiten bevestigd: ongepast en vernederend taalgebruik en grensoverschrijdend gedrag tegenover vrouwelijke collega’s (vraag naar seksuele contacten, vraag om naaktfoto’s te sturen, opzettelijk fysieke contacten zoals het aanraken van achterwerk en borsten).
3. Dergelijke feiten zijn volledig in strijd met de normen en waarden die militairen en leerlingen van de VDKMS moeten eerbiedigen en met het schoolreglement (hoofdstuk 0-4 punt 32). Gezien de ernst en het herhaald karakter van voorgaande feiten zal de Comd VDKMS een deliberatiecommissie samenroepen die moet beslissen over uw uitsluiting uit de vorming.
4. De deliberatiecommissie zal op dinsdag 17 april 2018 om 0900 Hr plaatsvinden. Conform het reglement hebt u vijf werkdagen om een eventueel verweerschrift over te maken aan de Comd VDKMS. U hebt tevens het recht om u te laten bijstaan door een raadgever van uw keuze”.
Verzoeker ondertekent deze nota dezelfde dag “voor gezien”.
3.5. Verzoeker wordt op 11 april 2018 ongeschikt verklaard om te werken wegens ziekte voor de periode van 11 april 2018 tot en met 27 april 2018.
Verzoeker verstuurt betreffend medisch getuigschrift per aangetekende brief van 13 april 2018 aan de VDKMS, met een schriftelijke verklaring van zijn moeder dat hij gedurende zijn periode van arbeidsongeschiktheid bij haar zal verblijven met vermelding van haar adres.
3.6. De zitting van de deliberatiecommissie vindt plaats op 17 april 2018. Luidens het proces-verbaal van de deliberatiecommissie doet deze een voorstel tot uitsluiting, als volgt:
“Naar aanleiding van de klacht ivm pesterijen in de VDKMS werd er een intern onderzoek uitgevoerd. Het intern onderzoek heeft de volgende feiten bevestigd:
ongepast en vernederend taalgebruik en grensoverschrijdend gedrag tegenover
XIV-37.714-3/10
vrouwelijke collega's (vraag naar seksuele contacten, vraag om naaktfoto's te sturen, opzettelijk fysieke contacten zoals het aanraken van achterwerk en borsten).
Dergelijke feiten zijn volledig in tegenstrijd met de normen en waarden die militairen en leerlingen van de VPKMS moeten eerbiedigen en met het schoolreglement (hoofdstuk 0-4 punt 32).
Gezien de ernst en het herhaald karakter van voorgaande feiten is er vandaag een deliberatie-commissie.
Volgens het schoolreglement VDKMS mag de procedure gewoon voortgezet worden ook al is de opgeroepen betrokkene niet komen opdagen (deel Bijl B bis1/2
Sep 2017 2.d.)
Betrokkene is afwezig en wordt vertegenwoordigd door zijn advocaat Dhr. [K. L.].
De advocaat verzoekt om de deliberatiecommissie op latere datum te laten plaats vinden.
Reden: Sdt [...] is ziek thuis en mag de woonst niet verlaten.
Hij moet zelf de mogelijkheid hebben om gehoord te worden, Zijn administratieve rechten zijn geschonden.
De advocaat herhaalt eveneens de feiten die in het verweerschrift zijn neergeschreven.
Voorstel van de deliberatiecommissie:
De deliberatiecommissie doet een voorstel tot uitsluiting van vorming. Dit werd unaniem gestemd.
Argumentatie:
Het beleid tegen geweld, pesten en ongewenst seksueel gedrag werden u meerdere keren ter kennis gebracht:
1. Briefing Kol [A.] op dinsdag 29 aug 17
2. Toespraak CO op 221645Mar 18
3. Ondertekend attesten voor kennisname de schoolreglement VDKMS en KSOO (Bijl 3)
4. Waarden van Defensie: respect en zelfdiscipline Toch is er vastgesteld dat [verzoeker] toch verder gegaan is met zijn ongepaste gedrag. Uit het verslag blijkt dat [verzoeker] gebruik maakte van zijn vertrouwensband met de vrouwelijke collega's om oneerbare voorstellen te doen.
Als potentieel toekomstig Offr zou hij tevens een vertrouwensband & machtspositie hebben t.o.v. eventuele vrouwelijke leden van zijn Pl/dienst.
[Verzoeker] toont aan dat hij de 03 onderstaande waarden van Defensie niet respecteert.
Respect Respect betekent rekening houden met de eigenheid, belangen en rechten van iemand anders. Voor Defensie slaat respect op het respecteren van anderen, zowel intern als extern de organisatie. Deze waarde ligt aan de basis van normen in het kader van de non-discriminatie, geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag.
• Behandel iedereen met respect.
• Discrimineer nooit.
Integriteit integriteit houdt in dat men ten allen tijde handelt in overeenstemming met de geldende normen en regels. Eerlijkheid en waardigheid zijn begrippen die hiermee nauw verband houden.
• Doe wat juist is, ook als niemand kijkt, • Laat je niet in met gedrag dat afbreuk doet aan de waardigheid van jezelf en van het beroep van militair.
• Maak geen misbruik van alcohol en gebruik geen drugs.
Loyaliteit
XIV-37.714-4/10
Loyaliteit slaat op trouw dan een persoon, een groep, de organisatie of de opdracht. Voor Defensie is er hier, samen met de waarde integriteit, een directe link naar de eed: ‘Ik zweer getrouwheid aan de Koning, gehoorzaamheid aan de Grondwet en aan de wetten van het Belgische volk’.
• Vervul nauwgezet alle dienstverplichtingen die je worden opgelegd door het internationaal recht, de Grondwet, wetten, reglementen, onderrichtingen, conventies en bevelen die op Defensie van toepassing zijn.
• Wees loyaal ten opzichte van volkenrechterlijke Instellingen, de Koning, de Natie en Defensie, je eenheid, je chefs en je collega’s.
• Wees discreet wanneer het gaat over vertrouwelijke informatie”.
3.7. Op grond hiervan beslist de Commandant van de KSOO op 17 april 2018 als volgt:
“Op basis van de elementen in ons bezit en conform de schoolreglementen KSOO en VDKMS beslis ik dat u bent uitgesloten van de vorming vanaf woensdag 18 apr 18.
Hierbij gevoegd vindt u een kopie van het proces-verbaal van de deliberatiecommissie.”
Dit is de thans bestreden beslissing.
IV. Ontvankelijkheid van de vordering
4. Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de door de verwerende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexceptie uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over die exceptie zou alleen nodig zijn indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is.
V. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
5. Krachtens artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden en dat een uiterst dringende
XIV-37.714-5/10
noodzakelijkheid voorhanden is die onverenigbaar is met de behandelingstermijn van de gewone vordering tot schorsing.
VI. Uiterst dringende noodzakelijkheid
Uiteenzetting van de uiterst dringende noodzakelijkheid
6. In zijn verzoekschrift zet verzoeker onder het kopje “Ontvankelijkheid” uiteen dat de regelgeving geen vervaltermijn voorschrijft waarbinnen een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet ingediend worden. De bestreden beslissing werd betekend op zijn domicilie-adres, hoewel verzoeker voordien had te kennen gegeven dat hij om medische redenen bij zijn moeder verbleef (operatie aan wijsheidstanden 27 april 2018), waardoor hij pas op 2 mei 2018 kennis heeft kunnen nemen van de bestreden beslissing. Hij wijst erop dat bij het beoordelen van de diligentie waarmee het beroep wordt ingesteld de houding van het bestuur mee in rekening dient te worden gebracht en daarbij in de betekening van de bestreden beslissing ook geen melding gemaakt wordt van de modaliteiten aangaande de beroepsmogelijkheid bij de Raad van State.
Onder het kopje “Uiterst dringende noodzaak” zet verzoeker uiteen, samengevat, dat hij met ingang van 18 april 2018 wordt uitgesloten van de vorming aan de VDKMS en niet in staat wordt gesteld zijn schooljaar te beëindigen en deel te nemen aan de toelatingswedstrijd tot de KMS af te leggen.
Voorts haalt verzoeker ook aan dat hij door de bestreden beslissing dreigt zijn (beweerde) hoedanigheid van kandidaat-militair te verliezen met de daaraan verbonden gevolgen.
XIV-37.714-6/10
Beoordeling
7. De schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid houdt een ernstige verstoring in van het normale verloop van de rechtspleging voor de Raad van State, herleidt de mogelijkheden tot onderzoek van de zaak tot een strikt minimum en beperkt in aanzienlijke mate de uitoefening van de rechten van verdediging van de verwerende partij. De aanwending van die procedure moet dan ook zeer uitzonderlijk blijven.
De toepassing ervan kan alleen worden aanvaard indien de schorsing van de tenuitvoerlegging volgens de gewone schorsingsprocedure te laat zal komen. Dit impliceert dat een verzoekende partij met de vereiste spoed en diligentie moet hebben opgetreden. Diligent optreden - dit wil zeggen dat een verzoeker al het nodige heeft gedaan om de schade te voorkomen en om de zaak zo spoedig mogelijk aanhangig te maken bij de Raad van State - is vervat in de voorwaarde van de uiterst dringende noodzakelijkheid. Die dwingende vereiste moet zijn vervuld opdat de Raad van State een verzoekende partij zou toelaten tot de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid.
8. De vraag of een verzoekende partij met gepaste spoed en diligentie heeft gehandeld, moet worden beoordeeld aan de hand van de concrete omstandigheden van de zaak.
Verzoeker werd op de deliberatiecommissie van 17 april 2018
vertegenwoordigd door zijn raadsman, die ook daags voordien een uitvoerig verweerschrift heeft neergelegd. Uit het dossier blijkt - en dit wordt ter zitting bevestigd - dat enerzijds de bestreden beslissing werd verstuurd per aangetekende brief van 18 april 2018 naar het domicilie-adres van verzoeker, en anderzijds het proces-verbaal van de deliberatiecommissie van 17 april 2018, met alle bijlagen, aan verzoekers raadsman werd verstuurd per e-mail van 18 april 2018.
XIV-37.714-7/10
De schriftelijke verklaring van verzoekers moeder betreft enkel een mededeling dat verzoeker tijdens betreffende periode van ziekte bij haar verblijft. Uit geen enkel stuk evenwel blijkt dat verzoeker of zijn raadsman uitdrukkelijk zouden hebben gevraagd de beslissing - waarvan zij wisten dat die kortelings zouden worden genomen - te betekenen op het verblijfsadres bij zijn moeder, zodat de betekening op verzoekers domicilie-adres als rechtsgeldig wordt beschouwd.
Verzoekers stelling dat hij pas op 2 mei 2018 kennis heeft kunnen krijgen van de bestreden beslissing, en hij voldoende diligent heeft gehandeld, wordt bijgevolg tegengesproken door de stukken in het dossier.
Verzoeker heeft bijna vier weken gewacht om zijn verzoekschrift in te dienen. Hij toont verder niet aan welke bijzondere reden dergelijk uitstel van de vordering kan verantwoorden, aangezien hij blijkens zijn uiteenzetting toch beoogt om in staat te worden gesteld zijn schooljaar voort te zetten en deel te nemen aan de toelatingswedstrijd tot de KMS. Om precies op dat vlak maximaal met de verzuchtingen van de verzoeker rekening te kunnen houden, werd de openbare terechtzitting op zeer korte termijn bepaald.
Het tijdsbestek van bijna vier weken dat verzoeker zichzelf heeft gegeven voor het indienen van de vordering bij hoogdringendheid, in een aangelegenheid die geen bijzondere moeilijkheden van feitelijke of van juridische aard doen rijzen, staat niet in verhouding tot de zeer korte termijn die de Raad van State zichzelf heeft moeten opleggen noch tot de minimale termijn die de verwerende partij vanuit die optiek gekregen heeft om zich te verdedigen.
Dat de beroepsmogelijkheid tegen de bestreden beslissing door de verwerende partij niet aan verzoeker werd meegedeeld, kan worden betreurd, maar verantwoordt niet het talmen van verzoeker bij het instellen van de vordering.
Het ontbreken van de mededeling van de beroepsmogelijkheid en -modaliteiten
XIV-37.714-8/10
heeft slechts een invloed op het ingaan van de beroepstermijn, maar ontslaat verzoeker niet van de vereiste van het diligent handelen.
9. Het blijkt derhalve niet dat verzoeker alles in het werk heeft gesteld om de aangevoerde schade te voorkomen en om de zaak zo spoedig mogelijk aanhangig te maken bij de Raad van State.
Hieruit volgt dat niet is voldaan aan één van de bij artikel 17, §§ 1 en 4, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden om de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de bestreden beslissing te kunnen bevelen.
Die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen.
VI. Anonimisering
10. Verzoeker vraagt de anonimisering van het arrest, bij de publicatie ervan.
Luidens artikel 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 7 juli 1997 ‘betreffende de publicatie van de arresten en de beschikkingen van niet-toelaatbaarheid van de Raad van State’ kan bij de publicatie van de beschikking of van het arrest de identiteit van natuurlijke personen, op uitdrukkelijk verzoek van een natuurlijke persoon die partij is bij een geschil dat bij de Raad van State aanhangig is, worden weggelaten.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt de vordering.
XIV-37.714-9/10
2. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 20 euro.
3. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoeker niet bekendgemaakt.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van tweeëntwintig mei tweeduizend achttien, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit:
Patricia De Somere, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier.
De griffier De voorzitter
Joris Casneuf Patricia De Somere
XIV-37.714-10/10
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.555