Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.511 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.511 Généré par l'IA

Court dismisses appeal due to withdrawal; parties failed to request hearing within statutory deadline.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.511
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State declared the withdrawal of the proceedings and dismissed the appeal against the minister's refusal of medical training recognition. The applicants had filed a petition for annulment but failed to request a hearing within the fifteen-day period following the auditor's report. Consequently, the court applied the statutory presumption of withdrawal and ordered the parties to bear their respective costs.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 14quater of the 1948 Regent's Decree; Article 21, paragraph 7 of the Council of State Rules: If a party fails to request a hearing within the prescribed period after the auditor's report, the court may declare the withdrawal of the proceedings.

Mots-clés

Généré par l'IA
withdrawal of proceedings auditor's report presumption of withdrawal hearing request deadline costs allocation administrative appeal medical training recognition autorisation de pratiquer à la charge de l'assurance-maladie

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 14quater of the Regent's Decree of 23 August 1948
Article 21, paragraph 7 of the Council of State Rules
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER

nr. 241.511 van 17 mei 2018

in de zaak A. 217.485/VII-39.532.

In zake : 1. Joost STAELENS

2. de BVBA DOKTER JOOST STAELENS

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joost Hoste kantoor houdend te 8310 Brugge Karel van Manderstraat 123

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Isabelle Cooreman kantoor houdend te 1082 Brussel Keizer Karellaan 586, bus 9

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 5 november 2015, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 28 augustus 2015 waarbij de aanvraag van 19 juni 2012 van Dr. Joost Staelens, geboren op 21 juli 1958, om als geneesheer-stagemeester voor een opleiding in de huisartsgeneeskunde erkend te worden, wordt geweigerd en de aanvraag van dezelfde datum voor het kabinet van Dr. Joost Staelens, Larstraat 28

te Lauwe om als stagedienst voor een opleiding in huisartsgeneeskunde erkend te worden, wordt geweigerd.

VII-39.532-1/3

II. Verloop van de rechtspleging

2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend.

Auditeur Anja Somers heeft een verslag opgesteld.

Dat verslag werd aan de verzoekende partijen ter kennis gebracht op 2 februari 2018.

Op 23 maart 2018 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partijen de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Beoordeling

3. In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. De hoofdgriffier heeft bij de kennisgeving van het auditoraatsverslag aan de verzoekende partijen melding gemaakt van artikel 21, zevende lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De verzoekende partijen hebben binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in voornoemd artikel 21, zevende lid, geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Krachtens die wetsbepaling geldt te hunnen aanzien een vermoeden van afstand van het geding.

VII-39.532-2/3

De hoofdgriffier heeft de verzoekende partijen medegedeeld, met toepassing van artikel 14quater van voornoemd besluit van de Regent, dat de kamer de afstand van geding zou uitspreken, tenzij de verzoekende partijen binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord. De verzoekende partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord.

Er bestaat aanleiding om de afstand van het geding vast te stellen.

BESLISSING

1. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.

2. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 400 euro, elk voor de helft.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van zeventien mei tweeduizend achttien, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit:

Eric Brewaeys, kamervoorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier.

De griffier De voorzitter

Bart Tettelin Eric Brewaeys

VII-39.532-3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.511