ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.504 · Conseil d'État
Synthèse Legislator
Généré par l'IADe vordering, ingesteld op 9 maart 2018, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “[d]e gunningsbeslissing inzake de overheidsopdracht ‘Raamcontract voor een zorg- centrale’ d.d. 22 februari 2018, met als besteknummer: 2017/034/WBE(ID:554)”.
Regeste Legislator
Généré par l'IAECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.504 · Conseil d'État: In de gegeven omstandigheden past het de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen. Deze kosten bestaan uit het rolrecht, de bijdrage overeenkomstig artikel 5, § 1, van de wet van 19 maart 2017 ‘tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand’ en de door de verzoekende partij ter terechtzitting gevraagde basisrechtsplegingsvergoeding van 700 euro.
Mots-clés
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER
nr. 241.504 van 17 mei 2018
in de zaak A. 224.730/XII-8518
In zake: de CVBA Z-PLUS
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Wouter Lauwers en Karen De Braekeleer kantoor houdend te 1930 Zaventem Luchthaven Brussel Nationaal 1/K
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
het ZORGBEDRIJF ANTWERPEN
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Barteld Schutyser kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 99
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 9 maart 2018, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “[d]e gunningsbeslissing inzake de overheidsopdracht ‘Raamcontract voor een zorg-
centrale’ d.d. 22 februari 2018, met als besteknummer: 2017/034/WBE(ID:554)”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 3 mei 2018, om 11.00 uur.
Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht.
XII-8518-1/3
Advocaat Marlies Martin, die loco advocaat Karen De Braekeleer verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Saul Janssens, die loco advocaat Barteld Schutyser verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.
Auditeur Thomas Maes heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Intrekking van de bestreden beslissing
3. Met een beslissing van de Raad van Beheer van het Zorgbedrijf Antwerpen van 17 april 2018 is de bestreden beslissing ingetrokken.
De vordering is bijgevolg zonder voorwerp, minstens heeft de verzoekende partij haar belang bij de vordering verloren.
IV. Kosten
4. In de gegeven omstandigheden past het de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen. Deze kosten bestaan uit het rolrecht, de bijdrage overeenkomstig artikel 5, § 1, van de wet van 19 maart 2017 ‘tot oprichting van een Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand’ en de door de verzoekende partij ter terechtzitting gevraagde basisrechtsplegingsvergoeding van 700 euro.
BESLISSING
1. De Raad van State verwerpt de vordering.
XII-8518-2/3
2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 20 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 700
euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 17 mei 2018, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:
Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier.
De griffier De voorzitter
Greta Scheveneels Johan Bovin
XII-8518-3/3
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.504