Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.503 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.503 Généré par l'IA

Belgian court dismisses annulment claim as client obtained desired result via new decision.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.503
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State rejected the annulment action filed by NV BRASSCHAAT FINANCIAL HOLDING against a decision by the Haviland association. The court found that the association had subsequently decided to exclude the applicant as the preferred bidder and invited another party, thereby granting the applicant what they sought. Consequently, the court determined that the applicant no longer possessed the requisite current interest in annulling the original decision.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Articles 30/1 and 30/2 of the Coordinated Acts on the Council of State; A claim for annulment is inadmissible if the applicant has obtained the result they sought through subsequent administrative acts, thereby lacking the necessary current interest.

Mots-clés

Généré par l'IA
annulment action current interest preferred bidder administrative decision inadmissible claim soumissionnaire évincé offre effective avis de concours

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 30/1 of the Coordinated Acts on the Council of State
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER

nr. 241.503 van 17 mei 2018

in de zaak A. 217.956/XII-8060

In zake: de NV BRASSCHAAT FINANCIAL HOLDING

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat advocaat Peter Flamey kantoor houdend te 2018 Antwerpen Jan Van Rijswijcklaan 16

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

de DIENSTVERLENENDE VERENIGING HAVILAND

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten David D’Hooghe en Jochen Vranckx kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25

bij wie woonplaats wordt gekozen

Tussenkomende partijen:

1. de NV MG REAL ESTATE

2. de NV MG INVEST

3. de NV SASAELLA

“samen handelend onder de benaming ‘MG REAL ESTATE’”

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jos Mertens en Bettina Poelemans kantoor houdend te 9051 Sint-Denijs-Westrem MG Building II

Kortrijksesteenweg 1144 G

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 15 februari 2016, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van verwerende partij zonder (gekende) datum, maar meegedeeld met een aangetekende brief van 17 december 2015, waarbij

XII-8060-1/5

beslist werd om voorlopig enkel met MG Real Estate verdere besprekingen te zullen voeren en waarbij beslist werd om slechts verder te berichten zodra er een beslissing is genomen over de sluiting van de overeenkomst en slechts op dat ogenblik de gemotiveerde beslissing te bezorgen in het kader van een bevragings-

procedure betreffende het project Meise-Westrode volgens bevragingsdocument uitgaande van de Intercommunale Haviland, gevestigd te 1731 Zellik (Asse), Brusselsesteenweg 617, houdende oproep voor het opzetten van een samen-

werking voor de commerciële ontwikkeling door een private partner van een hoogwaardig en duurzaam bedrijventerrein Westrode te Meise (DIR-2014-SP

marktbevraging Meise Westrode)”.

II. Verloop van de rechtspleging

2. Bij arrest nr. é.570 van 21 januari 2016 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen.

Bij arrest nr. 239.938 van 23 november 2017 is het debat heropend en wordt het door de auditeur-generaal aangestelde lid van het auditoraat ermee belast het onderzoek van de zaak voort te zetten.

Auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag opgesteld, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 15 mei 2018.

Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Evi Mees, die loco advocaat Peter Flamey verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat David D’Hooghe, die verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Bruno Persyn, die loco advocaat Bettina Poelemans verschijnt voor de tussenkomende partijen, zijn gehoord.

XII-8060-2/5

Auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Toepassing van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948

‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’

3.1. Op 1 maart 2018 beslist het directiecomité van de dienstverlenende vereniging Haviland als volgt:

“Het directiecomité gaat akkoord met het juridisch advies van Stibbe, herneemt integraal de overwegingen en bevindingen die er in zijn vervat, en beslist:

- De overwegingen en bevindingen die in het advies van Stibbe van 9 februari zijn vervat bij te treden en als integraal hernomen te beschouwen;

- MG Real Estate niet langer te beschouwen als voorkeursbieder;

- Aan MG Real Estate en BFH mee te delen dat de gevoerde onderhandelingen met MG Real Estate niet tot een akkoord hebben kunnen leiden, en dat bijgevolg beslist w[e]rd dat MG Real Estate niet langer voorkeursbieder is;

- Brasschaat Financial Holding uit te nodigen voor een gesprek ten einde na te gaan of zij bereid is om op basis van een nader te overleggen ontwerp van overeenkomst en binnen een redelijke termijn een bindend bod uit te brengen;

- Motivering over te maken aan de Raad van State door het bureau Stibbe - Motivering over te maken aan BFH en MG Real Estate door Haviland.”

3.2. Bij brieven van 8 maart 2018 wordt de voornoemde beslissing meegedeeld aan de verzoekende partij en de tussenkomende partijen.

3.3. Met een op 12 maart 2018 ter post aangetekende brief meldt de verwerende partij aan de Raad van State:

“Op 1 maart 2018 heeft het directiecomité van Haviland beslist om MG Real Estate niet langer te beschouwen als voorkeursbieder en aan MG Real Estate

XII-8060-3/5

en Brasschaat Financial Holding mee te delen dat de gevoerde onder-

handelingen met MG Real Estate niet tot een akkoord hebben kunnen leiden.

Deze beslissing en de kennisgeving ervan aan zowel MG Real Estate alsook aan Brasschaat Financial Holding voegen wij toe als bijlage bij dit schrijven.

Voorts heeft het directiecomité van Haviland beslist om Brasschaat Financial Holding uit te nodigen voor een gesprek teneinde na te gaan of zij bereid is om op basis van een nader voor te leggen ontwerp van overeenkomst en binnen een redelijke termijn een bindend bod uit te brengen.”

3.4. De verzoekende partij heeft bijgevolg de mogelijkheid om in aanmerking te komen voor de opdracht tot commerciële ontwikkeling van het kwestieuze bedrijventerrein. Aldus heeft zij bekomen wat zij met onderhavig beroep betrachtte en kan dat beroep haar geen enkel voordeel meer opleveren. Het vereiste actueel belang bij de nietigverklaring van de bestreden beslissing is niet voorhanden.

3.5. Het beroep tot nietigverklaring is onontvankelijk

IV. Kosten

4.1. In de gegeven omstandigheden past het de kosten van het beroep tot nietigverklaring ten laste te leggen van de verwerende partij.

4.2. Tevens is er te dezen grond om aan de verzoekende partij de door haar gevraagde basisrechtsplegingsvergoeding van 700 euro toe te kennen nu zij door de beslissing van het directiecomité van de dienstverlenende vereniging Haviland van 1 maart 2018, als de in het gelijk gestelde partij dient beschouwd in de zin van artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State.

BESLISSING

1. De Raad van State verwerpt het beroep.

XII-8060-4/5

2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, en een rechts-

plegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verzoekende partij.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 17 mei 2018, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:

Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier.

De griffier De voorzitter

Greta Scheveneels Johan Bovin

XII-8060-5/5

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.503