Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.499 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.499 Généré par l'IA

Court dismisses appeal due to deemed withdrawal after rejection of urgent suspension request.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.499
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State declared the applicant's legal proceedings withdrawn following the rejection of their urgent suspension request. The applicant had previously sought to halt the execution of a decision by the West Flanders Intercommunal Authority but failed to file a continuation request within the statutory thirty-day period. Consequently, the court applied the presumption of withdrawal under Article 17, Section 7 of the Council of State Rules, dismissing the appeal and ordering the respondent to bear the associated costs.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Article 17, Section 7 of the Council of State Rules; When a party fails to file a request for continuation of proceedings within thirty days of receiving a decision rejecting an urgent suspension request, a presumption of withdrawal of the proceedings applies.

Mots-clés

Généré par l'IA
presumption of withdrawal urgent suspension request continuation of proceedings Council of State Rules procedural dismissal administrative litigation time limit compliance recevabilité de la demande de récusation

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 17, Section 7 of the Council of State Rules, coordinated on 12 January 1973
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER

nr. 241.499 van 17 mei 2018

in de zaak A. 223.480/XII-8446

In zake: Filip DOBBELAERE

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Joris Wouters kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 27

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

de WEST-VLAAMSE INTERCOMMUNALE

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Rasschaert kantoor houdend te 9300 Aalst Désiré De Wolfstraat 18

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van het beroep

1. Het beroep, ingesteld op 6 oktober 2017, strekt tot de nietig-

verklaring van “[d]e beslissing van het uitgiftecomité van de West-Vlaamse Inter-

communale dd. 3 augustus 2017, zoals gevoegd bij het aangetekend schrijven van de West-Vlaamse Intercommunale dd. 3 augustus 2017 (verzonden op 7 augustus 2017), waarbij wordt beslist de heer Filip Dobbelaere niet te selecteren voor de volgende stap en niet uit te nodigen om een projectvoorstel in te dienen in het kader van de ontwikkeling van een nieuw gemengd bedrijventerrein „Monnikenhoek‟ te Veurne en waarbij tevens wordt beslist om Brunic nv – De Brabander bvba –

Creapan bvba wel te selecteren voor de volgende stap en uit te nodigen om een projectvoorstel in te dienen in het kader van de hierboven genoemde ontwikke-

ling”.

XII-8446- 1/4

II. Verloop van de rechtspleging

2. Bij arrest nr. 240.331 van 28 december 2017 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen.

Het voormelde arrest is op 9 januari 2018 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht.

Op 2 maart 2018 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 „tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuurs-

rechtspraak van de Raad van State‟.

De verzoekende partij heeft gevraagd om te worden gehoord.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 15 mei 2018.

Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Joris Wouters, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Gaelle De Smet, die loco advocaat Wim Rasschaert verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eenslui-

dend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, geco-

ördineerd op 12 januari 1973.

XII-8446- 2/4

III. Feiten

3.1. Bij besluit van het uitgiftecomité van de West-Vlaamse Inter-

communale van 26 oktober 2017 werd de bestreden beslissing ingetrokken.

3.2. Bij arrest nr. 240.331 van 28 december 2017 werd de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de bestreden beslissing om deze reden verworpen.

Dit arrest werd op 9 januari 2018 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting inge-

diend.

IV. Toepassing van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoör-

dineerd op 12 januari 1973

4.1. Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de ken-

nisgeving van het arrest.

4.2. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.

4.3. Ter terechtzitting betwist de verzoekende partij dit niet, maar stelt, gelet op de intrekking van de bestreden beslissing, geen verzoek tot voort-

zetting te hebben ingediend.

4.4. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepas-

sing.

XII-8446- 3/4

V. Kosten

5. In de gegeven omstandigheden past het de kosten, zijnde het rolrecht van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en de door de verzoekende partij gevraagde basisrechtsplegingsvergoeding van 700 euro ten laste te leggen van de verwerende partij.

BESLISSING

1. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.

2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro, en een rechtsplegings-

vergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 17 mei 2018, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:

Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier.

De griffier De voorzitter

Greta Scheveneels Johan Bovin

XII-8446- 4/4

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.499