Legislator Jurisprudence & Législation
ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.498 ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.498 Généré par l'IA

Court lifts urgent suspension of contract execution because plaintiff failed to file annulment request within deadline.

Numéro de cause ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.498
Autorité / Tribunal
Juridiction Belgique (BE)
Date de la décision
Issue du litige Rejeté (Dismissed)

Synthèse Legislator

Généré par l'IA

The Council of State lifted the urgent suspension of the execution of the municipal contract award decision. Although a prior order had suspended the contract's implementation, the plaintiff failed to submit a separate request for annulment of the contested decision after filing the suspension motion. Consequently, the court was legally obligated to revoke the suspension under the relevant procedural rule.

Regeste Legislator

Généré par l'IA

Article 17, § 4, third paragraph of the Council of State Rules: If a party requesting urgent suspension fails to file a request for annulment of the contested decision, the Council of State must lift the suspension.

Mots-clés

Généré par l'IA
urgent suspension annulment request procedural deadline contract execution Council of State Rules marché immobilier adjudication de marché de travaux obligation de construire

Dispositions légales citées

Généré par l'IA
Article 17, § 4, third paragraph of the Council of State Rules

Jurisprudence citée

Généré par l'IA
Arrêt n. 240.866 du 1er mars 2018
Généré par l'IA

Vous souhaitez savoir comment cet arrêt s'applique à votre dossier ?

Analysez cette décision avec la législation fédérale, le droit cantonal, la doctrine et la jurisprudence subséquente dans Legislator AI.

Ouvrir dans Legislator →

Texte complet

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER

nr. 241.498 van 17 mei 2018

in de zaak A. 224.455/XII-8504

In zake: de NV SCHEERLINCK SPORT

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Philippe Van Wesemael kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 235

bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

de GEMEENTE HERZELE

bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat An-Sophie Van Royen kantoor houdend te 9550 Herzele Provincieweg 448

bij wie woonplaats wordt gekozen

I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 6 februari 2018, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “het besluit d.d. 10 januari 2018 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Herzele waarbij de overheidsopdracht voor werken met als voorwerp „aanleg tennisterreinen in gemalen baksteen‟ gegund wordt aan Sportsbuild”.

II. Verloop van de rechtspleging

2. Bij arrest nr. 240.866 van 1 maart 2018 is de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van bestreden beslissing bevolen.

XII-8504- 1/3

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 15 mei 2018.

Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht.

Advocaat Evi Mees, die loco advocaat Philippe Van Wesemael verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Kristl Van De Velde, die loco advocaat An-Sophie Van Royen verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Toepassing van artikel 17, § 4, derde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973

3. De verzoekende partij heeft na het indienen van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid geen verzoekschrift ingediend om de nietigverklaring van de bestreden beslissing te vorderen. De Raad van State is er in dat geval overeenkomstig artikel 17, § 4, derde lid, van zijn gecoördineerde wetten toe gehouden de uitgesproken schorsing op te heffen.

IV. Kosten

4. Bij besluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Herzele van 14 maart 2018 werd de bestreden beslissing ingetrokken.

In die omstandigheden past het de kosten, zijnde het rolrecht van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en de door de verzoekende partij gevraagde basisrechtsplegingsvergoeding van 700 euro, ten laste te leggen van de verwerende partij.

XII-8504- 2/3

BESLISSING

1. De Raad van State heft de bij arrest nr. 240.866 van 1 maart 2018 bevolen schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid op.

3. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij.

Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 17 mei 2018, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:

Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier.

De griffier De voorzitter

Greta Scheveneels Johan Bovin

XII-8504- 3/3

PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.498