Court lifts urgent suspension order because plaintiff failed to request annulment of the contested decision.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State lifted the urgent suspension order previously granted in March 2018. The plaintiff had filed a motion for suspension but failed to subsequently request the annulment of the administrative decision regarding the public procurement award. Consequently, the court was legally bound to terminate the suspension under Article 17, Section 4, Paragraph 3 of the Council of State Rules.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 17, Section 4, Paragraph 3 of the Council of State Rules; If a party requests urgent suspension but does not file a request for annulment, the court must lift the suspension.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IAJurisprudence citée
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER
nr. 241.497 van 17 mei 2018
in de zaak A. 224.376/XII-8501
In zake: de NV VBG
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Marie Vastmans en Anthony Poppe kantoor houdend te 1160 Brussel Tedescolaan 7
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen:
het VLAAMSE GEWEST
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Carlos De Wolf en Anthony Verheggen kantoor houdend te 9680 Maarkedal Etikhovestraat 6
bij wie woonplaats wordt gekozen
Tussenkomende partij:
de NV AANNEMINGEN VAN WELLEN
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bettina Poelemans kantoor houdend te 9051 Sint-Denijs-Westrem MG Building II
Kortrijksesteenweg 1144G
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van de vordering
1. De vordering, ingesteld op 30 januari 2018, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “[d]e beslissing van de administrateur-generaal van het Agentschap Wegen &
Verkeer van het Vlaamse Gewest van 20 december 2017 houdende wering van de offerte van [de nv VBG] als substantieel onregelmatig en tot gunning van de
XII-8501-1/4
overheidsopdracht voor werken „E19 Noord: structureel onderhoud tussen St-Job-in-„t-Goor en Kleine Bareel (rich Antw) en ter hoogte van de aansluiting op R1 (rich NL)‟ aan de nv Van Wellen”.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 240.865 van 1 maart 2018 is de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de bestreden beslissing bevolen.
De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 15 mei 2018.
Staatsraad Johan Bovin heeft verslag uitgebracht.
Advocaat Anthony Poppe, die eveneens loco advocaat Marie Vastmans verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Gaelle De Smet, die loco advocaat Anthony Verheggen verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Bruno Persyn, die loco advocaat Bettina Poelemans verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord.
Auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Toepassing van artikel 17, § 4, derde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973
3. De verzoekende partij heeft na het indienen van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid geen verzoekschrift ingediend om de nietigverklaring van de bestreden beslissing te vorderen. De Raad van State is er
XII-8501-2/4
in dat geval overeenkomstig artikel 17, § 4, derde lid, van zijn gecoördineerde wetten toe gehouden de uitgesproken schorsing op te heffen.
IV. Kosten
4. Bij besluit van de administrateur-generaal van het agentschap Wegen en Verkeer van 7 maart 2018 werd de bestreden beslissing ingetrokken. In die omstandigheden past het de kosten, zijnde het rolrecht van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en de door de verzoekende partij gevraagde basisrechtsplegingsvergoeding van 700 euro, ten laste te leggen van de verwerende partij.
BESLISSING
1. De Raad van State heft de bij arrest nr. 240.865 van 1 maart 2018 bevolen schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid op.
2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij.
De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op een rolrecht van 150 euro.
XII-8501-3/4
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 17 mei 2018, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit:
Johan Bovin, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier.
De griffier De voorzitter
Greta Scheveneels Johan Bovin
XII-8501-4/4
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.497