Court dismisses appeal due to failure to request continuation of proceedings after rejection of interim relief.
Synthèse Legislator
Généré par l'IAThe Council of State declared the applicant's appeal inadmissible, establishing a presumption of withdrawal from the proceedings. Although the applicant had previously requested interim relief, which was rejected, they failed to file a request to continue the proceedings within the statutory thirty-day period following the rejection. Consequently, the court ruled that the applicant had effectively abandoned the legal action and ordered them to bear the procedural costs.
Regeste Legislator
Généré par l'IAArticle 17, § 7 of the Council of State Rules; Upon rejection of a request for interim relief, a thirty-day period commences for filing a request to continue proceedings, after which a presumption of withdrawal applies if no such request is made.
Mots-clés
Généré par l'IADispositions légales citées
Généré par l'IADécisions connexes
Généré par l'IATexte complet
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE Xe KAMER
nr. 241.477 van 15 mei 2018
in de zaak A. 223.552/X-17.046.
In zake : Ginette VANDERPERRE
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gilles Dewulf kantoor houdend te 9000 Gent Filips van Cleeflaan 105
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
de STAD ROESELARE
bijgestaan en vertegenwoordig door advocaten Sofie Logie en Matthias Castelein kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B
bij wie woonplaats wordt gekozen
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 18 oktober 2017, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Roeselare van 16 oktober 2017 om de zaak ’t Rondpunt, Zuidstraat 68
te Roeselare, vanaf 19 oktober 2017 te sluiten voor de duur die noodzakelijk is voor het installeren van een geluidsbegrenzer, met een minimum van 14 dagen.
II. Verloop van de rechtspleging
2. Bij arrest nr. 239.525 van 24 oktober 2017 is de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen.
X-17.046- 1/3
Het genoemde arrest is op 3 november 2017 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht.
Op 3 januari 2018 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’.
De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Beoordeling
3. Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest.
4. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
5. Het vermoeden van afstand van het geding is te dezen van toepassing.
X-17.046- 2/3
BESLISSING
1. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.
2. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro en op een rechtsplegingsvergoeding van 700 euro die verschuldigd is aan de verwerende partij.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van vijftien mei 2018, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit:
Johan Lust, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier.
De griffier De voorzitter
Frank Bontinck Johan Lust
X-17.046- 3/3
PDF document ECLI:BE:RVSCE:2018:ARR.241.477